Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser kocht op 11 augustus 2024 een tweedehands Peugeot via een koopovereenkomst waarbij zij haar eigen auto inruilde en een bedrag bijbetaalde. De auto stond te koop via een consignatieverkoop, waarbij het autobedrijf [bedrijf 2] als bemiddelaar optrad namens de eigenaar [personen]. Eiser was zich niet bewust van de betekenis van consignatieverkoop en betaalde rechtstreeks aan de eigenaar.
Eiser stelde dat de auto non-conform was en vorderde ontbinding van de koopovereenkomst, terugbetaling van de koopsom, herstel van gebreken en diverse vergoedingen van [bedrijf 1], het bedrijf dat zij dacht als verkoper te hebben. [Bedrijf 1] voerde verweer en stelde dat zij niet de contractspartij was en dat de vorderingen daarom moesten worden afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een consignatieverkoop waarbij [bedrijf 2] slechts als bemiddelaar optrad en [personen] de contractuele wederpartij was. De stelling van eiser dat zij niet wist wat consignatieverkoop inhield, was onvoldoende om haar vordering tegen [bedrijf 1] te rechtvaardigen. De vorderingen werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen omdat de koop een consignatieverkoop betrof en eiser de verkeerde partij heeft gedagvaard.