ECLI:NL:RBZWB:2026:6058

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
02-261941-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling poging zware mishandeling, vrijheidsberoving, bedreiging, diefstal en afpersing

Verdachte heeft zich samen met medeverdachten schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten tegen het slachtoffer, waaronder poging zware mishandeling met voorbedachten rade, wederrechtelijke vrijheidsberoving, bedreiging met een mes, diefstal en afpersing. De feiten vonden plaats in augustus 2025 in de gemeente Borsele. Verdachte en medeverdachten namen het slachtoffer mee onder het voorwendsel interesse te hebben in de aankoop van zijn bromfiets, waarna zij hem bedreigden, mishandelden en dwongen tot afgifte van een telefoon en horloge.

De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van de bekennende verklaring van verdachte en de aangifte van het slachtoffer. Verdachte is strafbaar bevonden en er is rekening gehouden met zijn recidive, lichte stoornis in cannabisgebruik, gedragsstoornis en zwakbegaafdheid. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest.

Daarnaast is de telefoon van verdachte verbeurd verklaard en is verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een schadevergoeding van €2.071,24 aan het slachtoffer, inclusief materiële en immateriële schade en wettelijke rente. Bij niet-betaling kan gijzeling worden toegepast. De rechtbank benadrukte dat eigenrichting onacceptabel is en veroordeelde het geweld en de bedreigingen als ernstig en maatschappelijk verwerpelijk.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk en hoofdelijk aansprakelijk voor schadevergoeding van €2.071,24.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-261941-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 6 juli 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortedag] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI [plaats 1] ,
raadsman mr. R. Wouters, advocaat te Middelburg.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 juni 2026, waarbij de officier van justitie mr. M. Poirters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De zaak is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (02-261955-25) en [medeverdachte 2] (02-266502-25).

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving, poging zware mishandeling met voorbedachten rade, bedreiging en diefstal dan wel afpersing van de telefoon en het horloge van [slachtoffer] .

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd op de zitting van 22 juni 2026;
- de aangifte van [slachtoffer] van 12 augustus 2025.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
en zijn mededaders in de periode van 11 augustus 2025 tot en met 12 augustus 2025 te [plaats 2] ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen
misdrijf om tezamen en in vereniging aan [slachtoffer] , opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met kracht
- tegen het hoofd en het lichaam heeft geslagen en heeft gestompt, en
- tegen het lichaam heeft geschopt en
- met een machete en/of een kapmes in de
buik en het hoofd en het lichaam heeft gesneden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
in de periode van 11 augustus 2025 tot en met 12 augustus 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd
door die [slachtoffer] ,
- in de veronderstelling te laten dat zij, verdachten, geïnteresseerd waren in de
aankoop van zijn bromfiets, en vervolgens,
- te bedreigen met een machete en/of een kapmes, en
- een hand op de mond te leggen en te zeggen dat hij stil moest zijn, en
- de woorden toe te voegen "mond houden anders steken we je neer", en
- meermalen met kracht te schoppen tegen het lichaam, en
- vervolgens te dwingen in een auto te stappen, en
- gedurende enige tijd mee te nemen in voornoemde rijdende auto, en
- meermalen met kracht te slaan en stompen en met een mes te snijden
in voornoemde rijdende auto, en
- vervolgens achter voornoemde auto te gooien en
- opnieuw meermalen met kracht te schoppen en te trappen tegen het lichaam;
3
in de periode van 11 augustus 2025 tot en met 12 augustus 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met anderen een telefoon die geheel aan [slachtoffer] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer]
- wederrechtelijk van zijn vrijheid te beroven, en
- vervolgens een machete en/of een kapmes te tonen, en
- daarbij de woorden toe te voegen dat hij, [slachtoffer] , zijn telefoon moest afgeven, en
- vervolgens de telefoon uit de handen te trekken;
en
in de periode van 11 augustus 2025 tot en met 12
augustus 2025 te [plaats 2]
tezamen en in vereniging met anderen
met het oogmerk om zich wederrechtelijk te
bevoordelen
door geweld en bedreiging met geweld
[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een horloge, dat geheel aan die [slachtoffer] toebehoorde
door die [slachtoffer]
- wederrechtelijk van zijn vrijheid te beroven, en
- vervolgens een machete en/of een kapmes te tonen, en
- daarbij de woorden toe te voegen dat hij, [slachtoffer] , zijn horloge moest afgeven;
4
in de periode van 11 augustus 2025 tot en met 12 augustus 2025 te [plaats 2]
tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer]
- meermalen een machete en/of een kapmes te tonen, en
- een hand op de mond te leggen en te zeggen dat hij stil moest zijn, en
- de woorden toe te voegen "mond houden anders steken we je neer".
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 42 maanden.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden passend. De verdediging verzoekt geen voorwaardelijk strafdeel op te leggen, omdat verdachte niet instemt met de bijzondere voorwaarden.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met de medeverdachten schuldig gemaakt aan een viertal strafbare feiten, namelijk poging zware mishandeling met voorbedachten rade, wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal, afpersing en bedreiging. Alle strafbare feiten zijn gepleegd tegen aangever [slachtoffer] . Verdachte en zijn broer, [medeverdachte 1] , waren ervan overtuigd dat aangever betrokken was bij een incident waarbij hun jongere zus is geslagen. Deze zaak is door het Openbaar Ministerie geseponeerd. Verdachten hebben daarom het heft in eigen handen genomen en een afspraak gemaakt met aangever waarbij zij deden alsof zij interesse hadden in het kopen van zijn scooter. Eenmaal aangekomen op de afgesproken plek hebben de verdachten het kapmes getoond aan aangever, een hand op zijn mond gedaan en hem in de auto gesleurd. Hierbij is de aangever bedreigd en meermaals geslagen en geschopt. In de auto is aangever ook bedreigd met het kapmes en geslagen. Vervolgens is de auto gestopt en is aangever uit de auto getrokken. Hij is op de grond gevallen en vervolgens opnieuw geschopt en geslagen. Ook is aangever op enig moment met het kapmes gesneden als gevolg waarvan hij snijwonden had. Het behoeft geen betoog dat deze feiten zeer beangstigend zijn geweest voor aangever. Aangever verkeerde in de veronderstelling dat er een geïnteresseerde voor zijn scooter kwam en is uit het niets op schokkende wijze overmeesterd, mishandeld en bedreigd, hetgeen ook nog door de derde verdachte is gefilmd. Met dit handelen hebben de verdachten een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke vrijheid van aangever. Verder veroorzaken dit soort feiten gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Verdachten hebben hier geen rekening mee gehouden en zich enkel bekommerd om hun eigen belang, namelijk het nemen van wraak. Het lijkt er daarbij sterk op dat zij wraak namen op de verkeerde persoon, nu een derde heeft verklaard betrokken te zijn geweest bij het incident met de zus en aangever heeft verklaard niet van een incident te weten. De rechtbank wijst erop dat ook als er wel een incident zou zijn geweest tussen aangever en de zus van de verdachten, eigenrichting onacceptabel is en niet kan worden getolereerd. Er is sprake geweest van ernstig geweld richting aangever. Verdachten hebben hem met zijn drieën aangevallen en bruut geweld toegepast waardoor aangever meerdere verwondingen heeft opgelopen. De rechtbank rekent dit alles de verdachten zwaar aan.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 6 juni 2026. Hieruit blijkt dat er sprake is van recidive. Verdachte is eerder voor geweldsfeiten veroordeeld, hetgeen in het nadeel van verdachte wordt meegewogen.
De rechtbank heeft acht geslagen op het advies van de psycholoog van 11 maart 2026 en de rapportage van de reclassering van 5 juni 2026. Bij verdachte is een lichte stoornis in cannabisgebruik en een gedragsstoornis geconstateerd. Daarnaast zijn de intellectuele capaciteiten van verdachte naar schatting op zwakbegaafd niveau. Ten tijde van de feiten werd verdachte volgens de psycholoog niet dwingend beïnvloed door de aanwezige stoornissen, waardoor geadviseerd wordt de feiten volledig aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusie over.
Er zijn geen redenen om het jeugdstrafrecht toe te passen, maar de rechtbank zal in strafmatigende zin rekening houden met de jeugdige leeftijd van verdachte.
De straf
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat enkel kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Daarnaast acht de rechtbank een voorwaardelijk deel als flinke stok achter de deur passend, zodat verdachte ervan wordt weerhouden opnieuw agressief te handelen of het heft in eigen handen te nemen. Bij bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met eendaadse samenloop. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht passend en geboden. De rechtbank ziet geen redenen om hier de geadviseerde bijzondere voorwaarden aan te verbinden, omdat verdachte heeft aangegeven hieraan niet (geheel) te willen meewerken.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet.

7.Het beslag

De inbeslaggenomen telefoon wordt verbeurd verklaard. De telefoon is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat
de telefoon aan verdachte toebehoort en de feiten met behulp van dit voorwerp zijn voorbereid en begaan. Op de telefoon van verdachte zijn de beelden aangetroffen van de feiten en via de telefoon van verdachte is een afspraak gemaakt voor de aankoop van de scooter.

8.De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 2.071,24.
De rechtbank heeft hiervoor bewezen verklaard dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding is niet (inhoudelijk) door de verdediging betwist, zij het dat er om matiging is gevraagd voor wat betreft de kosten voor de telefoon en ten aanzien van de gevorderde immateriële schade. De rechtbank acht de schadevergoeding geheel toewijsbaar. Zij acht de gevorderde bedragen redelijk. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van de bewezenverklaarde feiten.
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de feiten werden gepleegd, te weten 12 augustus 2025.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
De rechtbank stelt vast dat verdachte de feiten samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 45, 47, 55, 282, 285, 303, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
de eendaadse samenloop van:
feit 1:medeplegen van een poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade, en
feit 2:medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, en
feit 3:diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door meer verenigde personen
en
afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen, en
feit 4:medeplegen van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Benadeelde partij [slachtoffer] (feiten 1,2,3 en 4)
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 2.071,24, waarvan € 571,24 aan materiële schade en € 1.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 12 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer] , € 2.071,24 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 12 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 20 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Beslag
-verklaart de telefoon (Omschrijving: PL2000-2025211797-G2905734, Apple) verbeurd.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. N.C.W. Haesen en mr. S.C.S. van Bree, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Verdult, griffier, en is
uitgesproken ter openbare zitting op 6 juli 2026.
Mrs. G.H. Nomes, S.C.S. van Bree en K. Verdult zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1
hij en/of zijn mededader(s) in of omstreeks de periode van 11 augustus 2025 tot en
met 12 augustus 2025 te [plaats 2] , gemeente Borsele, in elk
geval in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen,
aan [slachtoffer] ,
opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk zwaar lichamelijk letsel
toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen (met kracht)
- tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt, en/of
- tegen het lichaam heeft geschopt en/of heeft getrapt, en/of
- met een machete en/of een kapmes, althans een mes en/of scherp voorwerp, in de
buik en/of het hoofd en/of het lichaam heeft gesneden en/of heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 303 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid Pro
1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij en/of zijn mededader(s) in of omstreeks de periode van 11 augustus 2025 tot en
met 12 augustus 2025 te [plaats 2] , gemeente Borsele, in elk
geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
al dan niet met voorbedachten rade
aan [slachtoffer] , heeft mishandeld, door die [slachtoffer] meermalen (met kracht)
- tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen, en/of
- tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen, en/of
- met een machete en/of een kapmes, althans een mes en/of scherp voorwerp, in de
buik en/of het hoofd en/of het lichaam te snijden en/of te steken;
( art 301 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2025 tot en met 12 augustus 2025 te
[plaats 2] , gemeente Borsele, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk
[slachtoffer]
wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,
door die [slachtoffer] ,
- in de veronderstelling te laten dat hij/zij, verdachte(n), geïnteresseerd waren in de
aankoop van zijn bromfiets, en/of (vervolgens,
- te bedreigen met een machete en/of een kapmes, en/of
- een hand op de mond te leggen en/of te zeggen dat hij stil moest zijn, en/of
- de woorden toe te voegen "mond houden anders steken we je neer", en/of
- meermalen met kracht te schoppen en/of te trappen tegen het lichaam, en/of
- (vervolgens) te dwingen in een auto te stappen, en/of
- gedurende enige tijd mee te nemen in voornoemde (rijdende) auto, en/of
- meermalen (met kracht) te slaan en/of stompen en/of met een mes te snijden
en/of te steken in voornoemde (rijdende) auto, en/of
- (vervolgens) achter voornoemde auto te gooien en/of
- (opnieuw) meermalen met kracht te schoppen en/of te trappen tegen het lichaam;
( art 282 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
3
hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2025 tot en met 12
augustus 2025 te [plaats 2] , gemeente Borsele, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een telefoon en/of een horloge, in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of
zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk
om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met
geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te
bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad,
aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
die [slachtoffer]
- wederrechtelijk van zijn vrijheid te beroven, en/of
- (vervolgens) een machete en/of een kapmes te tonen, en/of
- (daarbij) de woorden toe te voegen dat hij, [slachtoffer] , zijn horloge en/of zijn telefoon moest afgeven, en/of
- (vervolgens) de telefoon uit de handen te trekken en/of te rukken
en/of
hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2025 tot en met 12
augustus 2025 te [plaats 2] , gemeente Borsele, in
elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en/of een horloge,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een
derde toebehoorde(n)
door die [slachtoffer]
- wederrechtelijk van zijn vrijheid te beroven, en/of
- (vervolgens) een machete en/of een kapmes te tonen, en/of
- (daarbij) de woorden toe te voegen dat hij, [slachtoffer] , zijn horloge en/of zijn telefoon moest afgeven;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art
312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2
Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 3 Wetboek Pro van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
4
hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2025 tot en met 12 augustus 2025 te
[plaats 2] , gemeente Borsele, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[slachtoffer] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer]
- meermalen, althans eenmaal een machete en/of een kapmes te tonen, en/of
- een hand op de mond te leggen en/of te zeggen dat hij stil moest zijn, en/of
- de woorden toe te voegen "mond houden anders steken we je neer";
( art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)