Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- de in deze zaak gegeven beschikking van 22 mei 2026 en alle daarin vermelde stukken;
- de brief van de GI van 4 juni 2026.
2.De nadere beoordeling
17 juni 2026 PRO FORMAin afwachting van de berichtgeving vanuit de Nederlandse Centrale Autoriteit of er toestemming voor de plaatsing vanuit België is verkregen. Daarnaast zal er dan duidelijkheid of [minderjarige] op 1 juli 2026 haar traject zal starten bij [kliniek] . De kinderrechter verzoekt de GI om hem (onder gelijktijdige verzending aan de vader en de advocaat van de moeder) uiterlijk op voormelde pro forma datum schriftelijk te informeren over de informatie die zij tot dan toe heeft over zowel de procedure bij de centrale autoriteit als de plaatsing van [minderjarige] bij [kliniek] . De kinderrechter vraagt de GI, gelet op de korte termijnen, voortvarend te handelen. Na binnenkomst van de schriftelijke berichtgeving van de GI zal de kinderrechter het verdere procesverloop bepalen en alle betrokkenen hierover berichten.
3.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.