ECLI:NL:RBZWB:2026:6177

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
BRE 25/4396
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestreden besluit

Eisers hebben beroep ingesteld tegen een besluit van 15 juli 2025, maar hebben nagelaten een kopie van het bestreden besluit bij te voegen bij hun beroepschrift. De rechtbank heeft hen meerdere malen verzocht dit verzuim te herstellen, eerst schriftelijk en later telefonisch, maar eisers hebben geen kopie van het besluit ingediend.

De rechtbank heeft het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat het ontbreken van het bestreden besluit een fundamenteel gebrek is dat niet is hersteld. Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven door eisers.

De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk en laat het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen om hun bezwaar tegen deze uitspraak toe te lichten.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4396

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2026 in de zaak van

[eisers] , uit [woonplaats] , eisers

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eisers tegen het bestreden besluit van 15 juli 2025.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eisers geen kopie van het bestreden besluit hebben bijgevoegd en dat verzuim niet tijdig hebben hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie bijvoegen van het besluit waar men het niet mee eens is (het bestreden besluit). [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Hebben eisers tijdig een kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd?
4. Eisers hebben geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd. De griffier heeft eisers eerst bij gewone brief van 15 september 2025 en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 24 november 2025 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eisers hebben op 21 december 2025 bij e-mailbericht gesteld de brief van 15 september 2025 niet ontvangen te hebben en hebben daarbij aanvullende gedingstukken overgelegd (een bindend advies van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen van 21 oktober 2024), echter geen kopie van het bestreden besluit.
5. Op 6 februari 2026 heeft de griffier telefonisch contact gehad met eisers en met hen afgesproken dat eisers nogmaals de gelegenheid krijgen om het bestreden besluit in te dienen. Bij aangetekend verzonden brief van 3 maart 2026 heeft de griffier het telefonisch contact met eisers bevestigd en hen opnieuw in de gelegenheid gesteld binnen twee weken een kopie van het bestreden besluit in te dienen. Eisers hebben binnen de termijnen geen kopie van het bestreden besluit aan de rechtbank gestuurd.
Is het niet tijdig insturen van een kopie van het bestreden besluit verontschuldigbaar?
6. Eisers hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van T. Kalsbeek, griffier, op 9 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.