ECLI:NL:RBZWB:2026:6179

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
BRE 26/747
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin het arbeidsongeschiktheidspercentage was vastgesteld. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV het besluit op bezwaar heeft gewijzigd en het arbeidsongeschiktheidspercentage verhoogd naar 100%.

De rechtbank heeft het verzoek van verzoeker om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten beoordeeld. Omdat het UWV geheel aan het verzoek van verzoeker is tegemoetgekomen door het besluit te wijzigen, is het verzoek gegrond verklaard.

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten, zijnde de kosten van het ingediende beroepschrift. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 54,- te vergoeden.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 juli 2026. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/747

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. C.L.J. Beljaarts),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het UWV), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het UWV van 8 december 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 7 april 2026 dit besluit heeft vervangen door een gewijzigde beslissing op bezwaar.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank medegedeeld dat zij zich ten aanzien van het verzoek van eiser om een veroordeling in de proceskosten refereren aan het oordeel van de rechtbank.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 15 januari 2026 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoeker gegrond is verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage is vastgesteld op 75,96 %. Het UWV heeft op
7 april 2026 het bezwaar wederom gegrond verklaard. Met dit besluit heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid herzien en alsnog vastgesteld op 100%.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 54,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van T. Kalsbeek, griffier, op 9 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.