ECLI:NL:RBZWB:2026:618

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
25/517 ONBEK
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:1 AwbArt. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bestuursbesluit en procesbelang

Eiser had op 12 juli 2024 witte NP-letters in de bestrating zwart geverfd. De wethouder van de gemeente Middelburg stuurde op 18 december 2024 een e-mail waarin eiser werd gesommeerd de verf uiterlijk 27 december 2024 te verwijderen, anders zou de gemeente dit doen en de kosten verhalen.

Eiser maakte bezwaar tegen deze e-mail en voerde een gesprek met de wethouder. Op 17 januari 2025 stelde eiser beroep in tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar door het college op 26 juni 2025. De rechtbank behandelde het beroep op 23 januari 2026.

De rechtbank oordeelde dat er bij het instellen van het beroep geen besluit van een bestuursorgaan was, slechts een mededeling van de wethouder, die civielrechtelijk was en geen bestuursbesluit vormde. Bovendien had eiser geen procesbelang omdat de gemeente de verf inmiddels had verwijderd en de kosten niet op eiser zou verhalen.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelde de zaak niet inhoudelijk. Er was geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een bestuursbesluit en procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/517
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg(college), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar.
1.1.
Op 12 juli 2024 heeft eiser in de bestrating van de [straatnaam] aangebrachte witte NP-letters zwart geverfd. Op 18 december 2024 heeft de wethouder van de gemeente Middelburg eiser een e-mail gestuurd en hem meegedeeld dat hij uiterlijk 27 december 2024 de zwarte verf van de NP-letters moest verwijderen, bij gebreke waarvan dit door de gemeente zal worden gedaan en de kosten daarvan op eiser zullen worden verhaald.
1.2.
In reactie op de e-mail van de wethouder heeft eiser op 18 december 2024 een gesprek met de wethouder aangevraagd. Ook heeft eiser op 21 december 2024 bezwaar gemaakt tegen de e-mail van de wethouder.
1.3.
Op 8 januari 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen eiser en de wethouder.
1.4.
Eiser heeft op 17 januari 2025 beroep ingesteld.
1.5.
Met de beslissing op bezwaar van 26 juni 2025 heeft het college eisers bezwaar van 21 december 2024 niet-ontvankelijk verklaard.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 23 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens het college [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] .
1.7.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk zal worden behandeld.
2.1.
Op het moment dat eiser beroep aantekende, lag er nog geen besluit van een bestuursorgaan [1] voor. Op dat moment was er alleen een mededeling van een wethouder. Dit betrof een mededeling, namelijk dat eiser de door hem op de NP-letters aangebracht verf moest verwijderen. Dit is geen besluit [2] waartegen bezwaar en beroep openstaat. Eiser wordt slechts civielrechtelijk aangesproken om hetgeen hij onrechtmatig heeft aangebracht te verwijderen.
Ten overvloede wijst de rechtbank erop dat als er al een besluit zou voorliggen, eiser geen procesbelang zou hebben bij zijn beroep. De zwarte verf is inmiddels door de gemeente verwijderd en ter zitting is namens het college bevestigd dat de kosten daarvan niet op eiser zullen worden verhaald.
2.2.
Op 26 juni 2025 heeft het college een beslissing genomen op bezwaar van eiser van 21 december 2024. Het college heeft eisers bezwaar niet ontvankelijk verklaard. Eisers beroep kan echter niet worden beschouwd als gericht tegen die beslissing op bezwaar omdat dat besluit ten tijde van het instellen van beroep nog niet was genomen en eiser ook niet kon menen dat dat wel het geval zou zijn.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.1.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2026 door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Voetnoten

1.Wat een bestuursorgaan is, staat in artikel 1:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
2.Wat een besluit is, staat in artikel 1:3 van Pro de Awb