ECLI:NL:RBZWB:2026:618
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bestuursbesluit en procesbelang
Eiser had op 12 juli 2024 witte NP-letters in de bestrating zwart geverfd. De wethouder van de gemeente Middelburg stuurde op 18 december 2024 een e-mail waarin eiser werd gesommeerd de verf uiterlijk 27 december 2024 te verwijderen, anders zou de gemeente dit doen en de kosten verhalen.
Eiser maakte bezwaar tegen deze e-mail en voerde een gesprek met de wethouder. Op 17 januari 2025 stelde eiser beroep in tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar door het college op 26 juni 2025. De rechtbank behandelde het beroep op 23 januari 2026.
De rechtbank oordeelde dat er bij het instellen van het beroep geen besluit van een bestuursorgaan was, slechts een mededeling van de wethouder, die civielrechtelijk was en geen bestuursbesluit vormde. Bovendien had eiser geen procesbelang omdat de gemeente de verf inmiddels had verwijderd en de kosten niet op eiser zou verhalen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelde de zaak niet inhoudelijk. Er was geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een bestuursbesluit en procesbelang.