In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedaan op 8 januari 2026, wordt het handhavingsverzoek van eiseres afgewezen. Eiseres, woonachtig in [plaats], heeft geuroverlast ervaren van een nabijgelegen bakkerij en heeft hieromtrent een handhavingsverzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Borsele. De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht om te bepalen of er sprake is van een overtreding van de geurvoorschriften. Eiseres heeft meerdere keren geklaagd over de geuroverlast, maar de toezichthouder van de RUD Zeeland heeft tijdens verschillende controles geen overtredingen geconstateerd. De rechtbank concludeert dat het college niet kan stellen dat de bakkerij onder het overgangsrecht valt zonder een controle binnen de inrichting uit te voeren. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op om binnen twee maanden een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht aan eiseres vergoed.