ECLI:NL:RBZWB:2026:6232

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
12065957 \ CV EXPL 26-445
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • drs. Paijmans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:307 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering zorgverzekeringspremies wegens verjaring

ZEKUR vordert betaling van € 2.486,67 aan onbetaalde zorgverzekeringspremies en zorgdeclaraties uit 2010 en 2011 van [gedaagde]. In 2022 werd een deel van de vordering tot € 500,00 toegewezen bij verstek, maar het restant werd later gevorderd. [gedaagde] voert verweer en beroept zich op verjaring.

De kantonrechter overweegt dat de vordering verjaard is op grond van artikel 3:307 lid 1 BW Pro, omdat de vordering meer dan vijf jaar na opeisbaarheid is ingesteld en geen stuitingshandelingen zijn verricht. Het verstekvonnis uit 2022 is verklaarbaar doordat [gedaagde] toen niet verscheen en verjaring niet ambtshalve wordt getoetst.

Daarom wijst de kantonrechter de vordering af en veroordeelt ZEKUR in de proceskosten, die nihil worden vastgesteld omdat [gedaagde] zonder professionele gemachtigde procedeert.

Uitkomst: De vordering tot betaling van zorgverzekeringspremies uit 2010 en 2011 wordt afgewezen wegens verjaring.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12065957 \ CV EXPL 26-445
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
N.V. UNIVÉ ZORG, BETREFFENDE ZEKUR,
statutair gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: ZEKUR,
gemachtigde: Inkassier,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
ZEKUR vordert van [gedaagde] betaling van een bedrag van € 2.486,67 aan niet betaalde zorgverzekeringspremies en zorgdeclaraties uit 2010 en 2011. ZEKUR heeft in 2022 [gedaagde] gedagvaard voor dit onbetaald gebleven bedrag. Destijds heeft zij haar hoofdsom tot
€ 500,00 beperkt en heeft zij zich het recht voorbehouden het overige op een later moment (alsnog) te vorderen. De kantonrechter heeft deze vordering bij verstek toegewezen. [gedaagde] voert in deze procedure wel verweer en doet een beroep op verjaring. Dit verweer slaagt. De kantonrechter wijst de vorderingen van ZEKUR af.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
a) de dagvaarding van 12 januari 2026 met producties,
b) het extract audiëntieblad van de rolzitting van 28 januari 2026,
c) de conclusie van repliek van 25 februari 2026,
d) het extract audiëntieblad van de rolzitting van 25 maart 2026.
1.2.
Daarna is een datum bepaald waarop dit vonnis wordt uitgesproken.

2.De feiten

2.1.
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.
a. [gedaagde] heeft een zorgverkering gehad bij ZEKUR.
b. ZEKUR heeft [gedaagde] in 2022 gedagvaard ter betaling van onbetaald gebleven zorgverzekeringspremies en zorgdeclaraties uit 2010 en 2011.
c. ZEKUR heeft bij haar dagvaarding in 2022 haar vordering in hoofdsom beperkt tot € 500,00.
d. De kantonrechter heeft deze vordering op 3 augustus 2022 toegewezen bij verstekvonnis, omdat [gedaagde] toen niet is verschenen in de procedure.

3.Het geschil

3.1.
ZEKUR vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.486,67, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
ZEKUR legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] was verzekerd bij ZEKUR en heeft in 2010 en 2011 zorgverzekeringspremies en zorgdeclaraties onbetaald gelaten. Gelet op het toewijzend vonnis van de kantonrechter van 3 augustus 2022 voor
€ 500,00 van de hoofdsom en het gegeven dat [gedaagde] sindsdien het restant van de hoofdsom niet heeft betaald, dagvaardt ZEKUR [gedaagde] nu ter betaling van dit bedrag.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering van ZEKUR, met veroordeling van ZEKUR in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde] voert het volgende aan. Omdat de vordering meer dan vijf jaar oud is, is de vordering verjaard gelet op artikel 3:307 BW Pro. [gedaagde] heeft geen stuitingsbrief ontvangen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Is de vordering van ZEKUR verjaard?
4.1.
De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van ZEKUR op [gedaagde] verjaard is. Daartoe overweegt hij het volgende. Op grond van artikel 3:307 lid 1 BW Pro verjaart een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden.
4.2.
Omdat de vordering van ZEKUR betrekking heeft op onbetaald gebleven zorgverzekeringspremies en zorgdeclaraties uit 2010 en 2011, was deze vordering op het moment van dagvaarding in 2022 al ruimschoots verjaard. Dat de kantonrechter bij vonnis van 3 augustus 2022 het gevorderde bedrag heeft toegewezen, is verklaarbaar omdat het een verstekvonnis betrof en [gedaagde] toen niet in de procedure is verschenen. Omdat een partij een beroep op verjaring moet doen en de kantonrechter een vordering niet ambtshalve (oftewel: uit zichzelf) op verjaring toetst, heeft de kantonrechter deze vordering bij verstekvonnis van 3 augustus 2022 kunnen toewijzen.
4.3.
In deze procedure heeft [gedaagde] echter wel een verjaringsverweer gevoerd tegen de vordering zoals ZEKUR deze bij deze dagvaarding heeft ingesteld. Het staat vast dat de onbetaald gebleven facturen uit 2010 en 2011 zijn. De kantonrechter is niet gebleken van stuitingshandelingen (zoals een aanmaning waardoor de verjaringstermijn opnieuw is gaan lopen) door ZEKUR tijdens de vijf jaren na het opeisbaar worden van de vordering. Met andere woorden: de verjaringstermijn is verstreken in respectievelijk 2015 en 2016. Omdat de verjaringstermijn is verstreken, is de vordering van ZEKUR verjaard. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de onbetaald gebleven facturen van ZEKUR daarom af.
Wettelijke rente en proceskosten
4.4.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen. Daarnaast wordt ZEKUR veroordeeld in de kosten van het geding, welke kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil, omdat hij zonder professionele gemachtigde procedeert.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van ZEKUR af,
5.2.
veroordeelt ZEKUR in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Paijmans en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.