Uitspraak
2 De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
3.1.2. De huurcommissie toetst de redelijkheid van de overeengekomen huurprijs aan de regels opgenomen in het Besluit huurprijzen woonruimte en de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte (art. 11 lid 2 in Pro verbinding met art. 10 lid 1 Uitvoeringswet Pro huurprijzen woonruimte (UHW)). (…) Partijen worden geacht de door de huurcommissie redelijk geachte huurprijs te zijn overeengekomen, tenzij een van hen binnen acht weken nadat aan hen afschrift van die uitspraak is verzonden, een beslissing van de kantonrechter over de huurprijs vordert (art. 7:262 BW Pro). De kantonrechter toetst de redelijkheid van de huurprijs aan dezelfde regels als de huurcommissie.”De kantonrechter leidt hieruit af dat zij ook in dit geval is gebonden aan dezelfde normen en regels als de Huurcommissie. Naar het oordeel van de kantonrechter kan dat alleen onder (zeer) bijzondere omstandigheden anders zijn.
€ 3.685,24aan huur (en servicekosten) verschuldigd. Daar komt bij de huur van € 698,00 per maand van 1 februari 2025 tot en met 23 juni 2025. Dit komt neer op een bedrag van € 2.792,00 (4 maanden) plus € 535,13 (23 dagen) =
€ 3.327,13. Dit maakt dat de totale huurachterstand
€ 7.012,37bedraagt, waarvan hij niets heeft voldaan. De door [eiser] in conventie gevorderde huurachterstand zal dan ook tot dit bedrag worden toegewezen.