ECLI:NL:RBZWB:2026:6244

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
11928024 CV EXPL 25-3456
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Speekenbrink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling achterstallige VvE-bijdragen en rente

De Vereniging van Eigenaren (VvE) [locatie] vordert betaling van een achterstand in periodieke bijdragen en voorschotten voor gas, water en elektriciteit (GWE) van de gedaagde, lid van de VvE en eigenaar van twee kavels. De gedaagde erkent de verschuldigdheid van de bijdragen maar betwist de hoogte en stelt dat hij vanwege zijn inkomen niet het volledige bedrag kan betalen. Tevens voert hij onduidelijkheid aan over het exacte verschuldigde bedrag en verzoekt hij om een betalingsregeling.

De kantonrechter stelt vast dat de gedaagde een bedrag van € 3.589,01 aan achterstallige bijdragen verschuldigd is en dat de wettelijke rente vanaf 1 december 2025 verschuldigd is. De gevorderde incassokosten worden toegewezen, met uitzondering van kosten voor een uittreksel uit het Kadaster. De kantonrechter wijst het verzoek tot het vaststellen van een betalingsregeling af, omdat hij daartoe niet bevoegd is.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige bedragen, de wettelijke rente, een maandelijkse bijdrage van € 330,- zolang hij lid is van de VvE, en de proceskosten van € 1.035,64. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige VvE-bijdragen, wettelijke rente en proceskosten, en het verzoek tot betalingsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11928024 \ CV EXPL 25-3456
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
VERENIGING VAN EIGENAREN [locatie],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: VvE [locatie] ,
gemachtigde: A.Ch. Boiten,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het extract audiëntieblad met daaraan gehecht de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- het extract audiëntieblad met daarin de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] is eigenaar van twee kavels op [adres] in [plaats] , waaronder het aandeel in het mandelig perceel, ten behoeve waarvan VvE [locatie] is opgericht. [gedaagde] is lid van VvE [locatie] .
2.2.
Op grond van artikel 2 van Pro de statuten heeft VvE [locatie] tot doel de belangen te behartigen van de eigenaren van een standplaats (privé-kavel). Op grond van artikel 6b van de statuten zijn de leden van VvE [locatie] jaarlijks een bijdrage verschuldigd ter dekking van de mandelige kosten. Deze bijdrage wordt jaarlijks door de Algemene Ledenvergadering vastgesteld. Daarnaast zijn de leden maandelijks een voorschot verschuldigd voor het gebruik van gas, water en elektriciteit (GWE). De hoogte van het voorschot wordt door het bestuur vastgesteld. De bijdragen aan VvE [locatie] moeten door middel van een bankoverschrijving per maand bij vooruitbetaling worden voldaan.
2.3.
De hoogte van het voorschot in de mandelige kosten bedroeg in 2024 € 85,- per maand en begin 2025 € 174,- per maand. Het voorschot ten behoeve van de GWE bedroeg in 2024 € 169,50 per maand en begin 2025 € 156,- per maand. Vanaf juli 2025 bedraagt de VvE-bijdrage € 330,- per maand.
2.4.
Ingevolge ditzelfde artikel 6b van de statuten is het bestuur, bij niet tijdige betaling van enige bijdrage door een lid, gerechtigd incassomaatregelen te treffen, waarbij de wettelijke bepalingen in acht worden genomen. De kosten verbonden aan deze maatregelen komen voor rekening van het betreffende lid. Het bestuur verstrekt alle leden jaarlijks, binnen 4 maanden na het verstrijken van het kalenderjaar, een eindafrekening GWE en verenigingsbijdragen. Eventueel daaruit blijkende saldi dienen binnen vier weken na dagtekening van de eindafrekening te zijn voldaan. Over te laat betaalde bedragen is een rentevergoeding verschuldigd.
2.5.
[gedaagde] heeft een achterstand in betalingen aan VvE [locatie] laten ontstaan.

3.Het geschil

3.1.
VvE [locatie] vordert – samengevat en na wijziging van eis - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.664,38, vermeerderd met rente over een bedrag van (zoals de kantonrechter begrijpt) € 3.589,01 vanaf datum dagvaarding en kosten. VvE stelt hiertoe dat zij [gedaagde] meermalen heeft aangemaand om te betalen en ook meerdere betalingsregelingen met hem heeft afgesproken, maar dat [gedaagde] telkens niet heeft betaald.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van VvE [locatie] nu hij wel wil betalen, maar vanwege zijn inkomen geen € 330,- per maand kan betalen. Ook is vanwege onduidelijke communicatie aan de zijde van VvE [locatie] niet duidelijk welk bedrag [gedaagde] precies verschuldigd was, waardoor hij geen bijdrage heeft betaald. Tot slot stelt [gedaagde] dat hij naar aanleiding van de brief van VvE [locatie] van 25 september 2025 contact heeft gezocht met het nieuwe administratiekantoor en een betalingsregeling heeft voorgesteld. [gedaagde] verzoekt de kantonrechter een betalingsregeling vast te stellen voor een periode van 20 maanden met € 85,- per maand, waarbij ook de lopende verplichtingen door hem zullen worden voldaan.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De verschuldigdheid van de maandelijkse periodieke bijdrage en de voorschotten GWE wordt door [gedaagde] niet betwist. Dat geldt ook voor de factuur inzake de eindafrekening GWE. Als onweersproken staat daarom vast dat [gedaagde] een bedrag van € 3.589,01 (€ 5.148,74 minus € 1.559,73) aan VvE [locatie] verschuldigd is uit hoofde van het lidmaatschap van diezelfde VvE. VvE [locatie] heeft € 20,92 aan wettelijke rente tot en met 28 november 2025 gevorderd. Artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat wettelijke rente is verschuldigd over de tijd dat de schuldenaar met voldoening van een geldsom in verzuim is. De VvE bijdragen zijn telkens per de eerste van de maand verschuldigd. Dit is een fatale termijn, zodat [gedaagde] enkel door het verstrijken van deze termijn in verzuim is en vanaf die datum wettelijke rente verschuldigd is. De vervallen wettelijke rente is derhalve terecht gevorderd. De gevorderde rente over het bedrag van € 3.589,01 zal worden toegewezen met ingang van 1 december 2025, nu uit het voorgaande blijkt dat de rente reeds tot en met november 2025 is toegewezen. In zoverre ligt de vordering van VvE [locatie] voor toewijzing gereed. De kantonrechter is niet bevoegd een door [gedaagde] gewenste betalingsregeling vast te stellen en zal dit daarom niet doen.
4.2.
De kantonrechter zal [gedaagde] voorts veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting iedere maand die na 30 november 2025 vervalt een bedrag van € 330,- te betalen. Indien [gedaagde] dit niet tijdig betaalt, zal dit bedrag worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf telkens de eerste dag van de maand van elke periode tot aan de voldoening, gedurende de periode dat [gedaagde] lid is van VvE [locatie] , met een maximum van € 25.000,-. Hierbij heeft te gelden dat dit bedrag zal worden aangepast naar de jaarlijkse verlagingen of verhogingen conform rechtsgeldig door VvE [locatie] genomen besluiten.
4.3.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden inclusief BTW toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De gevorderde kosten voor het uittreksel uit het Kadaster zijn onterecht gevorderd. Voor zover deze kosten door de gemachtigde van de VvE zijn gemaakt, moeten ze worden aangemerkt als informatiekosten die zijn gemaakt bij de voorbereiding van de procedure.
4.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VvE [locatie] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.035,64
4.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan VvE [locatie] te betalen een bedrag van € 3.658,33, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 3.589,01, met ingang van 1 december 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan VvE [locatie] te betalen een bedrag van € 330,- per maand aan VvE-bijdrage, zo lang hij lid is van VvE [locatie] vanaf de maand december 2025, vermeerderd met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de uiterlijke betaaldag van iedere termijn tot de dag dat volledig is betaald, voor zover een en ander inclusief het onder 5.1. genoemde bedrag een bedrag van € 25.000,- niet te boven gaat. Dit bedrag van € 330,- wordt aangepast naar de jaarlijkse verlagingen of verhogingen conform rechtsgeldig door VvE [locatie] genomen besluiten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.035,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.