ECLI:NL:RBZWB:2026:6246

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
12127554 OV VERZ 26-756 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Speekenbrink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtigingsverzoek belastingvrije schenking aan moeder onder bewind

Verzoekster, tevens bewindvoerder en moeder van betrokkene, verzocht om machtiging voor een belastingvrije schenking van €2.769 uit het vermogen van betrokkene aan zichzelf. Het verzoek werd mondeling behandeld op 22 juni 2026. Verzoekster wilde het bedrag gebruiken voor beglazing van haar balkon en was in de veronderstelling dat betrokkene jaarlijks aan haar mocht schenken zolang zijn vermogen boven €35.000 bleef.

Betrokkene is wilsonbekwaam en niet in staat toestemming te geven voor de schenking. In 2024 en 2025 had verzoekster reeds toestemming gekregen voor soortgelijke belastingvrije schenkingen. De kantonrechter oordeelde dat een schenkingstraditie vereist is om een dergelijk verzoek toe te wijzen indien betrokkene wilsonbekwaam is. Omdat betrokkene voor de instelling van het bewind niet in staat was om te schenken, is er geen schenkingstraditie ontstaan.

De eerdere machtigingen in 2024 en 2025 betroffen eenmalige schenkingen en vormen geen precedent. De kantonrechter benadrukte dat het vermogen van betrokkene wel gebruikt kan worden voor zijn welzijn, bijvoorbeeld voor uitstapjes met begeleiding. Het verzoek tot schenking in 2026 werd daarom afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging van de belastingvrije schenking aan de moeder wordt afgewezen wegens het ontbreken van een schenkingstraditie.

Uitspraak

ECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 12127554 OV VERZ 26-756
dossiernummer : BM 9755
datum : 6 juli 2026

beschikking op een verzoek tot machtiging

op verzoek van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonadres 1] ,
hierna te noemen: verzoekster
met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
wonende te [woonadres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 5 maart 2026;
  • de aanvullende informatie, ontvangen op 13 maart 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 22 juni 2026, in aanwezigheid van verzoekster, tevens bewindvoerder en moeder van betrokkene, en [persoon 1] , echtgenoot van verzoekster en vader van betrokkene. [persoon 2], medebewindvoerder, is hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet ter zitting verschenen. De griffier heeft tijdens de zitting aantekeningen gemaakt.

beoordeling

Verzoekster vraagt machtiging voor de belastingvrije schenking in 2026 van € 2.769,- uit het vermogen van betrokkene aan zichzelf. Verzoekster wil het bedrag gebruiken voor beglazing van haar balkon. Het vermogen van betrokkene bedroeg op 8 maart 2026 € 41.198,29.
Ter zitting geeft verzoekster aan dat zij in de veronderstelling is dat betrokkene jaarlijks aan haar mag schenken zolang zijn vermogen niet onder de grens van € 35.000,- komt. Verzoekster wil niet dat wanneer betrokkene komt te overlijden zijn spaargeld naar de familie gaat, ze hebben namelijk nooit naar betrokkene om gekeken. In 2024 en 2025 heeft verzoekster toestemming gekregen van de kantonrechter voor de belastingvrije schenking uit het vermogen van betrokkene aan zichzelf. Betrokkene is niet in staat om toestemming te geven voor dit schenkingsverzoek.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Als betrokkene wilsonbekwaam is, kan een verzoek om te schenken alleen worden toegewezen als een schenkingstraditie wordt aangetoond. Een schenkingstraditie kan worden aangetoond door te laten zien dat betrokkene vóór de instelling van het bewind gedurende meerdere jaren een bepaald bedrag heeft geschonken aan verzoekster. Hier is echter geen sprake van aangezien betrokkene hier voor de instelling van het bewind niet toe in staat is geweest. De kantonrechter heeft in 2024 en 2025 de belastingvrije schenking uit het vermogen van betrokkene aan verzoekster toegewezen. Echter, hiermee is geen schenkingstraditie ontstaan. In de beschikking van 18 april 2025 is door de behandeld kantonrechter opgenomen dat het een eenmalige schenking uit het vermogen van betrokkene aan verzoekster betreft. Het vermogen van betrokkene kan door verzoekster bijvoorbeeld wel gebruikt worden om uitstapjes met begeleiding voor betrokkene te regelen. De kantonrechter zal het verzoek tot de schenking van het belastingvrije bedrag van € 2.769,- in 2026 dan ook afwijzen.

beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Speekenbrink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.