ECLI:NL:RBZWB:2026:629

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
C/02/433459 / HA ZA 25-170 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van der Lende - Mulder Smit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:299 BWArt. 3:170 lid 2 BWArt. 3:300 lid 1 BWArt. 3:300 lid 2 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling en verdeling nalatenschap met afwijzing verrekening dwangsommen erfgenaam

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 14 januari 2026 uitspraak gedaan in een bodemzaak betreffende de vaststelling en verdeling van de nalatenschap van een overledene. Eisers, drie erfgenamen, vorderden onder meer een machtiging voor beheer en lichte vereffening van de nalatenschap, vaststelling van de omvang van de nalatenschap en een verdeling van de nalatenschap inclusief toedeling van een perceel weiland aan één erfgenaam.

De rechtbank stelde de omvang van de nalatenschap vast op een positief saldo van €627.781,24, exclusief nog nader te bepalen posten. De nalatenschap werd verdeeld onder vier erfgenamen, waarbij ieder erfgenaam een gelijk erfdeel van €143.555,08 toekomt. Eén erfgenaam kreeg het perceel weiland toegedeeld ter waarde van €94.000, met een contante uitkering van het restant van haar erfdeel.

De rechtbank wees de gevorderde verrekening van door één erfgenaam verbeurde dwangsommen en proceskosten binnen de nalatenschapsverdeling af. Deze vordering is een persoonlijke vordering van de eisers jegens die erfgenaam en maakt geen deel uit van de nalatenschap. De gevraagde machtiging voor beheer en lichte vereffening werd eveneens afgewezen omdat met dit vonnis de nalatenschap is verdeeld en de vereffening is afgesloten.

Ten slotte werd de gedaagde erfgenaam veroordeeld in de proceskosten van €1.575,45. Het vonnis treedt in de plaats van een notariële akte voor de levering van het perceel weiland indien medewerking van de gedaagde uitblijft.

Uitkomst: De nalatenschap wordt vastgesteld en verdeeld onder erfgenamen zonder verrekening van dwangsommen, en de machtiging voor beheer wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: C/02/433459 / HA ZA 25-170
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [plaats 1] ,
2.
[eiser 2],
te [plaats 2] , Canada,
3.
[eiser 3],
te [plaats 3] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: eisers,
advocaat: mr. P.C. van der Kuijl,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis, tevens vonnis in het incident van 14 mei 2025, met de daarin genoemde stukken,
- de akte overlegging producties tevens nadere onderbouwing vorderingen c.q. eiswijziging in de hoofdzaak van eisers, welke akte bij exploot van 21 november 2025 aan [gedaagde] is betekend.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Verwezen wordt naar het incidenteel tussenvonnis van 14 mei 2025, waarin (onder meer) aan [eiser 1] een machtiging is verleend om de erfgenamen in de nalatenschap van erflater te vertegenwoordigen en eisers in de gelegenheid zijn gesteld hun vorderingen nader te onderbouwen.
2.2.
Eisers hebben bij akte hun vorderingen nader onderbouwd en hun eis gewijzigd. Zij vorderen nu, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. [eiser 1] op grond van artikel 3:299 BW Pro te machtigen om alle erfgenamen te vertegenwoordigen ter zake van het beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW Pro over de nalatenschap van erflater, alsmede ter zake van de lichte vereffening van de nalatenschap. Deze bevoegdheid tot vertegenwoordiging betreft onder meer het aannemen van aan de nalatenschap verschuldigde prestaties, waaronder het innen van banktegoeden, het betalen van de schulden en van de begrafenis- of crematiekosten, het doen van de vereiste belastingaangiften en het betalen van de verschuldigde belastingen. Ook dient de volmacht te omvatten het incasseren van verzekeringsuitkeringen en het verrichten van alle daarmee samenhangende handelingen, ook voor zover de uitkering als zelfstandig recht buiten de nalatenschap om wordt verkregen door de (of een van de) erfgenamen als begunstigde(n). Tevens dient de volmacht zich uit te strekken tot de bevoegdheid alle erfgenamen te vertegenwoordigen bij beschikkingshandelingen over de goederen van de nalatenschap;
b. de actuele omvang van de nalatenschap van erflater vast te stellen op een positief saldo van € 627.781,24 + PM;
c. de wijze van verdeling van de nalatenschap te gelasten zoals omschreven bij randnummer 13 van de akte,
- aldus dat aan [gedaagde] toekomt het begrote bedrag van € 137.604,80 + PM, waarop in mindering mag worden gebracht ¼ deel van de kosten van de notariële verdelingsakte en de in de hoofdzaak ten laste van [gedaagde] gevorderde proceskostenveroordeling,
- aldus dat het restantsaldo verdeeld dient te worden tussen eisers, ieder voor gelijke delen, met dien verstande dat aan [eiser 2] wordt toebedeeld het registergoed perceel weiland te [plaats 4] , [kadastrale gegevens] (hierna: het perceel weiland) voor een waarde van € 94.000,- en dat het restant van het hem toekomende hem in contanten zal worden uitgekeerd,
- daarbij te bepalen dat dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW Pro dezelfde kracht heeft als een notariële akte tot verdeling van het betreffende registergoed te [plaats 4] ( [kadastrale gegevens] ) waarbij dit registergoed volledig aan [eiser 2] wordt toegedeeld, dan wel dezelfde kracht heeft als een door [gedaagde] te ondertekenen volmacht aan [eiser 1] om de beoogde verdeling van het betreffende registergoed te [plaats 4] ook namens haar te verrichten;
d. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
2.3.
[gedaagde] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
2.4.
De rechtbank zal de actuele omvang van de nalatenschap, gelet op de boedelbeschrijving en het taxatierapport betreffende het perceel weiland te [plaats 5], vaststellen op € 627.781,24 + PM. De daarvoor aangevoerde en niet weersproken gronden kunnen deze vordering dragen en komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor.
2.5.
Ten aanzien van de verdeling van de nalatenschap onder de erfgenamen, te weten eisers en [gedaagde] , geldt dat eisers als uitgangspunt hebben genomen dat van de nalatenschap (na verrekening van de verwachte erfbelasting van € 52.810,92 en de kosten van het taxatierapport van € 750,00) een te verdelen bedrag van € 574,220,32 overblijft. Deze (niet weersproken) berekening brengt de conclusie met zich, dat het aan ieder van de vier erfgenamen toekomende erfdeel € 143.555,08 bedraagt. De rechtbank is van oordeel dat het saldo van de nalatenschap op deze wijze onder de erfgenamen dient te worden verdeeld. Voor verrekening van de ten laste van [gedaagde] verbeurde dwangsommen en proceskosten is hierbij geen plaats. Als [gedaagde] de dwangsommen verschuldigd is geraakt, dan is dat een vordering van eisers in persoon jegens haar. Deze vordering maakt geen deel uit van de te verdelen nalatenschap. Zou wel worden verrekend binnen de verdeling, dan zou [gedaagde] aanspraak hebben op 1/4e deel van de door haar verbeurde dwangsommen en proceskosten. Dit is een onjuiste benadering. Om de dwangsommen en proceskosten te incasseren dienen eisers een andere juridische route te bewandelen.
2.6.
Met betrekking tot de gevorderde toedeling van het perceel weiland aan [eiser 2] is de rechtbank van oordeel dat de daarvoor aangevoerde, niet weersproken gronden, de vordering kunnen dragen, zodat deze vordering zal worden toegewezen. Eisers vorderen daarbij dat de rechtbank toepassing geeft aan het bepaalde in artikel 3:300 lid 1 BW Pro. Omdat het hier gaat om de levering van een onroerende zaak, zal de rechtbank met toepassing van artikel 3:300 lid 2 BW Pro bepalen dat indien medewerking van [gedaagde] aan het opmaken van de voor de levering vereiste akte(n) uitblijft, het vonnis in de plaats zal treden van die akte(n).
2.7.
De gevorderde machtiging als bedoeld in artikel 3:299 BW Pro wordt afgewezen. Met dit vonnis is de gemeenschap verdeeld en is de fase van de vereffening en het beheer van de gemeenschap voorbij.
2.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisers worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
921,00
(1,5 punten × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.575,45

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
stelt de actuele omvang van de nalatenschap vast op € 627.781,24 + PM,
3.2.
stelt de verdeling van de nalatenschap van erflater vast als volgt:
3.2.1.
deelt toe aan [eiser 1] , [eiser 3] en [gedaagde] ieder een bedrag van € 143.555,08,
3.2.2.
deelt toe aan [eiser 2] het registergoed perceel weiland te [plaats 4] , [kadastrale gegevens] voor een waarde van € 94.000,- alsmede een bedrag van
€ 49.555,08, dus in totaal eveneens € 143.555,08,
3.3.
bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van een in wettige vorm opgemaakte notariële akte voor zover vereist voor de levering van het perceel weiland genoemd onder 3.2.2. aan [eiser 2] ,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.575,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende - Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.