ECLI:NL:RBZWB:2026:63
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betaling griffierecht
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de beslissing van de Raad van Bestuur van Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs tot verwijdering van haar dochter als leerling van een school. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.
De kern van de beoordeling betreft de betaling van het griffierecht van €194,-. De griffier heeft verzoekster bij aangetekende brief van 2 december 2025 een termijn van twee weken gegeven om het griffierecht te voldoen. De brief is op 4 december 2025 bezorgd bij de gemachtigde van verzoekster. Verzoekster heeft het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald en heeft geen verontschuldiging voor dit verzuim gegeven.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de voorzieningenrechter het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 9 januari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.