Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: de verdachte). Omstreeks 14.12 uur, vrijwel direct na het incident, stuurt zij weer een bericht naar [persoon] dat ze haar moet spreken, dat de buurman haar heeft opgepakt bij de voordeur en aan haar heeft gezeten. Verder stuurt zij dat er dingen zijn gebeurd die niet oké waren. Ook blijkt uit het onderzoek aan de telefoon van [slachtoffer] dat zij eerder, te weten in september 2024, aan verdachte kenbaar heeft gemaakt dat zij niet meer wil dat hij haar aanraakt en dat ze alleen sigaretten wil. Tot slot volgt uit het rapport van Eurofins dat er bij een vergelijkend DNA-onderzoek een match is gevonden tussen het DNA dat is aangetroffen op de buitenzijde van de achterzijde van de heupband van de onderbroek van [slachtoffer] en het DNA van verdachte, met een bewijskracht van 29.000.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een gevangenisstraf van 26 (zesentwintig) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;