ECLI:NL:RBZWB:2026:6367
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
De heffingsambtenaar legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat op 24 augustus 2024 omstreeks 15:45 uur geen parkeerbelasting was voldaan terwijl de auto geparkeerd stond op een locatie waar betaald parkeren geldt. Belanghebbende betaalde de parkeerbelasting pas om 15:49 uur en voerde aan dat dit kwam door een storing in de parkeerapp en slechte zichtbaarheid van de parkeerautomaat.
De rechtbank oordeelt dat de parkeerbelasting bij aanvang van het parkeren moet worden voldaan en dat de parkeerder onverwijld en ononderbroken handelingen moet verrichten om dit te realiseren. De enkele verklaring van belanghebbende over een storing in de parkeerapp is onvoldoende onderbouwd en niet geloofwaardig, mede omdat geen storing bekend was bij de heffingsambtenaar en belanghebbende later alsnog betaalde.
Ook de stelling dat de parkeerautomaat slecht zichtbaar was wordt verworpen op basis van foto’s waaruit blijkt dat de automaat met een blauw bord duidelijk is aangegeven. De rechtbank acht het aannemelijk dat belanghebbende niet tijdig handelde en de redelijke termijn om te betalen heeft overschreden.
Daarom is de naheffingsaanslag terecht opgelegd en blijft deze gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.