ECLI:NL:RBZWB:2026:6372
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Schouwen-Duiveland
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1967 met een gebruikersoppervlakte van 104 m2, gelegen op een perceel van 1.585 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2024 vast op €1.105.000 en legde op basis daarvan de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2025 op. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt dat de woning maximaal €850.000 waard is.
De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt bepaald door vergelijking met referentiewoningen die recent zijn verkocht en voldoende vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie referentiewoningen zijn vergeleken en gecorrigeerd voor verschillen in oppervlakte, kwaliteit, onderhoud en voorzieningen.
De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar op transparante wijze rekening heeft gehouden met de verschillen, waaronder de staat van onderhoud en een lekkage in de schoorsteen. Ook de grondwaarde is aannemelijk gemaakt aan de hand van een recente verkoop van een nabijgelegen bouwkavel met een hogere m2-prijs.
Omdat belanghebbende geen aanvullende gegevens heeft overgelegd die een lagere waarde aannemelijk maken, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. De WOZ-waarde en de aanslag OZB blijven gehandhaafd, en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde en aanslag blijven gehandhaafd.