ECLI:NL:RBZWB:2026:6373
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Schouwen-Duiveland
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning te Schouwen-Duiveland, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2023 is vastgesteld op €288.000. Tegen deze waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag OZB is bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen. Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €230.000 bedraagt.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder aanwezigheid van belanghebbende, die correct was uitgenodigd maar niet is verschenen. De heffingsambtenaar heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix gebaseerd op vergelijkingsmethode met vier referentiewoningen, waarvan drie als voldoende vergelijkbaar zijn beoordeeld. Eén referentiewoning is buiten beschouwing gelaten vanwege onvoldoende vergelijkbaarheid.
Belanghebbende bracht een eigen taxatierapport in met een lagere waarde, maar dit rapport is niet bruikbaar geacht vanwege afwijkende waardepeildatum, beperkte onderbouwing en minder relevante referentiewoningen. Ook een vergelijking met de WOZ-waarde van een andere woning is niet relevant. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende heeft aangetoond dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €288.000 blijft gehandhaafd.