Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 24 maanden;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 12 augustus 2025 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden met 25 kilogram ketamine in een auto nabij de Belgische grens. Verdachte verklaarde dat hij op verzoek van onbekenden een doos vervoerde waarvan hij vermoedde dat deze illegale inhoud bevatte, wat de rechtbank kwalificeerde als voorwaardelijk opzet.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander opzettelijk ketamine in voorraad had zonder de vereiste registratie volgens de Geneesmiddelenwet. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
De officier van justitie eiste 36 maanden gevangenisstraf, maar de rechtbank matigde dit tot 24 maanden vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn buitenlandse verblijf en gezondheidsklachten. De straf wordt verminderd met de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Ketamine wordt erkend als een geneesmiddel dat ook als partydrug wordt gebruikt en vergelijkbaar is met harddrugs. De rechtbank benadrukte de maatschappelijke nadelen van de handel in dergelijke middelen en sloot aan bij de straffen die voor harddrugs worden opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige economische kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 4 februari 2026.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplegen van het in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine.