ECLI:NL:RBZWB:2026:6412

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/02/442172 (T)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:44 lid 4 BWArt. 4:149 lid 1 sub d BWArt. 4:202 lid 1 sub a BWArt. 21 lid 5 Successiewet 1956Art. 24 Successiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen misbruik van omstandigheden bij koopovereenkomst woning; bewijsopdracht betaling kosten

De executeurs van de nalatenschap van de erflater vorderen vernietiging van de koopovereenkomst van een woning, stellende dat deze onder invloed van misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. De kopers betwisten dit en vorderen nakoming van de overeenkomst.

De rechtbank oordeelt dat de executeurs bevoegd zijn de procedure te voeren, ondanks beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap door erfgenamen, omdat de executeurs kunnen aantonen dat de boedel ruimschoots toereikend is. De stellingen van misbruik van omstandigheden worden niet bewezen: er is onvoldoende onderbouwing van een afhankelijkheidsrelatie of abnormale geestestoestand van de erflater ten tijde van het sluiten van de overeenkomst.

De rechtbank stelt vast dat er een verkoopproces heeft plaatsgevonden waarbij de executeur betrokken was en dat de koopprijs en inhoud van de overeenkomst niet onverwacht waren. De vordering tot vernietiging wordt afgewezen.

In reconventie vorderen de kopers nakoming van de overeenkomst en levering van de woning. De rechtbank wijst erop dat kopers moeten aantonen dat zij de kosten voortvloeiend uit de koopovereenkomst kunnen betalen, waaronder koopsom, schenkingsbelasting, overdrachtsbelasting en transportkosten. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering hierover.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst af en draagt kopers op bewijs te leveren dat zij de kosten kunnen betalen.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/442172 / HA ZA 25-638
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van

1.[de executeur] ,

wonende te [plaats 1] ,
2.
mr. [de notaris/executeur],
notaris te [plaats 2] ,
beiden handelend in hun hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [de erflater] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: ‘de executeurs’,
advocaat: mr. G.V.M. van den Hoven,
tegen

1.[persoon 1] ,2. [persoon 2] ,

beiden wonende te [plaats 1] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: ‘ [kopers woning] ’,
advocaat: mr. R.S. Namjesky.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 28 januari 2026, met de daarin genoemde stukken;
  • de conclusie van antwoord in reconventie;
  • de mondelinge behandeling van 19 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Mr. Van den Hoven heeft spreekaantekeningen overgelegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[de executeur] en [de notaris/executeur] zijn executeurs in de nalatenschap van de heer [de erflater] (hierna: ‘ [de erflater] ’).
2.2.
[de erflater] was eigenaar van de woning aan [adres 1] te [plaats 1] .
2.3.
[kopers woning] huren de woning aan [adres 2] te [plaats 1] en zijn buren van [de erflater] .
2.4.
[de executeur] is de andere buurman van [de erflater] , woonachtig op [adres 3] te [plaats 1] . [de executeur] was mantelzorger van [de erflater] . Daarnaast is [de executeur] bij levenstestament van 10 januari 2022 benoemd tot gevolmachtigde van [de erflater] op het moment dat [de erflater] niet langer wilsbekwaam zou zijn.
2.5.
Op 7 maart 2024 hebben [de erflater] als verkoper en [kopers woning] als kopers een koopovereenkomst gesloten, waarbij [de erflater] aan [kopers woning] zijn woning heeft verkocht voor een bedrag van € 150.000,-. Overeengekomen is dat levering van de woning pas zal plaatsvinden na overlijden van [de erflater] of wanneer hij om gezondheidsredenen niet meer in de woning kan blijven wonen. De koopovereenkomst is ook door [de executeur] ondertekend. [de executeur] heeft op 7 maart 2024 een aanvulling (hierna: ‘annex’) gemaakt op de koopovereenkomst, die door partijen is ondertekend.
2.6.
[de erflater] is op 27 februari 2025 verhuisd naar een woonzorgcentrum.
2.7.
Op enig moment is tussen partijen discussie ontstaan over (de geldigheid van) de koopovereenkomst. Partijen zijn onderling niet tot een oplossing gekomen.
2.8.
Op 17 november 2025 hebben [de erflater] en [de executeur] (als gevolmachtigde op grond van het levenstestament) de dagvaarding uitgebracht.
2.9.
[de erflater] is op 27 november 2025 overleden.
2.10.
Enig erfgenamen in de nalatenschap zijn KWF Kankerbestrijding en Stichting Met je hart.
2.11.
De executeurs hebben onderhavige procedure overgenomen.

3.Het geschil

in conventie: de eis van de executeurs
3.1.
De executeurs vorderen vernietiging van de op 7 maart 2024 tussen [de erflater] als verkoper en [kopers woning] als kopers gesloten koopovereenkomst voor de woning aan [adres 1] in [plaats 1] , met veroordeling van [kopers woning] in de proceskosten.
3.2.
De executeurs leggen aan hun vordering ten grondslag dat de rechtshandeling van [de erflater] tot verkoop van de woning onder invloed van misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.
3.3.
[kopers woning] vinden primair dat de executeurs niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat de executeurs niet bevoegd zijn deze procedure te voeren. Subsidiair vinden [kopers woning] dat de vordering van de executeurs moet worden afgewezen, omdat de rechtshandeling van [de erflater] niet onder invloed van misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. De executeurs moeten volgens [kopers woning] worden veroordeeld in de proceskosten.
in reconventie: de tegeneis van [kopers woning]
3.4.
[kopers woning] vorderen:
I. de erfgenamen van [de erflater] te veroordelen om binnen vier weken na betekening van het vonnis volledige medewerking te verlenen aan levering van de woning aan [adres 1] te [plaats 1] ;
II. te bepalen dat het vonnis in de plaats treedt van de voor het opmaken van de leveringsakte vereiste wilsverklaringen van de erfgenamen van [de erflater] als zij geen gevolg geven aan verplichting tot levering, zodat levering zal plaatsvinden door inschrijving van het vonnis samen met de leveringsakte in de daartoe bestemde openbare registers;
III. met veroordeling van de executeurs in de proceskosten.
3.5.
[kopers woning] leggen aan de vordering ten grondslag dat de executeurs de koopovereenkomst tussen [de erflater] en [kopers woning] moeten nakomen.
3.6.
De executeurs vinden dat de vorderingen van [kopers woning] moet worden afgewezen en dat [kopers woning] in de proceskosten moeten worden veroordeeld.

4.De beoordeling

in conventie: de eis van de executeurs
De executeurs zijn bevoegd
4.1.
[kopers woning] stellen dat de executeurs niet bevoegd zijn om deze procedure te voeren. De nalatenschap van [de erflater] is door de erfgenamen beneficiair aanvaard en deze moet worden vereffend. Door deze vereffeningsprocedure eindigt de rol van de executeurs, zo stellen [kopers woning] .
4.2.
De executeurs hebben hiertegen geen inhoudelijk verweer gevoerd.
4.3.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het boedelregister blijkt dat de erfgenamen de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard. Uitgangspunt is dat beneficiaire aanvaarding door één of meer erfgenamen ertoe leidt dat de nalatenschap moet worden vereffend [1] . In geval van vereffening eindigt de taak van een executeur [2] . Maar niet in alle gevallen bestaat bij beneficiaire aanvaarding een verplichting tot vereffening. Zo hoeft er niet vereffend te worden als er (1) een executeur is die de opeisbare schulden en legaten mag voldoen en (2) deze kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen [3] . In dit geval blijkt uit de door de executeurs overgelegde verklaring van executele [4] dat de executeurs bevoegd zijn tot het doen van de opeisbare schulden en legaten én dat de boedel ruimschoots toereikend is [5] . Tussen partijen staat de geldigheid of de juistheid van de inhoud van de verklaring van executele niet ter discussie. De nalatenschap hoeft dus niet te worden vereffend. De executeurs zijn daarom bevoegd onderhavige procedure te voeren.
Geen misbruik van omstandigheden
4.4.
De executeurs hebben aan hun stelling dat sprake is van misbruik van omstandigheden het volgende ten grondslag gelegd. [de erflater] heeft zijn woning voor een bedrag van € 150.000,- verkocht, terwijl de woning € 625.000,- waard is. Ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst bevond [de erflater] zich ten opzichte van [kopers woning] in een kwetsbare positie. Gezien zijn hoge leeftijd, het sociale isolement waarin hij verkeerde en de zorg die [kopers woning] aan [de erflater] verleenden, was sprake van een afhankelijkheidsrelatie. Daarnaast bevond [de erflater] zich in een abnormale geestestoestand. Hij was enkele dagen voor het sluiten van de koopovereenkomst uit het ziekenhuis ontslagen en gebruikte meerdere medicijnen tegelijk, die zorgden voor verwardheid, sufheid en vergeetachtigheid bij [de erflater] . Bovendien lag het initiatief voor de verkoop volledig bij [kopers woning] . Er is voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst niet over een verkoop gesproken en er hebben geen onderhandelingen plaatsgevonden. [kopers woning] hebben de koopovereenkomst tijdens de ziekenhuisopname van [de erflater] opgesteld en een paar dagen na het ontslag van [de erflater] laten ondertekenen. [de erflater] is op 7 maart 2025 door [kopers woning] opgehaald uit zijn woning en naar de woning van [kopers woning] gebracht voor een verjaardagspartijtje van [persoon 2] . Tijdens deze bijeenkomst hebben [kopers woning] een reeds door hen opgestelde koopovereenkomst ter ondertekening aan [de erflater] voorgelegd. [kopers woning] wisten of moesten begrijpen dat [de erflater] door de afhankelijkheidsrelatie en door zijn abnormale geestestoestand werd bewogen tot het sluiten van de koopovereenkomst. [kopers woning] hebben geen enkel moment geprobeerd zekerheid te krijgen over de wil van [de erflater] om de koopovereenkomst te sluiten. Zij hebben het tot stand komen van de koopovereenkomst bevorderd, terwijl zij zich juist van het bevorderen van de verkoop hadden moeten onthouden, zo stellen de executeurs.
4.5.
[kopers woning] hebben gemotiveerd betwist dat zij misbruik van omstandigheden hebben gemaakt. [kopers woning] betwisten dat er een afhankelijkheidsrelatie bestond met [de erflater] . Ook betwisten [kopers woning] dat [de erflater] ten tijde van het tekenen van de koopovereenkomst in een abnormale geestestoestand verkeerde. De verkoop van de woning was het resultaat van een langer lopend en open traject dat al in augustus 2023 was begonnen. [kopers woning] hebben vooraf met [de executeur] een concept van de koopovereenkomst gedeeld en daarop heeft [de executeur] opmerkingen gemaakt. De inhoud van de koopovereenkomst kwam dus niet onverwacht. [kopers woning] betwisten dat het niet de wil was van [de erflater] om zijn woning voor dit bedrag aan hen te verkopen.
4.6.
De rechtbank overweegt als volgt. Een van de basisbeginselen van het sluiten van overeenkomsten is de contractvrijheid. Dit houdt in dat een partij zelf mag bepalen met wie zij een overeenkomst sluit en wat de inhoud daarvan is. Dat is het uitgangspunt en de rechtsgevolgen van een overeenkomst worden dus in de eerste plaats bepaald door wat partijen zijn overeengekomen. De contractvrijheid is echter niet onbeperkt. Er kan in bijzondere omstandigheden worden ingegrepen in de contractvrijheid van partijen, bijvoorbeeld als de overeenkomst door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.
4.7.
Van misbruik van omstandigheden is sprake wanneer iemand weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden (zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid) wordt bewogen tot het verrichten van een rechtshandeling, en hij het tot stand komen daarvan bevordert, terwijl hij zich daarvan had behoren te onthouden [6] . Voor een geslaagd beroep op misbruik van omstandigheden moet daarom niet alleen sprake zijn van bijzondere omstandigheden, maar ook van een voldoende causaal verband tussen die omstandigheden en het sluiten van de overeenkomst.
4.8.
De hoofdregel is dat degene die zich beroept op misbruik van omstandigheden de stelplicht en de bewijslast heeft, in dit geval de executeurs.
4.9.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is gebleken van misbruik van omstandigheden door [kopers woning] en licht dat als volgt toe.
4.10.
De rechtbank gaat niet mee in de stelling van de executeurs dat sprake was van een afhankelijkheidsrelatie van [de erflater] met [kopers woning] . Daarvoor hebben de executeurs onvoldoende onderbouwd gesteld. Vaststaat dat [kopers woning] bepaalde zorgtaken voor [de erflater] verrichtten, zoals koken, samen met [de erflater] boodschappen doen en [de erflater] vervoeren naar het graf van zijn overleden vrouw. Tegelijkertijd staat vast dat ook anderen, waaronder [de executeur] zelf en een thuiszorgorganisatie, bij de verzorging en ondersteuning van [de erflater] betrokken waren. [de erflater] was dus niet enkel van [kopers woning] afhankelijk. Ook uit de aard van de verrichte zorgtaken kan niet worden afgeleid dat [de erflater] in overwegende mate afhankelijk was van de zorg van [kopers woning] .
4.11.
De executeurs hebben ook onvoldoende onderbouwd gesteld dat [de erflater] ten tijde van de ondertekening van de koopovereenkomst in een abnormale geestestoestand verkeerde. Vaststaat dat [de erflater] ten tijde van het ondertekenen van de koopovereenkomst op 7 maart 2024 niet wilsonbekwaam was. Dat [de erflater] op leeftijd was, kort daarvoor in het ziekenhuis had gelegen en medicatie gebruikte, is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat sprake was van een abnormale geestestoestand. [kopers woning] hebben gemotiveerd betwist dat de medicatie tot verwardheid, sufheid en vergeetachtigheid bij [de erflater] heeft geleid ten tijde van het ondertekenen van de koopovereenkomst. Een medische verklaring dat deze omstandigheden (waaronder de medicatie) tot een abnormale geestestoestand hebben geleid, ontbreekt.
4.12.
Daarnaast volgt de rechtbank de executeurs niet in hun stelling dat [kopers woning] in belangrijke mate de inhoud van de koopovereenkomst hebben bepaald en dat zij [de erflater] hebben bewogen tot het tekenen van de koopovereenkomst. Van belang daarbij is dat ter zitting is gebleken dat er wel degelijk een verkoopproces is geweest en dat [de executeur] daarbij betrokken is geweest. Zo heeft [de executeur] ter zitting verklaard dat hij eerder dan 7 maart 2024 met [kopers woning] heeft gesproken over de verkoop van de woning van [de erflater] en dat hij het wel zou zien zitten als [kopers woning] zijn buren zouden worden. Ook hebben [kopers woning] hun verbouwplannen met [de executeur] besproken. [de executeur] heeft ook verklaard dat hij in een later stadium met [kopers woning] over de verkoopprijs van € 150.000,- heeft gesproken. Tot slot heeft [de executeur] verklaard dat hij ervan schrok toen de verkoopafspraken eenmaal op papier stonden en de handtekeningen waren gezet, dat hij toen een annex heeft gemaakt en dat hij daarna bereid was zijn handtekening te zetten, wat hij ook heeft gedaan. Deze verklaringen passen niet bij het beeld dat de verkoop en de hoogte van de koopsom voor [de erflater] en [de executeur] als een verrassing kwamen en uitsluitend door [kopers woning] zijn bepaald. Integendeel, daaruit volgt dat ook [de executeur] bij de totstandkoming en inhoud van de overeenkomst betrokken is geweest.
4.13.
Verder weegt de rechtbank mee dat [de executeur] heeft verklaard dat hij pas ongeveer een jaar na de ondertekening heeft gesproken met [de erflater] over vernietiging van de koopovereenkomst, nadat [de erflater] naar het woonzorgcentrum was verhuisd en levering van de woning aan de orde kwam. Volgens [de executeur] heeft [de erflater] in de periode daarvoor zelf nooit aangegeven dat hij ontevreden was over de verkoop of de overeengekomen koopprijs. Ook weegt mee dat verklaringen van [de erflater] zelf, over zijn wil of wens over de verkoop van de woning, ontbreken.
Conclusie
4.14.
Al met al kan niet worden vastgesteld dat [de erflater] de koopovereenkomst heeft gesloten onder invloed van een wilsgebrek. De hiervoor besproken feiten en omstandigheden zijn, alles in samenhang bezien, onvoldoende om misbruik van omstandigheden aan te nemen, De vordering van de executeurs zullen daarom bij eindvonnis worden afgewezen.
4.15.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in reconventie: de tegeneis van [kopers woning]
Reconventionele vordering tegen erfgenamen
4.16.
[kopers woning] hebben gevorderd de erfgenamen van [de erflater] te veroordelen om volledige medewerking te verlenen aan levering van de woning. De rechtbank begrijpt deze vordering echter zo dat zij is gericht tegen de executeurs en niet tegen de erfgenamen. Dit past bij de wijze waarop de procedure na schorsing is hervat en de wijze waarop partijen hun discussie op zitting hebben gevoerd.
Bewijsopdracht artikel 4 annex Pro koopovereenkomst
4.17.
De executeurs stellen (uiteindelijk) dat de koopovereenkomst is ontbonden, omdat [kopers woning] niet hebben voldaan aan artikel 4 van Pro de annex. In artikel 4 van Pro de annex staat: “
[persoon 1] en [persoon 2] dienen aan te tonen, dat kosten voortvloeiend uit deze overeenkomst kunnen worden betaald. Zo niet dan vervalt de overeenkomst”. Volgens de executeurs hebben [kopers woning] niet aangetoond dat zij de kosten voortvloeiend uit de koopovereenkomst kunnen betalen. Onder de “kosten voortvloeiend uit deze overeenkomst” bestaan de koopsom van € 150.000,-, de schenkingsbelasting, de overdrachtsbelasting en de transportkosten, zo stellen de executeurs.
4.18.
[kopers woning] erkennen dat de koopsom, de overdrachtsbelasting en de transportkosten onder artikel 4 van Pro de annex vallen. Zij stellen deze bedragen te kunnen betalen en bieden hiervan bewijs aan. De schenkingsbelasting valt volgens [kopers woning] niet onder artikel 4 van Pro de annex. Dat hebben partijen niet zo bedoeld en dat hoefden [kopers woning] ook niet zo te begrijpen. Overigens kunnen [kopers woning] de schenkingsbelasting betalen en zij bieden hiervan bewijs aan.
4.19.
Partijen discussiëren over de vraag of de schenkingsbelasting onder artikel 4 van Pro de annex valt. Voor beantwoording van die vraag moet de rechtbank vaststellen wat partijen met artikel 4 van Pro de annex hebben bedoeld. Daarbij geldt dat de rechtbank niet alleen kijkt naar de letterlijke tekst van de annex, maar ook naar de context waarin de annex is gesloten en naar wat partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten [7] .
4.20.
De rechtbank oordeelt dat de schenkingsbelasting onder artikel 4 van Pro de annex valt. Partijen zijn namelijk in artikel 3 van Pro de annex overeengekomen: “
[persoon 1] en [persoon 2] zijn een fiscale eenheid en schenkingsrecht moet worden opgebracht uit de fiscale eenheid”. Hieruit volgt dat partijen afspraken over de schenkingsbelasting hebben gemaakt. In die context moet artikel 4 van Pro de annex zo worden uitgelegd dat het de bedoeling was dat [kopers woning] deze kosten zou moeten en kunnen betalen. Dat betekent dat [kopers woning] redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat (ook) de schenkingsbelasting onder de reikwijdte van artikel 4 van Pro de annex valt.
4.21.
[kopers woning] stellen dat ze de koopsom, de schenkingsbelasting, de overdrachtsbelasting en de transportkosten kunnen betalen. [kopers woning] hebben ter zitting verwezen naar een document van Zonneveld Finance waaruit zou blijken dat zij € 200.000,- gefinancierd kunnen krijgen. De executeurs betwisten dat [kopers woning] voornoemde kosten kunnen betalen en voeren aan dat een bedrag van € 200.000,- hiervoor onvoldoende is. Volgens de afspraken in artikel 4 van Pro de annex is het aan [kopers woning] om aan te tonen dat zij de koopsom, de schenkingsbelasting, de overdrachtsbelasting en de transportkosten kunnen betalen. Dat impliceert dat [kopers woning] in de eerste plaats moeten aantonen hoe hoog deze kosten zijn en in de tweede plaats dat zij die kosten daadwerkelijk kunnen betalen. De rechtbank zal [kopers woning] opdragen deze twee onderdelen te bewijzen. De hoogte van de koopsom staat tussen partijen vast. De hoogte van de schenkingsbelasting, de overdrachtsbelasting en de transportkosten niet. Voor berekening van de hoogte van de schenkingsbelasting is van belang dat de waarde van de woning is te stellen op de WOZ-waarde van het jaar van verkrijging [8] . Hoe hoog die WOZ-waarde is, welke vrijstellingen gelden [9] en welk toepasselijk tarief geldt [10] , valt onder de bewijsopdracht van [kopers woning] .
4.22.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie: de eis van de executeurs
5.1.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie: de tegeneis van [kopers woning]
5.2.
draagt [kopers woning] op te bewijzen wat de omvang is van de
schenkingsbelasting, de overdrachtsbelasting en de transportkosten en draagt [kopers woning] op te bewijzen dat zij in staat zijn de koopsom van € 150.000,-, de
schenkingsbelasting, de overdrachtsbelasting en de transportkosten te betalen,
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 29 juli 2026voor het nemen van een akte door [kopers woning] waarin [kopers woning] zich uitlaten of zij het onder rechtsoverweging 5.2 bedoelde bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.4.
bepaalt dat, als [kopers woning] geen bewijs door het horen van getuigen willen leveren maar wel
bewijsstukkenwillen overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moeten brengen,
5.5.
bepaalt dat, als [kopers woning]
getuigenwillen laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
augustus 2026tot en met
december 2026dan direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.6.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. V. Hartman, in het gerechtsgebouw te Breda, Stationslaan 10,
5.7.
bepaalt dat
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
5.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. V. Hartman en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.

Voetnoten

1.artikel 4:202 lid 1 sub Pro a, eerste deel zin BW
2.artikel 4:149 lid 1 sub d BW Pro
3.artikel 4:202 lid 1 sub Pro a, tweede deel zin BW
4.productie 16 aan de zijde van de executeurs
5.‘Ruimschootsverklaring’ pagina 5 en 6 verklaring van executele
6.artikel 3:44 lid 4 BW Pro
8.artikel 21 lid 5 van Pro de Successiewet 1956
9.artikel 33 Successiewet Pro
10.artikel 24 Successiewet Pro