ECLI:NL:RBZWB:2026:6426

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000038821:B001 / 12076920 OV VERZ 26-239 / 12224502 OV VERZ 26-1265 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Goossens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:391 BWArt. 1:449 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opheffing bewind en omzetting naar curatele wegens verslechterde situatie betrokkene

Bij beschikking van 15 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant het verzoek tot opheffing van het bewind over betrokkene afgewezen. Het bewind was ingesteld sinds 2013 en Fidinda CBM B.V. is sinds 2022 bewindvoerder. De situatie van betrokkene is verslechterd door terugval in middelengebruik, dakloosheid, ontruiming van de woning wegens overlast en behandeling bij de GGZ.

De kantonrechter oordeelt dat het in het belang van betrokkene is dat hij hulp en begeleiding blijft ontvangen bij het beheer van zijn financiën en dat ook zorgbegeleiding noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek tot opheffing afgewezen, maar wordt het bewind ambtshalve omgezet in curatele. De voorgestelde curator Saulute B.V. wordt benoemd.

Daarnaast is een klacht van de gevolmachtigde van betrokkene tegen de bewindvoerder behandeld, waarin werd gesteld dat de bewindvoerder zonder machtiging de woning ontruimde en daarmee de zorgplicht grof zou hebben geschonden. De rechtbank stelt vast dat vooraf een machtiging is verkregen en dat de ontruiming noodzakelijk was vanwege overlast door betrokkene. De klacht en schadevordering worden ongegrond verklaard.

De beschikking bevat tevens bepalingen over de vergoeding van de curator en de inschrijving in het Centraal curatele- en bewindregister. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoek tot opheffing bewind afgewezen en bewind ambtshalve omgezet in curatele wegens verslechterde situatie betrokkene; klacht ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
zaaknummer : NL:TZ:0000038821:B001 / 12076920 OV VERZ 26-239 /
12224502 OV VERZ 26-1265
dossiernummer : BM 4506
datum : 15 juni 2026
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
Fidinda CBM B.V.,
adres houdend te 3360 AH Sliedrecht, Postbus 300,
hierna te noemen: verzoekster,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
wonende te [woonadres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.procedure

1.1
Bij beschikking van de kantonrechter te Breda van 14 juni 2013 is een bewind ingesteld over alle goederen van betrokkene.
1.2
Bij beschikking van de kantonrechter te Breda van 24 maart 2022 is Fidinda CBM B.V. voornoemd benoemd tot bewindvoerder.
1.3
Klachten
1.3.1
Op 30 januari 2026 is op de griffie een klacht (met bijlagen) ontvangen van [gevolmachtigde] , de gevolmachtigde van betrokkene.
1.3.2
[persoon 1] heeft namens de bewindvoerder gereageerd op de klachtenbrief.
1.3.3
Op 2 februari 2026 is een toelichting op de klachten ontvangen (met bijlagen) van de gevolmachtigde.
1.3.4
Op 13 februari 2026 is een digitale reactie (met bijlagen) van [persoon 1] namens de bewindvoerder ontvangen.
1.3.5
Op 4 maart 2026 is een aanvullend verzoek voor schadevergoeding van de gevolmachtigde ontvangen.
1.3.6
Op 5 maart 2026 is nog een aanvullend bericht ontvangen van de gevolmachtigde van betrokkene.
1.4
Verzoek opheffing bewind
1.4.1
Op 2 februari 2026 is een digitaal verzoek ontvangen van de bewindvoerder tot opheffing van het bewind.
1.4.2
Als reactie op dit verzoek is van betrokkene een getekende volmacht ontvangen, waaruit blijkt dat betrokkene de heer [gevolmachtigde] heeft gemachtigd alle belangen in de lopende juridische en medische procedures van betrokkene te behartigen (in plaats van het bewind).
1.4.3
Het verzoek tot opheffing van het bewind en het bespreken van de klacht en schadevordering is mondeling behandeld op 9 maart 2026. Aanwezig waren betrokkene en de gevolmachtigde. [persoon 1] en [persoon 2] , beiden namens de bewindvoerder en
[persoon 3] (advocaat van Jurelex) zijn allen via MS Teams gehoord.
1.4.4
Tijdens de zitting zijn de klacht en het verzoek tot opheffing besproken. De bewindvoerder heeft aangegeven dat er sprake is van een onveilige situatie door de bedreigingen van de gevolmachtigde van betrokkene. Gebleken is dat het in het belang van betrokkene is dat er een nieuwe bewindvoerder wordt gevonden, zodat het bewind voortgezet kan worden en dat er een mentor wordt gezocht om de zorgbelangen van betrokkene te kunnen gaan behartigen.
1.4.5
De kantonrechter heeft de griffier opdracht gegeven een professioneel bewindvoerder te benaderen en navraag te doen bij de beoogd bewindvoerder over de mogelijkheid van het benoemen van een mentor.
1.4.6
De griffier heeft meerdere professioneel bewindvoerders benaderd. Uiteindelijk is gebleken dat de situatie van betrokkene is gewijzigd. Betrokkene heeft een terugval in middelengebruik en is inmiddels zijn woning kwijtgeraakt. Er is sprake geweest van ontruiming van de woning door overlast, brandstichting en bedreiging. Betrokkene verblijft nu bij een daklozenopvang. Daarnaast zijn er diverse hulpverleners betrokken. Betrokkene is inmiddels weer opgenomen bij de GGZ voor verdere behandeling. De situatie van betrokkene is zover verslechterd dat een meer verstrekkende en passendere maatregel noodzakelijk is. Om die reden wordt er voorgesteld het bewind om te zetten naar curatele.
1.4.7
Op 8 mei 2026 is een digitaal verzoek ontvangen tot instelling van curatele. Bij dit verzoek is een plan van aanpak en bereidverklaring gevoegd van Saulute B.V. adres houdend te 2301 DA Leiden, Postbus 3046. Uit dit verzoek en de bijbehorende stukken blijkt dat zij bereid is tot curator van betrokkene te worden benoemd. Bij dit verzoek is ook een akkoordverklaring van de huidige bewindvoerder gevoegd.
1.4.8
Op 12 en 15 mei 2026 zijn aanvullende stukken per post en per e-mail ontvangen. Op 26 mei 2026 zijn de originele stukken van de beoogd curator per post ontvangen.
1.4.9
Gezien de situatie van betrokkene is het niet mogelijk voor de beoogd curator om contact te krijgen met betrokkene en om een akkoordverklaring te krijgen.

2.beoordeling

2.1
Opheffing bewind
2.1.1
Verzoekster vraagt om opheffing van het bewind ten behoeve van betrokkene. De kantonrechter is van oordeel dat het in het belang van betrokkene is dat hij hulp en begeleiding blijft krijgen bij het beheren van zijn financiën en dat daar bovenop ook gekeken moet worden naar begeleiding voor zijn zorgtaken. Om die reden zal de kantonrechter het verzoek voor opheffing van het bewind afwijzen.
2.1.2
De opgegeven reden van de bewindvoerder, namelijk de onveilige situatie die is ontstaan door bedreigingen, is voor de kantonrechter wel aanleiding om te kijken naar een andere uitvoerder die bereid is om de financiële (en eventueel de zorg-)belangen van betrokkene te behartigen.
2.2
Omzetting naar curatele
2.2.1
Verder is er een verzoek ingediend voor omzetting van bewind naar curatele. Dit volgt uit het verzoek tot opheffing van het bewind en is het gevolg van het zoeken van de griffier naar een beoogd opvolgend bewindvoerder.
2.2.2
De beoogd curator wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek, nu zij niet bevoegd is het verzoek te doen.
2.2.3
De kantonrechter is van oordeel dat nu de omzetting van bewind naar curatele voortvloeit uit het eerdere verzoek en er voldoende aanleiding is om de huidige maatregel om te zetten naar curatele er geen verzoek nodig is.
2.2.4
Gebleken is dat betrokkene wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand, tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt en dat een voldoende behartiging van de belangen van betrokkene niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd. Verder is gebleken dat met de bestaande beschermingsmaatregelen de belangen van betrokkene niet afdoende worden behartigd. De huidige situatie van betrokkene: dakloosheid, behandeling via GGZ voor psychoses en drugsverslaving, samen met de bedreigende situatie die is ontstaan door toedoen van de gevolmachtigde van betrokkene, zorgt ervoor dat er voldoende aanleiding is voor een verzwaring van de maatregel.
2.2.5
De kantonrechter zal de maatregel ambtshalve omzetten naar curatele en zal de voorgesteld curator benoemen, nu daartegen geen bezwaar is.
2.2.6
Op grond van artikel 1:449, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek eindigt het bewind door de ondercuratelestelling van betrokkene.
2.3
Klacht en schadevordering
2.3.1
De gevolmachtigde van betrokkene heeft een klacht ingediend voorzien van een schadevordering.
2.3.2
In het kort gaat de klacht erom dat de bewindvoerder niet vooraf een machtiging zou hebben gevraagd voor de ontruiming van de woning. Juist op het moment dat betrokkene zijn grip op de realiteit verliest is toetsing door de kantonrechter en de menselijke maat de enige veiligheidsbuffer voor betrokkene. De bewindvoerder zou niet juist hebben gehandeld.
Volgens de gevolmachtigde is er sprake van een grove schending van de zorgplicht door de bewindvoerder. Om die reden wordt er verzocht een bedrag van € 22.500,- aan schadevergoeding (vanwege aansprakelijkheid, voor opgelopen immateriële schade en het trauma) te betalen aan betrokkene. Dit bedrag is door de gevolmachtigde niet gespecificeerd. Het bedrag zou noodzakelijk zijn om betrokkene de rust en afstand te bieden die hem onrechtmatig zou zijn afgenomen.
2.3.3
Tijdens de zitting is de situatie van de ontruiming van de woning besproken. Verder is de gevolmachtigde medegedeeld dat de bewindvoerder wel degelijk voorafgaand een machtiging heeft gevraagd en verkregen van de kantonrechter. Van een grove schending van de zorgplicht door de bewindvoerder is dan ook geen sprake. De bewindvoerder heeft er juist voor gezorgd om de situatie zo kostenneutraal mogelijk op te lossen. Daar komt bij dat betrokkene zelf veelvuldig overlast heeft bezorgd aan omwonenden en om die reden uiteindelijk ontruimt is uit zijn woning. De kantonrechter verklaart de klacht gezien het vorenstaande ongegrond. De kantonrechter komt dan ook niet toe aan het beoordelen van de schadevergoeding.

3.beslissing

De kantonrechter:
  • wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af;
  • verklaart de beoogd curator niet-ontvankelijk in haar verzoek;
  • stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking curatele in ten behoeve van betrokkene
  • benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot curator
  • deelt mee dat deze beschikking binnen tien dagen na de datum van deze beschikking door de griffier wordt bekendgemaakt in de Staatscourant;
  • bepaalt dat de curator voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met de curatele gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de betrokkene mag brengen;
  • deelt mee dat deze beschikking zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van Pro het Burgerlijk Wetboek;
  • verklaart de klacht ongegrond;
  • wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.