ECLI:NL:RBZWB:2026:6483
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen een uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst, een dwangbevel nietig te verklaren, de executie van het dwangbevel te schorsen en de ontvanger te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank heeft verzoekster op 20 juni 2026 aangetekend een nota griffierecht van € 397 verzonden, met de mededeling dat het griffierecht binnen twee weken betaald moest worden om ontvankelijkheid te waarborgen. Volgens Track & Trace van PostNL is deze brief op 23 juni 2026 aan verzoekster bezorgd.
De rechtbank constateert dat het griffierecht niet is ontvangen en verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.