Uitspraak
:[verdachte], geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië).
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
(hierna: [verdachte] ). Die verklaring voldoet niet aan het criterium dat het moet gaan om een concreet, min of meer verifieerbaar en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijk relaas. Desondanks heeft het Openbaar Ministerie onderzoek verricht naar die verklaring. Uit dit onderzoek volgt dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag van € 360.000,- waarmee het pand aan de [adres 2] in [plaats 2] is aangekocht een legale herkomst heeft. Het witwasvermoeden is niet ontzenuwd en derhalve zijn de voorwerpen van enig misdrijf afkomstig. Voor het volledige standpunt wijst de rechtbank naar het aan dit vonnis gehechte requisitoir.
(hierna: UBO) is van [onderneming 1] , op is gebaseerd. Hij heeft verklaard dat destijds zelf van [verdachte] , mondeling, te hebben vernomen. Er is met deze verklaring niet alleen de geheimhoudingplicht geschonden, maar deze verklaring is ook aantoonbaar in strijd met het verschoningsrecht dat de getuige heeft. De beweerdelijke ‘loan-back-constructie’ is daardoor niet bewijsbaar. Voor het volledige standpunt wijst de rechtbank naar het aan dit vonnis gehechte pleidooi.
(hierna: Sv), gegevens gevorderd van notaris mr. [notaris] . Deze vordering tot gegevensverstrekking heeft betrekking op de aan- en verkoop, op 14 maart 2018, van het pand aan de [adres 2] in [plaats 2] . Op basis van deze vordering heeft de notaris, op 14 november 2018, schriftelijk te kennen gegeven dat de UBO van [rechtspersoon] (koper) en [onderneming 1] (financierende vennootschap), [verdachte] is. Op basis van artikel 25, negende lid van de Wet op het notarisambt komt naar voren dat een vordering, zoals hiervoor is omschreven, is uitgezonderd van de geheimhoudingsplicht van een notaris. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet gebleken is van een onrechtmatig handelen door de notaris bij de toezending van de schriftelijke stukken op basis van de vordering ex. artikel 126nd Sv.
(kenmerk C/05/380875). Hij is daarbij bestraft, in de vorm van een waarschuwing, voor het mondeling antwoord dat is gegeven tijdens het verhoor van de rechter-commissaris op 13 juli 2020, inhoudende dat hij van [verdachte] heeft gehoord dat deze de UBO van [onderneming 1] is. De notaris zou daarbij zijn geheimhoudingsplicht hebben geschonden.
(stap I).Vervolgens is de officier van justitie verantwoordelijk voor het aandragen van feiten en omstandigheden die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is
(stap II). Van verdachte mag vervolgens worden verlangd dat hij/zij een verklaring geeft, waaruit blijkt dat de ten laste gelegde voorwerpen
nietvan misdrijf afkomstig zijn
(stap III). Die verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn
(stap IV). Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij/zij pas in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren. Zodra de verklaring van verdachte voldoende tegenwicht biedt, ligt het op de weg van de officier van justitie om nader onderzoek te doen naar die verklaring en de daarin gestelde alternatieve herkomst van de goederen. Als een dergelijke verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen
(stap V). Uit de resultaten van dat onderzoek zal dienen te blijken of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de goederen waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst hebben en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring overblijft
(stap VI).
“rekening”.De meeste facturen van [onderneming 1] aan [onderneming 2] bevatten een uitgebreide specificatie als bijlage. Middels deze specificaties wordt het factuurbedrag nader onderbouwd. Het opvallende element aan deze specificaties is dat deze steeds handmatig worden afgerond om tot een rond bedrag te komen. De politie heeft een overzicht opgesteld waaruit blijkt dat [onderneming 1] , als gevolg van de afgeronde bedragen, in totaal € 85.140,94 minder heeft ontvangen dan is gefactureerd. Er is geen legitieme reden gegeven om tot dergelijke afrondingen te komen. In combinatie met de voormelde niet gespecificeerde transactieomschrijvingen, kan goed mogelijk zijn dat de specificaties later zijn opgesteld dan dat op de factuurdatum is weergegeven. Het is mogelijk dat de specificaties handmatig zijn aangepast om reeds verrichte transacties te onderbouwen.
(vgl. Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938). Indien de strafbare gedraging aan de rechtspersoon kan worden toegerekend, kan deze worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit. Voor deze toerekening is het van belang of de gedraging heeft plaatsgevonden, dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Hiervoor zijn de concrete omstandigheden van het geval van belang.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
betaling van een geldboete van € 36.000,-;
* het onroerend registergoed [adres 2] , [postcode] in [plaats 2] (geen kenmerk).