ECLI:NL:RBZWB:2026:6498
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht
Belanghebbende B.V. was in beroep gegaan tegen een naheffingsaanslag vennootschapsbelasting en de daarbij opgelegde boete. De rechtbank had het beroep op 9 februari 2026 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald en dit niet verontschuldigbaar was.
De rechtbank stuurde een betalingsnota en een aangetekende herinnering naar het bij haar bekende adres van belanghebbende, maar deze herinnering werd niet naar het juiste adres verzonden. De aangetekende brief met de uitspraak werd ongeopend retour ontvangen en later naar een ander adres verzonden, maar ook deze werd retour gezonden. Pas na verzending per gewone post werd het verzet digitaal ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het verzet tijdig is ingesteld omdat de rechtsgeldige bekendmaking pas op 6 maart 2026 heeft plaatsgevonden. Het niet tijdig betalen van het griffierecht is verschoonbaar omdat de herinneringsnota niet naar het juiste adres is gestuurd en belanghebbende redelijkerwijs niet kon worden verweten haar adreswijziging niet door te geven.
Daarom is de eerdere niet-ontvankelijkverklaring onterecht en wordt het verzet gegrond verklaard. De zaak wordt hervat in de stand van vóór de niet-ontvankelijkverklaring. Het griffierecht dient alsnog te worden betaald.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd, waarna de procedure wordt hervat.