Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden nadat eiseres het UWV op 20 augustus 2025 in gebreke had gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is langer dan de standaard twee weken, vanwege het belang van zorgvuldige besluitvorming en de reële mogelijkheden van het UWV, dat een tekort aan verzekeringsartsen als reden voor de vertraging heeft opgegeven.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal €520 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 januari 2026.