Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 1 april 2025 voor herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster op grond van de WIA.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 15 juli 2025 in gebreke heeft gesteld. Het UWV heeft de ingebrekestelling op 22 juli 2025 ontvangen en sindsdien zijn twee weken verstreken zonder dat een besluit is genomen.
Het UWV heeft als reden voor de overschrijding een tekort aan verzekeringsartsen opgegeven, waardoor spreekuren niet tijdig konden worden ingepland. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 februari 2026.