ECLI:NL:RBZWB:2026:654

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
C/02/443808 / FA RK 26-126
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor psychotische kwetsbaarheid met verstandelijke beperking en middelengebruik

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 januari 2026 een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden aan betrokkene, die lijdt aan een combinatie van psychotische kwetsbaarheid, verstandelijke beperking en stoornis in het middelengebruik. Betrokkene verblijft op een open setting van GGZ Breburg en is recent intern overgeplaatst naar een meer geborgde omgeving vanwege haar kwetsbare situatie.

De officier van justitie verzocht de machtiging met verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, opname in een accommodatie en bewegingsbeperkingen. De verpleegkundig specialist en casemanager bevestigden de noodzaak van deze zorg, waarbij het drugsgebruik wisselvallig is en een overplaatsing naar een gesloten afdeling nog net voorkomen kon worden. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, maar haar advocaat nam namens haar deel en gaf aan dat zij instemt met voortzetting van de zorgmachtiging.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar stoornissen, waaronder verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en veiligheidsrisico's. Vrijwillige zorg is niet haalbaar vanwege beperkt ziekte-inzicht en medicatieweigering. De toegewezen zorgvormen zijn proportioneel en noodzakelijk om de geestelijke gezondheid te stabiliseren en veiligheid te waarborgen. De machtiging geldt tot 27 januari 2027.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatietoediening en opname in een open setting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443808 / FA RK 26-126
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] (Sri Lanka),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. J.I. Echteld uit Gouda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026 bij de accommodatie van GGZ Breburg te [locatie] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • de advocaat van betrokkene;
  • casemanager, [casemanager] ;
  • verpleegkundig specialist, [verpleegkundig specialist] .
1.3.
Hoewel daartoe correct opgeroepen is betrokkene niet bij de zitting aanwezig. Haar raadsvrouw meldt de rechtbank dat betrokkene wist van de zitting, maar dat zij er bewust voor heeft gekozen om daarbij niet aanwezig te zijn. Betrokkene is naar haar werk gegaan, hetgeen voor haar prevaleerde. De advocaat heeft met betrokkene over het verzoek gesproken en is gemachtigd om namens haar een standpunt in te nemen. Volgens de advocaat hoeft de zaak dan ook niet aangehouden te worden.
1.4.
De rechtbank ziet in de afwezigheid van betrokkene geen aanleiding om de zaak aan te houden en de zitting te verplaatsen, omdat dit niet in het belang van betrokkene is. Zij wist van de zitting en heeft inhoudelijk met haar raadsvrouw over de zaak gesproken. Betrokkene heeft er bewust voor gekozen om niet bij de zitting aanwezig te zijn. De rechtbank leidt hieruit af dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.
1.5.
Ook de vader van betrokkene, tevens curator, is niet bij de zitting verschenen. De advocaat van betrokkene laat de rechtbank weten dat de vader niet naar de zitting zal komen.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 21 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische
controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
De verpleegkundig specialist brengt, samengevat, naar voren dat de vormen van verplichte zorg zoals in de huidige zorgmachtiging volstaan. De zorgmodaliteit ‘opnemen in een accommodatie’ is nodig om betrokkene op te nemen in de open setting waar zij nu verblijft. Zij is recent intern overgeplaatst naar een andere setting met een meer geborgde omgeving. Gezien wordt dat betrokkene makkelijk onder invloed raakt van haar vriend en diens moeder. Als de opname niet in de machtiging zou staan, dan wordt betrokkene beïnvloed om van haar huidige verblijf weg te gaan. Dit moet worden voorkomen. Op haar huidige afdeling is het net houdbaar. Soms wordt er aan gedacht om betrokkene over te plaatsen naar de [afdeling] omdat zij dan veel in gebruik is en zich onbehoorlijk gedraagt richting begeleiders. Op andere momenten weet zij zich van de drugs te weerhouden en gaat het een periode goed. Een overplaatsing is nog niet nodig geweest, maar dit is balanceren op een dun lijntje. Daarnaast is de medicatie van betrokkene recent gewijzigd van een depot naar orale medicatie.
4.2.
De casemanager vult hierop, samengevat, nog aan dat het drugsgebruik van betrokkene erg wisselvallig is. Aan de ene kant zegt zij in gesprek dat zij weet dat drugs troep is, en op andere momenten kan zij niet van de drugs afblijven. Betrokkene kan tot nu toe steeds net op tijd bijgestuurd worden om een overplaatsing te voorkomen. Het wordt mogelijk geacht dat in de komende periode een detox noodzakelijk is. Drugsgebruik in combinatie met het gebruik van orale medicatie is gevaarlijk en moet worden voorkomen. In dat geval kunnen er aanvullende vormen van verplichte zorg worden aangevraagd. Desgevraagd verklaart de casemanager geen contact te hebben gehad met het CIZ over het intrekken van een rechterlijke machtiging. De casemanager weet niet beter dan dat de rechterlijke machtiging is vervallen na de verlening van de zorgmachtiging. De casemanager zegt toe zich hierover nader te laten informeren.
4.3.
De advocaat voert, samengevat, aan dat betrokkene zich kan vinden in een voortzetting van de zorgmachtiging in de huidige vorm. Betrokkene heeft werk en geeft aan geen drugs te willen gebruiken. Ook is zij blij met haar nieuwe woonruimte. Zij is vol goede moed, al blijft de situatie kwetsbaar. Een aandachtspunt is wel dat contact opgenomen moet worden met het CIZ over de rechterlijke machtiging. Die is met het verlenen van een zorgmachtiging niet vervallen. Deze loopt op de achtergrond dus door. Daarnaast wenste betrokkene opgemerkt te hebben dat zij en haar vader verbolgen waren over het gegeven dat haar vorige medicatie uit België niet meer kan worden verstrekt. Met die medicatie ging het goed met betrokkene, zonder dat zij last had van bijwerkingen. Op de toevoegingen in de medicatie die zij nadien kreeg, reageerde zij anders.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Op grond van de zitting en de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Bij betrokkene is sprake van een psychotische kwetsbaarheid, in combinatie met een verstandelijke beperking en stoornis in middelengebruik. Er is sprake van een psychosegevoeligheid wanneer betrokkene geen medicatie neemt en drugs gebruikt.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat wanneer bij betrokkene sprake is van een decompensatie zij toenemend achterdocht wordt, zwerfgedrag vertoont, agressief wordt, zichzelf verwaarloost en sprake is van middelengebruik. Door haar zucht naar drugs komt betrokkene snel in aanraking met verkeerde personen, met een risico op slachtofferschap van uitbuiting en prostitutie.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel namens betrokkene wordt aangevoerd dat zij het eens is met een zorgmachtiging, blijkt uit de zitting en de overgelegde stukken ook dat bij betrokkene sprake is van een beperkt ziektebesef en -inzicht, betrokkene de noodzaak van medicatie niet ziet en zij eerder last heeft gehad van bijwerkingen van de medicatie, waardoor zij daarmee wilde stoppen. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank er geen vertrouwen in dat met betrokkene afspraken zijn te maken over zorgverlening in een vrijwillig kader. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
Tijdens de zitting heeft de rechtbank de verzochte vormen van verplichte zorg besproken. Gelet op de toelichting van de verpleegkundig specialist en de casemanager is gebleken dat, wat betreft de vormen van verplichte zorg, aangesloten kan worden bij de huidige zorgmachtiging van betrokkene en de overige verzochte vormen van verplichte zorg niet nodig zijn. Dit betekent dat de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zal toewijzen:
- toedienen van medicatie;
- opnemen in een accommodatie, inhoudende een opname in een open setting op het terrein van GGZ Breburg, [naam] te [woonplaats] .
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag]
1986 in [geboorteplaats] (Sri Lanka), wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- opnemen in een accommodatie, inhoudende een opname in een open setting op het terrein van GGZ Breburg, [naam] te [woonplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 januari 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier en op schrift gesteld op 30 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.