ECLI:NL:RBZWB:2026:6553
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen afwijzing beroep op WOZ-beschikking en heffingsaanslagen wegens niet aannemelijke verdaging beslistermijn
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het verzet van Stichting belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het beroep op de WOZ-beschikking en gelijktijdige aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en watersysteemheffing ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil is of de beslistermijn door de heffingsambtenaar rechtsgeldig is verdaagd met een brief van 21 december 2023. Belanghebbende ontkent ontvangst van deze verdagingsbrief en stelt dat de ingebrekestelling prematuur was. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de brief is verzonden, waardoor de beslistermijn niet is verdaagd.
Als gevolg hiervan wordt het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en wordt het onderzoek hervat in de stand van voor die uitspraak. Tevens wordt de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het onderzoek hervat; de heffingsambtenaar wordt veroordeeld in de proceskosten.