ECLI:NL:RBZWB:2026:6557

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
26-003771
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 94a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing beslag op voertuig wegens ontbreken strafvorderlijk belang

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 4 mei 2026 een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend door de eigenaar van een BMW 218i Active Tourer die op 8 december 2025 in beslag was genomen. De klaagster stelde eigenaar te zijn en verzocht om teruggave van het voertuig, terwijl de beslagene geen rijbewijs had en zonder toestemming in het voertuig had gereden.

De officier van justitie stelde dat het klaagschrift ongegrond moest worden verklaard omdat klaagster onvoldoende had gedaan om te voorkomen dat de beslagene het voertuig gebruikte. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek summier van aard is en dat het niet kan worden vastgesteld dat klaagster wist dat het voertuig voor strafbare feiten werd gebruikt.

De rechtbank achtte aannemelijk dat klaagster de eigenaar was en dat er geen strafvorderlijk belang bestond om het beslag te handhaven. Daarom werd het klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave van het voertuig aan klaagster gelast. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en het beslag op het voertuig wordt opgeheven, met teruggave aan de eigenaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 26-003771
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster],
geboren op [geboortedag 1] 1980 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M. Kalle, advocaat te Middelburg (Oostperkweg 37, 4332 SB Middelburg),
hierna te noemen: de klaagster
Beslagene is [beslagene],geboren op [geboortedag 2] 1978,
wonende te [woonadres].

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 28 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt dat op 8 december 2025 onder beslagene een voertuig merk: BMW, 218i Active Tourer, kenteken: [kenteken] (hierna: het voertuig) in beslag is genomen;
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 20 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en klaagster bijgestaan door haar raadsman mr. M. Kalle gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster de eigenaar is van het voertuig. Klaagster wist dat beslagene geen rijbewijs had, maar heeft hem geen toestemming gegeven om in haar voertuig te rijden. Klaagster heeft een groot belang bij teruggave van het voertuig en verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. Klaagster wist dat beslagene geen rijbewijs had en heeft onvoldoende getracht om te voorkomen dat hij wederom in haar voertuig zou rijden.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op het voertuig is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in het beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv Pro. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
Hier is sprake van een klaagster die stelt eigenaar/rechthebbende van het voorwerp te zijn en om teruggave vraagt, maar tegen wie het strafrechtelijk onderzoek niet is gericht en die niet de beslagene is. Beoordeeld moet worden of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klaagster als eigenaar/rechthebbende van het voorwerp moet worden
aangemerkt en zo ja, of zich de situatie als bedoeld in artikel 94a, vierde of vijfde lid, Sv voordoet.
De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat de klaagster als eigenaar van de auto moet worden beschouwd.
Alhoewel klaagster wist dat beslagene niet in het bezit was van een rijbewijs, kan niet worden vastgesteld dat zij wist dat haar voertuig gebruikt werd voor het plegen van een strafbaar feit. Zij heeft verklaard dat beslagene de sleutels van beneden heeft gepakt terwijl zij boven in de woning was. Daar komt bij dat klaagster zelf nimmer is gewaarschuwd dat indien zij onvoldoende zorg betracht om te voorkomen dat beslagene gebruik kan maken van haar voertuig dit tot inbeslagname van het voertuig zou kunnen leiden.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat bij het ontbreken van strafvorderlijk belang het klaagschrift gegrond dient te worden verklaard en de teruggave van het voertuig aan klaagster dient te worden gelast.

3.Beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van:
- Goednummer: PL2000-2025328787-2196064: BMW 218i Active Tourer, kenteken: [kenteken],
aan klaagster.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van
I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.