ECLI:NL:RBZWB:2026:656

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
C/02/444000 / FA RK 26/233
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging opname en verblijf wegens overbelasting mantelzorger en dementie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 januari 2026 een beschikking gegeven op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1947, die lijdt aan dementie. Betrokkene verzet zich tegen opname en stelt dat hij thuis goed functioneert, maar de casemanager en echtgenote geven aan dat de situatie thuis onhoudbaar is door de overbelasting van de mantelzorger.

Uit de beoordeling blijkt dat betrokkene ernstige psychische schade en verwaarlozing riskeert, mede doordat zijn echtgenote overbelast is en hij afhankelijk is van haar voor de algemene dagelijkse levensbehoeften. Er is geen minder ingrijpende maatregel mogelijk omdat thuiszorg en dagbesteding reeds zijn ingezet en de grenzen van de thuissituatie zijn bereikt.

De rechtbank concludeert dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen en verleent de machtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 27 juli 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens overbelasting van de mantelzorger en risico op ernstig nadeel door dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444000 / FA RK 26/233
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een machtiging voor als bedoeld in artikel 24 Wet Pro zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.Ch. Osté uit Oosterhout.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026 op het thuisadres van betrokkene te [woonplaats] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • casemanager, [casemanager] ;
  • de echtgenote van betrokkene, [echtgenote] .
1.3.
Tevens zijn bij de zitting aanwezig, maar zijn niet gehoord
- de zoon van betrokkene, [de zoon van betrokkene] ;
- de dochter van betrokkene, [de dochter van betrokkene] .

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij zijn woning niet zal verlaten. Een opname vindt hij onnodig. Volgens betrokkene gaat het prima met hem; hij slaapt goed, en wast zichzelf. Ook het aankleden gaat goed. Betrokkene is thuis een tevreden mens. Een opname is dan ook totaal onnodig. Daarbij komt dat betrokkene zich niet kan vinden in de conclusies van doctoren. Volgens hem zijn er geen zorgen. Het verzoek komt dan ook onverwachts.
3.2.
De casemanager verklaart, samengevat, dat zij betrokkene al enkele jaren kent. Zij ziet dat het in de thuissituatie niet langer houdbaar is. Betrokkene moet gestuurd en ondersteund worden in alle dagelijkse handelingen. Thuiszorg komt over de vloer en ook gaat betrokkene vijf keer per week naar de dagbesteding. Hoewel betrokkene zegt zichzelf te kunnen wassen en te kunnen kleden, is dit niet het geval. Zijn echtgenote moet hem bij alles ondersteunen en aansturen. Op haar wordt een te groot beroep gedaan. Zij wordt overvraagd. Van betrokkene is bekend dat hij weerstand heeft tegen een opname. Hij gaat echter steeds meer achteruit in geheugen en ook het ziekte-inzicht verminderd. Er is op dit moment voor betrokkene een plek beschikbaar. Betrokkene kan vandaag nog worden opgenomen.
3.3.
De echtgenote van betrokkene beaamt dat zij geestelijk en fysiek op is.
3.4.
Namens betrokkene bepleit de advocaat om een afwijzing van het verzoek. Immers, betrokkene geeft duidelijk te kennen niet opgenomen te willen worden. Juridisch gezien zijn er hiervoor echter geen beletselen; aan de wettelijke criteria wordt voldaan.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. Betrokkene is reeds in 2017 gediagnosticeerd met dementie.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
  • maatschappelijke teloorgang;
  • de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
4.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat er een risico bestaat op ernstige psychische schade bij de echtgenote van betrokkene. Betrokkene is afhankelijk van zijn echtgenote voor algemene dagelijkse levensbehoeften. Zij is echter overbelast geraakt. Wanneer de echtgenote van betrokkene uitvalt, bestaat het risico op verwaarlozing en acute maatschappelijke teloorgang van betrokkene. Hoewel betrokkene denkt alles zelf nog te kunnen, is hij niet in staat om voor zichzelf te zorgen.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hij geeft de rechtbank duidelijk te kennen zijn woning niet te willen verlaten en een opname niet nodig te vinden. Betrokkene geeft aan dat hij thuis kan wonen, als zijn echtgenote wat extra hulpverlening krijgt.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat in de thuissituatie de grenzen zijn bereikt. Het aanwenden van extra hulpverlening, en daarmee minder ingrijpende mogelijkheden, is niet meer mogelijk. Er is reeds thuiszorg en dagbesteding ingezet. Tevens is sprake van intensieve mantelzorg. Betrokkene heeft 24-uurs zorg en begeleiding nodig in een veilige woonomgeving. Dit kan hem in de thuissituatie niet meer worden geboden.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 juli 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier en op schrift gesteld op 30 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.