ECLI:NL:RBZWB:2026:6561

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
25-032144
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring klaagschrift tegen beslag op telefoon en tablet met kinderpornografisch materiaal

Klager diende een klaagschrift in tegen het beslag op zijn telefoon en tablet, waarop kinderporno was aangetroffen. Hij verzocht om opheffing van het beslag en teruggave van de apparaten, al dan niet na verwijdering van privéfoto's. De officier van justitie stelde dat het beslag terecht was en het onderzoek nog loopt.

De rechtbank oordeelde dat het onderzoek nog in volle gang is en dat het strafvorderlijk belang het beslag rechtvaardigt. Het verzoek om teruggave zonder het kinderpornografisch materiaal werd afgewezen vanwege onvoldoende concreetheid en het lopende onderzoek. Ook het verzoek om aanhouding van de zaak werd afgewezen.

De rechtbank concludeerde dat het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag en verklaarde het klaagschrift ongegrond. Klager kan bij gewijzigde omstandigheden een nieuw klaagschrift indienen. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.

Uitkomst: Het klaagschrift tegen het beslag op de telefoon en tablet wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 25-032144
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.J.C.M. de Graaff, advocaat te Breda (Ginnekenweg 88, 4818 JH Breda),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 11 december 2025 ter griffie van deze rechtbank;
  • een bewijs van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt dat op 17 november 2025 onder klager een telefoon, merk: Samsung, model: Galaxy S23 en een tablet, merk: Samsung, model: Tab S6 Lite in beslag zijn genomen;
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 20 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en klager bijgestaan door zijn raadsman mr. A.J.C.M. de Graaff gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Klager heeft aangevoerd dat het onderliggende dossier nog niet is ontvangen. Ervan uitgaande dat er kinderporno op de gegevensdragers is aangetroffen wordt subsidiair verzocht om teruggave van de privéfoto’s van klager, welke een emotionele waarde vertegenwoordigen. De bestanden waarover de verdenking mogelijk zou gaan, kunnen verwijderd worden zodat de telefoon en tablet teruggegeven kunnen worden aan klager. Meer subsidiair wordt verzocht om de zaak aan te houden, zodat kennis kan worden genomen van het onderhavige procesdossier. De inbeslagname is niet proportioneel.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. Er is kinderporno op de telefoon en de tablet aangetroffen, zodat deze in aanmerking komen voor onttrekking aan het verkeer. Het onderhavige onderzoek is nog in volle gang. Het subsidiaire verzoek van de raadsman om persoonlijke foto’s terug te krijgen dan wel de telefoon en tablet zonder de kinderporno terug te krijgen is niet te realiseren.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op de gegevensdragers is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv Pro. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
Uit de voor de rechtbank beschikbare raadkamerstukken en het verhandelde in raadkamer begrijpt de rechtbank dat nader onderzoek naar de telefoon en de tablet hebben uitgewezen dat hier kinderpornografisch materiaal op is aangetroffen. Klager heeft dat ook niet weersproken. Het onderzoek loopt nog, zodat in zoverre nog een strafvorderlijk belang aanwezig is. Gezien deze stand van zaken is het niet onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend een onttrekking aan het verkeer zal bevelen van de telefoon en tablet.
Het subsidiair verzoek van klager om teruggave van de telefoon en tablet zonder het kinderpornografisch materiaal wordt afgewezen. Dit verzoek is onvoldoende concreet en daardoor kan de rechtbank niet inschatten of dat realiseerbaar is. Bovendien geldt dat, zoals hiervoor is overwogen, de gegevensdragers nog worden onderzocht.
Het meer subsidiaire verzoek om de zaak aan te houden wordt afgewezen. Gezien het vorenstaande acht de rechtbank dat niet noodzakelijk. Indien er sprake is van gewijzigde omstandigheden kan klager desgewenst een nieuw klaagschrift indienen.
De rechtbank is van oordeel dat het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag en teruggave van de in beslag genomen telefoon en tablet, zodat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.

3.Beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van
I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.