ECLI:NL:RBZWB:2026:6562

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
26-008741
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring klaagschrift tegen strafvorderlijk beslag op computer en geld

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 4 mei 2026 het klaagschrift van de beslagene tegen het beslag op zijn Apple Macbook Air en poker munten ter waarde van 3975 euro, gelegd op 1 maart 2026. De beslagene vorderde teruggave van het geld en de computer, stellende dat het geld zijn inleg betrof en niet gewonnen was.

De officier van justitie stelde dat het beslag gehandhaafd moest blijven vanwege het lopende onderzoek, waarbij het voltooien van het onderzoek aan de computer tijd kost. De rechtbank overwoog dat het onderzoek in raadkamer summier is en dat niet in de inhoud van de hoofdzaak getreden kan worden.

De rechtbank oordeelde dat het strafvorderlijk belang bij het voortduren van het beslag aanwezig is, omdat de voorwerpen kunnen bijdragen aan het aan het dag brengen van de waarheid en het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Tevens achtte de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later verbeurdverklaring zal bevelen.

Daarom werd het klaagschrift ongegrond verklaard en het beslag gehandhaafd. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.

Uitkomst: Het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag op de computer en het geld wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 26-008741
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1979,
wonende op het [woonadres] ,
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 25 maart 2026 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt dat op 1 maart 2026 onder klager een computer: Apple Macbook Air en poker fish munten ter waarde van 3975 euro in beslag zijn genomen;
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 20 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en klager gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager.
Klager heeft aangevoerd dat hij het geld en zijn computer terug wil hebben. Het geld had klager niet gewonnen, maar betrof zijn inleg. Hij had dit geld gepind.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beslag gehandhaafd dient te blijven. Het kost veel tijd om het onderzoek aan de computer te voltooien. Daarom kunnen de in beslaggenomen spullen niet terug. De officier van justitie verzoekt om het klaagschrift ongegrond te verklaren.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv Pro. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
Gelet op de thans voorhanden zijnde stukken en mede gelet op hetgeen door de officier van justitie is aangevoerd is de rechtbank van oordeel dat er een onderzoeksbelang bestaat bij het voortduren van het beslag op voornoemde goederen. De desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen. Voor zover het gaat om het geldbedrag is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat een strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring zal bevelen.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag.
Het beklag zal daarom ongegrond worden verklaard.

3.Beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van
I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.