ECLI:NL:RBZWB:2026:6667
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden woning en aanslagen OZB na bezwaar
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van zijn woning voor de jaren 2022 en 2023, die tevens de basis vormen voor de aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB). De heffingsambtenaar had de waarden na bezwaar verlaagd, maar belanghebbende vond deze nog te hoog en stelde lagere waarden voor.
De rechtbank heeft beoordeeld of de WOZ-waarden, zoals vastgesteld na bezwaar, te hoog zijn. Hierbij is overwogen dat de woning in kwestie een appartement betreft dat in 2020 is gebouwd, maar waarvan een deel van de oplevering in juli 2021 werd geweigerd vanwege bouwkundige gebreken. De rechtbank oordeelde dat de woning wel als voltooid kan worden beschouwd en dat de vergelijkingsmethode voor waardebepaling terecht is toegepast.
De gebruikte referentiewoningen zijn voldoende vergelijkbaar geacht, ondanks verschillen in ligging binnen het complex. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in kwaliteit, onderhoud en uitstraling, waaronder de bouwkundige gebreken en de aanwezigheid van steigers. De motivering van de heffingsambtenaar werd als voldoende beoordeeld.
Gelet op deze overwegingen zijn de WOZ-waarden en de daarop gebaseerde aanslagen OZB niet te hoog vastgesteld. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de aanslagen gehandhaafd. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarden en aanslagen OZB worden ongegrond verklaard en de vastgestelde waarden blijven gehandhaafd.