Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2] B.V.,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
‘(…) een persoonlijke borgstelling afgegeven door de heer [gedaagde 1] (…) ten gunste van Zekerhedenagent (…)’
‘Zakelijke Borgtocht’. In borgtocht I staat dat de borg verklaart dat de borgtocht een zakelijk karakter heeft, dat de borg de borgtocht aangaat handelend in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf en dat het aangaan van de borgtochtovereenkomst past binnen de statutaire doelomschrijving. Op pagina 3 van de borgtocht staat dat Zekerhedenagent niet verplicht is een andere zekerheid eerst uit te winnen. Bijlage I van de borgtocht I is een informatiebrief. In deze brief wordt de borg gewezen op het risico’s verbonden aan het verstrekken van een borgtocht.
‘(…) een persoonlijke borgstelling afgegeven door de heer [gedaagde 1] (…) ten gunste van Zekerhedenagent (…)’
‘Zakelijke Borgtocht’. In borgtocht II staat dat de borg verklaart dat de borgtocht een zakelijk karakter heeft, dat de borg de borgtocht aangaat handelend in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf en dat het aangaan van de borgtochtovereenkomst past binnen de statutaire doelomschrijving. Op pagina 3 van de borgtocht staat dat Zekerhedenagent niet verplicht is een andere zekerheid eerst uit te winnen. Bijlage I van de borgtocht II is een informatiebrief. In deze brief wordt de borg gewezen op het risico’s verbonden aan het verstrekken van een borgtocht.
4.Het geschil
5.De beoordeling
- Het staat tussen partijen vast dat [gedaagde 1] ten tijde van het aangaan van de twee borgtochtovereenkomsten met Zekerhedenagent indirect bestuurder en meerderheidsaandeelhouder van [makelaar] was.
- Ook staat vast dat de twee borgtochten dienden als zekerheid voor de terugbetaling van lening I en II door [makelaar] .
- De leningen zijn gesloten ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van [makelaar] . In de leningen is vermeld dat [makelaar] financiering zoekt voor haar bedrijfsactiviteiten. Ook blijkt uit artikel 3 van Pro lening I dat [makelaar] lening I heeft gesloten voor de aankoop en verbouwing van het kantoorpand. Lening II heeft ook betrekking op de financiering van dit pand. [makelaar] houdt zich bezig met de koop en verkoop van onroerend goed (zoals het kantoorpand) en projectontwikkeling. De borgtochten zijn daarom aangegaan ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van [makelaar] . [gedaagde 1] heeft ter zitting nog gesteld dat in dit geval geen sprake is van een normale uitoefening van het bedrijf omdat het hier ging om een kantoorpand terwijl zij normaal gesproken handelt in appartementen. De rechtbank verwerpt deze stelling. [gedaagde 1] heeft deze stelling niet nader onderbouwd met bijvoorbeeld stukken waaruit dit blijkt. Ook als deze stelling juist zou zijn, valt de financiering van het kantoorpand nog binnen de normale bedrijfsuitoefening omdat ook het kantoorpand onroerend goed betreft.
- Verder heeft [gedaagde 1] in de borgtochtovereenkomsten als borg verklaard dat de borgtochten een zakelijk karakter hebben en dat de borgtochten worden aangegaan handelend in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
- Tot slot staat in beide borgtochten bovenaan dikgedrukt de tekst ‘Zakelijke Borgtocht’.