ECLI:NL:RBZWB:2026:6681

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
280000916
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging wegens psychiatrische stoornissen en recidivegevaar

Betrokkene is sinds 2016 ter beschikking gesteld vanwege bedreiging met zware mishandeling en poging tot zware mishandeling. De tbs is in 2017 omgezet naar een tbs met verpleging van overheidswege en in 2024 reeds verlengd voor twee jaar. De huidige verlengingsvordering is ingediend door het openbaar ministerie en behandeld op 3 juli 2026.

De tbs-instelling adviseert verlenging vanwege een schizoaffectieve stoornis, autismespectrumstoornis en middelenstoornissen. Betrokkene vertoont wisselende psychiatrische symptomen zoals somberheid, suïcidale gedachten, achterdocht en auditieve hallucinaties. Ondanks momenten van openheid is betrokkene vaak afhankelijk van begeleiding en medicatie. Incidenten van fysieke agressie zijn in de huidige periode uitgebleven, maar het risico op terugval in gewelddadig gedrag blijft hoog zonder tbs-kader.

De verdediging pleit voor verlenging met één jaar, stellende dat de ernst van de basisdelicten dit niet rechtvaardigt. De rechtbank oordeelt echter dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, mede gelet op het advies van de kliniek en het blijvende recidivegevaar. De behandeling richt zich nu op kwaliteit van leven binnen de instelling, aangezien verdere curatieve mogelijkheden ontbreken.

De rechtbank besluit de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen, waarbij de belangen van de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid prevaleren.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar vanwege het blijvende psychiatrische ziektebeeld en het hoge recidivegevaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-800009-16
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 17 juli 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
verblijvende in de [kliniek] te [plaats] ,
hierna: betrokkene
raadsman mr. R.A.H. van Huijgevoort, advocaat te Tilburg.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank is de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van betrokkene gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde. De tbs is gelast ter zake van bedreiging met zware mishandeling en poging tot zware mishandeling. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Bij beslissing van de rechtbank van 14 april 2017 is de tbs met voorwaarden omgezet naar een tbs met verpleging van overheidswege.
De tbs is op 28 juli 2016 aangevangen. Bij beslissing van 12 juli 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaren. Zonder verlenging eindt de termijn van de tbs op 18 juli 2026.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 2 juni 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 2 juni 2026;
- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [betrokkene] ;
- het verlengingsadvies van de [kliniek] van 11 mei 2026.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 3 juli 2026 behandeld. De officier van justitie mr. L.A. Pronk is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Voorts is als deskundige gehoord [persoon] , hoofdbehandelaar.

3.Adviezen

3.1.
Advies instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 11 mei 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. Betrokkene is gediagnosticeerd met een schizoaffectieve stoornis (paranoïde psychotische symptomen, recidiverende depressies, chronische suïcidaliteit), een autismespectrumstoornis en stoornissen in het gebruik van diverse middelen. In de huidige adviesperiode is er wederom sprake van een kwetsbaar en wisselend psychiatrisch beeld,
gekenmerkt door somberheid, suïcidale gedachten, achterdocht en auditieve hallucinaties, in combinatie met duidelijke momenten van opgelopen spanning en gedragsmatige ontregeling. De samenwerking met het behandelteam verloopt wisselend, waarbij betrokkene zich enerzijds terughoudend opstelt in het delen van spanningen en psychotische belevingen, maar anderzijds ook momenten van openheid en reflectie laat zien en begeleiding accepteert. Voor het tijdig signaleren en reguleren van opgelopen spanning is betrokkene vaak nog afhankelijk van de groepsleiding, al lukt het hem soms om extra rustgevende medicatie te vragen of om rustmomenten te nemen. In de huidige adviesperiode treden een aantal bijzondere externe spanningsvolle factoren op waardoor soms uit veiligheidsoverwegingen veiligheidsafspraken moeten worden gemaakt of beperkende interventies moeten worden ingezet. Zo is tijdelijke opname in een extra beveiligde of prikkelarme kamer of het tijdelijk stopzetten van de begeleide verloven een aantal keer nodig geweest. Na ingrijpen stelt de betrokkene zich coöperatief op en is hij in staat om afspraken te maken. Hoewel betrokkene baat heeft bij een gestructureerd dagritme, lukt deelname aan activiteiten onvoldoende bij toegenomen psychiatrische
instabiliteit; betrokkene trekt zich dan terug en ervaart toegenomen gevoelens van leegte, achterdocht, somberheid en spanning. Het is in de huidige periode niet gekomen tot incidenten van fysieke agressie. Middels een intensief ECT-traject is in de huidige adviesperiode getracht het toestandsbeeld van betrokkene te stabiliseren. Gebleken is dat de ECT-behandelingen nauwelijks effect hebben gesorteerd en besloten is het ECT-traject te stoppen nu dit geen reëel perspectief biedt. In het multidisciplinair overleg is besloten de koers te verschuiven van verdere resocialisatie naar een meer op verblijf gerichte behandeling binnen de Voorde, waarbij de nadruk ligt op kwaliteit van leven. Betrokkene zal hierdoor langdurig, en waarschijnlijk blijvend, afhankelijk zijn van (forensisch) toezicht, structuur en begeleiding. Indien het tbs-kader en het geldende risicomanagement nu wegvalt loopt het risico op terugval in gewelddadig gedrag dan ook op tot hoog.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan toegevoegd dat het positief is dat er de afgelopen periode nagenoeg geen incidenten hebben plaatsgevonden. Dat is niet dankzij betrokkene, maar dankzij de tbs-maatregel en de kliniek. De professionele begeleiders van de kliniek zijn in staat om oplopende spanningen bij betrokkene vroegtijdig te signaleren en kunnen dankzij de tbs tijdig passende middelen inzetten.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting gebleven bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om de tbs te verlengen met één jaar. Betrokkene zit al sinds 2016 in de tbs voor relatief kleine geweldsmisdrijven. De ernst van de basisdelicten rechtvaardigt het niet om de tbs oneindig te laten voortduren. Gebleken is dat betrokkene een gestructureerd kader nodig heeft. Eventueel kan worden gekeken of een zorgmachtiging mogelijk is om in de toekomst het gestructureerde kader aan betrokkene te bieden.

5.Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.
Uit het advies van de tbs-instelling blijkt dat bij betrokkene nog steeds sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Ook blijkt eruit dat het recidiverisico bij het wegvallen van het kader van de tbs nog hoog is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan de wettelijke criteria voor het verlengen van de tbs is voldaan.
Uitgangspunt is dat een tbs verlengd moet worden met een termijn van 2 jaar, indien aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie van de betrokkene nog langer dan 1 jaar duurt. Alleen in geval van bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Daarvan is niet gebleken.
Kijkend naar de aard en de ernst van het indexdelict begrijpt de rechtbank het standpunt van betrokkene over de duur van de behandeling. Uit het advies van de kliniek volgt echter dat bij het wegvallen van het kader van de tbs, het risico op recidive hoog is. Bij betrokkene is nog altijd sprake van een kwetsbaar en psychiatrisch ziektebeeld, waardoor de spanningen kunnen oplopen. De rechtbank ziet dat betrokkene zich meewerkend probeert op te stellen tegenover de begeleiding en behandeling. Uit het advies en de toelichting op zitting blijkt echter dat betrokkene hier niet altijd in slaagt en ingrijpen van de begeleiding noodzakelijk is. Betrokkene heeft baat bij het gestructureerde kader dat de kliniek hem biedt. Na het gestopte ECT-traject ziet de kliniek geen verdere behandelmogelijkheden. De behandeling van betrokkene richt zich nu op het bieden van kwaliteit van leven binnen de instelling. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaar.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, en mr. Van Althuis en mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Verdult, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 juli 2026.