ECLI:NL:RBZWB:2026:6682

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
208474523
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met voorwaarden wegens recidivegevaar bij parafiele stoornis

Betrokkene is ter beschikking gesteld wegens ontuchtige handelingen met minderjarigen en bezit van kinderporno. De oorspronkelijke tbs met voorwaarden begon op 22 juli 2024 en zou eindigen op 12 juli 2026. Het openbaar ministerie verzocht op 4 juni 2026 om verlenging van de tbs met twee jaar, onderbouwd met adviezen van de reclassering en een psychiater.

De reclassering adviseerde verlenging vanwege het hoge recidiverisico bij het wegvallen van toezicht en de noodzaak om de behandeling voort te zetten, gezien betrokkene nog steeds worstelt met parafiele stoornis, impulsiviteit en behoefte aan intimiteit. De psychiater bevestigde de diagnose van een parafiele stoornis (hebefilie) en ADHD, en onderschreef het advies tot verlenging.

Betrokkene toonde ziektebesef en motivatie, maar ervaart de behandeling als zwaar en confronterend. De verdediging verzocht om verlenging met één jaar, gezien de positieve ontwikkelingen. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, het recidivegevaar aanwezig blijft en de behandeling nog langer dan een jaar zal duren.

De rechtbank verlengde de tbs met twee jaar en voegde voorwaarden toe omtrent begeleid wonen en het vermijden van kinderpornografisch materiaal, met strikte digitale controle en medewerking van betrokkene. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 17 juli 2026.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs met voorwaarden met twee jaar en wijzigt de voorwaarden omtrent begeleid wonen en digitale controle.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-084745-23
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 17 juli 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
verblijvende op het [adres]
hierna: betrokkene
raadsman mr. T. van Nimwegen, advocaat te Rijen.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank is de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van betrokkene gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde. De tbs is gelast ter zake van het plegen van ontuchtige handelingen met minderjarigen en het verwerven, vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno.
De termijn van de tbs met voorwaarden is aangevangen op 22 juli 2024. Zonder verlenging eindigt de termijn van de tbs op 12 juli 2026.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 4 juni 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 4 juni 2026;
- de voortgangsverslagen van de reclassering;
- het verlengingsadvies van de reclassering van 7 mei 2026;
- het pro-Justitia rapport van [de psychiater] van 26 april 2026.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 3 juli 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. L.A. Pronk, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Voorts is telefonisch als deskundige gehoord dhr. [de reclasseringswerker] , reclasseringswerker.
Ter zitting heeft de officier van justitie tevens gevorderd de bijzondere voorwaarden te wijzigen, in die zin dat hieraan de mogelijkheid van begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, wordt toegevoegd en de voorwaarde betreffende het vermijden van kinderpornografisch materiaal tekstueel wordt gewijzigd overeenkomstig het advies van de reclassering.

3.Adviezen

3.1.
Advies reclassering
[de reclasseringswerker] heeft in zijn rapport van 7 mei 2026 geadviseerd de tbs met voorwaarden te verlengen met twee jaar. Betrokkene is voortvarend begonnen aan zijn behandeling en is zeer gemotiveerd tot gedragsverandering. Betrokkene toont ziektebesef en kan goed beredeneren waarom zijn handelen schadelijk is geweest voor de slachtoffers. Wel benadert betrokkene alles erg cognitief en vindt hij het lastig om echt bij zijn gevoel te komen. In april 2026 heeft betrokkene een behandelpauze gehad, omdat zijn inzet en motivatie afnam. Volgens betrokkene door uitzichtloosheid en eenzaamheid. De kliniek zag in de therapieën veel afweer bij het bespreken van intieme en gevoelige onderwerpen (seksualiteit en gezonde relaties).
De gevoelige onderwerpen zijn exact de delict risicofactoren die nog actueel zijn. Zijn parafiele stoornis, impulsiviteit en wens tot geborgenheid en intimiteit staan nog nadrukkelijk op de voorgrond. Betrokkene laat herhaaldelijk weten nog geïnteresseerd te zijn in puberjongens en verlangt ook terug naar de tijd waarin hij een relatie en seksueel contact had met een van de slachtoffers. Betrokkene wil oprecht een gedragsverandering bewerkstelligen, maar kan op dit moment zijn impulsen en behoeften nog onvoldoende controleren. Dit maakt dat de reclassering het risico op recidive als hoog inschat wanneer controle en toezicht wegvallen/ ontbreken. Om de behandeling te kunnen laten slagen en uitstroom naar een FPA mogelijk te maken, zal betrokkene zijn afweer los moeten laten en het gesprek aan moeten gaan over (gezonde) seksualiteit, zijn angststoornis voor wat betreft het contact leggen met volwassenen en zijn (intieme) fysieke ongemak. Genoemd traject zal gezien de nog steeds bestaande risicofactoren en het moeizamere verloop in de behandeling de afgelopen tijd nog geruime tijd in beslag gaan nemen en de termijn van een jaar overschrijden. Het behandelplafond is ook nog niet bereikt en de reclassering ziet voldoende aanknopingspunten om de behandeling voort te zetten. De reclassering adviseert dan ook om de maatregel met twee jaar te verlengen.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan toegevoegd dat betrokkene zich na de behandelpauze goed heeft herpakt. Voorafgaand aan de behandelpauze was de kliniek bezig met het voorbereiden van een verwijzing naar een FPA. Nu er weer een positieve houding te zien is bij betrokkene is dit weer opgepakt. Ook gaan er gesprekken met betrokkene gevoerd worden over het vinden van (betaald) werk of dagbesteding.
3.2.
Advies (externe) gedragsdeskundige
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat bij betrokkene sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een parafiele stoornis (hebefilie), waarbij betrokkene zich sterk aangetrokken voelt tot puberjongens en ADHD. Volgens de psychiater is het risico op recidive binnen het huidige kader laag. Wanneer de tbs wordt beëindigd, neemt het risico toe tot een hoog risico. Geadviseerd wordt om de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen voor een periode van twee jaar, omdat het behandel- en resocialisatietraject meer dan een jaar in beslag zal gaan nemen.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting gebleven bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen.
4.2.
Het standpunt van betrokkene en de verdediging
Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat het goed met hem gaat. Wel vindt hij de behandeling zwaar en confronterend. Betrokkene is blij met de opgebouwde vrijheden en (onbegeleide) verloven en probeert sociale contacten aan te gaan. Betrokkene hoopt snel naar een FPA overgeplaatst te worden, zodat hij dichter bij zijn sociale netwerk is.
De raadsman heeft verzocht om de tbs met voorwaarden te verlengen met één jaar. De rapporten zijn overwegend positief. Betrokkene heeft vanaf het begin van de behandeling openheid van zaken gegeven. Uit het rapport van de reclassering blijkt dat betrokkene snel stappen kan zetten. Momenteel wordt de verwijzing naar de FPA voorbereid. Gelet op de positieve ontwikkelingen en de snelheid waarmee betrokkene voortgang boekt is het van belang dat er binnen afzienbare tijd een rechterlijke toets plaatsvindt. Bovendien zorgt een verlenging met één jaar ervoor dat betrokkene gemotiveerd blijft en biedt hem dat perspectief.

5.Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.
Uit het advies en de toelichting op zitting van de reclassering en het rapport van de psychiater blijkt dat bij betrokkene nog steeds sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Ook blijkt eruit dat het recidiverisico bij het wegvallen van het kader van de tbs nog hoog is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan de wettelijke criteria voor het verlengen van de tbs is voldaan.
Uit de adviezen blijkt dat betrokkene op de goede weg is. Hij is gemotiveerd voor de behandeling en geeft openheid van zaken. Hierdoor heeft betrokkene al veel stappen kunnen maken. Betrokkene komt afspraken na en gaat goed om met de verkregen vrijheden. Ook na de terugval in behandeling heeft betrokkene zich goed herpakt. Ter zitting heeft betrokkene ziektebesef getoond en toegelicht welke onderdelen van de behandeling hij als ingewikkeld ervaart. Betrokkene beseft dat hij hieraan nog moet werken.
Uitgangspunt is dat een tbs verlengd moet worden met een termijn van 2 jaar, indien aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie van de betrokkene nog langer dan 1 jaar duurt. Alleen in geval van bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Het motiveren van betrokkene is volgens vaste rechtspraak geen reden voor een kortere verlenging. Met de nog te realiseren overplaatsing naar een FPA stopt de behandeling en resocialisatie niet. Het is dan ook duidelijk dat die behandeling, waarvan het behandelplafond nog niet is bereikt, nog langer dan 1 jaar gaat duren. De rechtbank zal de tbs daarom verlengen met twee jaar. Tevens zal de rechtbank aan de tbs met voorwaarden de verzochte voorwaarde omtrent het begeleid wonen toevoegen en de voorwaarde omtrent het vermijden van kinderpornografisch materiaal tekstueel wijzigen.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren;
wijzigtde in het vonnis van de rechtbank d.d. 19 december 2023 gestelde voorwaarden, in die zin dat de volgende voorwaarde wordt toegevoegd:
- dat betrokkene aansluitend aan zijn klinische traject, indien de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra de klinische behandeling is afgerond. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
en dat de eerder gestelde voorwaarde omtrent het vermijden van kinderpornografisch materiaal tekstueel als volgt wordt aangepast:
dat betrokkene:
1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1 en 2 zal vermijden en bespreekt hoe dit verloopt in gesprekken met de reclassering.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1 tot en met 3 beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die betrokkene in gebruik heeft.
Betrokkene werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die betrokkene in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past betrokkene de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen maximaal (circa) drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van betrokkene zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van betrokkene.
Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, voorzitter,
en mr. R.J.H. de Brouwer en mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Verdult, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 juli 2026.