ECLI:NL:RBZWB:2026:6707

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000223759:B001
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Speekenbrink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging nabetaling en vergoeding reiskosten bewindvoerder toegekend

De kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 juni 2026 het verzoek van een particuliere bewindvoerder om een machtiging voor een extra beloning en vergoeding van reiskosten. De bewindvoerder had de wettelijke jaarbeloning van €760,00 voor 2025 reeds in rekening gebracht, maar stelde dat dit bedrag onvoldoende was om zijn kosten te dekken.

Tijdens de zitting, waarbij ook de mentor en zus van de betrokkene aanwezig waren, werd het verzoek nader toegelicht. De kantonrechter oordeelde dat het in het belang van de betrokkene was om de machtiging te verlenen. Uit de specificatie bleek dat de bewindvoerder €769,60 aan kosten had gemaakt, waarvan de reeds betaalde jaarbeloning in mindering werd gebracht.

De vergoeding voor reiskosten werd vastgesteld op €0,28 per kilometer, conform het beleid van de rechtbank. De kantonrechter besloot de gevraagde nabetaling van €9,60 en een reiskostenvergoeding van €255,92 toe te kennen, in totaal €265,52, en wees het overige verzoek af.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen drie maanden na de uitspraak, uitsluitend via een advocaat.

Uitkomst: Machtiging verleend voor nabetaling van €9,60 en reiskostenvergoeding van €255,92 aan bewindvoerder.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Toezicht
Locatie Tilburg
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000223759:B001
CBM-nummer
:
BM4547
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
7 juli 2026

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [woonadres 1],
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1957,wonende te [woonadres 2]hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlage), ontvangen op 23 februari 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 8 juni 2026 in aanwezigheid van verzoeker, tevens bewindvoerder van betrokkene en mevrouw [persoon], de zus van betrokkene en tevens de mentor van betrokkene. De griffier heeft tijdens de zitting aantekeningen gemaakt.

Verzoek en beoordeling

Verzoeker vraagt machtiging om een beloning voor zijn werkzaamheden als bewindvoerder in rekening te mogen brengen die afwijkt van de wettelijke beloning. Verder is om een vergoeding gevraagd voor de gemaakte reiskosten door de bewindvoerder bij het uitoefenen van zijn taak.
Op alle werkzaamheden die zijn verricht vanaf 1 januari 2015 is van toepassing de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Voor 2025 is de jaarbeloning voor een familiebewindvoerder (niet-professionele) vastgesteld op € 760,00. In beginsel is deze vergoeding inclusief reiskosten.
De bewindvoerder heeft op de zitting laten weten dat hij de jaarbeloning van € 760,00 al in rekening heeft gebracht en heeft opgenomen in de rekening en verantwoording over 2025. Volgens de bewindvoerder is dit bedrag niet voldoende voor de compensatie van de door hem gemaakte kosten.
De kantonrechter is, gelet op de stukken en de op de zitting gegeven toelichting, van oordeel dat het in het belang van de betrokkene is om de machtiging te verlenen. Uit de overgelegde specificatie blijkt dat voor de gemaakte kosten een bedrag van € 769,60 wordt gevraagd. De al in rekening gebrachte jaarbeloning over 2025 zal op dit bedrag in mindering worden gebracht. De vergoeding voor de reiskosten zal worden bepaald op € 0,28 per kilometer, conform het beleid van de rechtbank.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verleent de gevraagde machtiging tot een nabetaling van € 9,60 voor de jaarbeloning en € 255,92 voor de reiskosten, in totaal een bedrag van € 265,52;
  • wijst het meer of anders gevraagde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Speekenbrink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.