ECLI:NL:RBZWB:2026:6712

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
02-313609-25
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 310 SrArt. 312 lid 1 SrArt. 312 lid 2 SrArt. 6:2:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor gewapende woningoverval met bedreiging en diefstal

Op 19 november 2025 pleegde verdachte samen met anderen een gewapende woningoverval in een woning te [plaats 2]. Tijdens de overval werd een mes op de keel van een slachtoffer gezet en werden meerdere slachtoffers bedreigd met een mes en een semiautomatisch alarmpistool. Er werd een mobiele telefoon gestolen.

De politie kon de verdachten aanhouden na een achtervolging met de auto van verdachte, waarbij de gestolen telefoon werd teruggevonden. Uit onderzoek van mobiele telefoons en chatberichten bleek dat verdachte voorafgaand aan de overval betrokken was bij voorbereidingen en communicatie over het gebruik van wapens.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen de woningoverval heeft gepleegd en veroordeelde hem tot 42 maanden gevangenisstraf. De rechtbank nam mee dat verdachte geen verantwoordelijkheid nam, geen reclasseringsadvies wilde laten opstellen en al eerder was veroordeeld voor vermogensdelicten. Wel werd rekening gehouden met zijn jeugdige leeftijd en het feit dat hij een kind heeft.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor een gewapende woningoverval met bedreiging en diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-313609-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 22 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [plaats 1] ,
raadsman mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 juli 2026, gelijktijdig maar niet gevoegd met de zaak tegen [medeverdachte] (parketnummer 02-313599-25). Op de zitting hebben de officier van justitie, mr. S.A.J. Louwers, en de verdediging hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 19 november 2025, samen met anderen, een gewapende woningoverval heeft gepleegd.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met anderen, betrokken is geweest bij de ten laste gelegde gewapende woningoverval.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit verdachte vrij te spreken van het zetten van een mes op de keel van [aangever 1 ] , omdat daar onvoldoende bewijs voor is. Voor de bewezenverklaring van het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II van dit vonnis opgenomen.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat op 19 november 2025 op de [adres] een gewapende woningoverval heeft plaatsgevonden. Door de overvallers is hierbij een mobiele telefoon gestolen. Uit de aangifte van [aangever 1 ] en de camerabeelden van beveiligingscamera’s in de directe omgeving van de woning blijkt dat bij de overval drie personen zijn betrokken. Verder volgt uit de getuigenverklaring van [aangever 1 ] dat er werd aangebeld bij de woning, dat hij de deur heeft geopend en toen drie gemaskerde mannen zag staan. Een van de mannen zette een mes op zijn kin en bleef bij hem staan. De andere twee mannen renden naar boven en gingen de woning in. Dat er twee mannen boven in de woning waren, wordt bevestigd door aangevers [aangever 2] , [aangever 3] en [aangever 4] . Zij hebben verklaard dat zij door twee mannen zijn bedreigd met een wapen en een mes. Hierbij werd gevraagd om ‘stash/spul’ en is een mobiele telefoon weggenomen. De drie rennende overvallers zijn vervolgens in een zwarte personenauto (Toyota Aygo, [kenteken] ) weggereden. Verdachte is eigenaar van deze auto . Op de mobiele telefoon van aangever stond de applicatie ‘Find My iPhone’ aan. Hierdoor kon de politie de telefoon volgen en zijn zij naar de laatst bekende locatie van de telefoon gegaan.
Hier heeft de politie na een achtervolging van de Toyota verdachte en de [medeverdachte] om 22:12 uur in [geboorteplaats] aangehouden. Bij de fouillering van verdachte is de gestolen telefoon van aangever gevonden. In de auto van de [medeverdachte] is een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gevonden. Vervolgens zijn de mobiele telefoons van de verdachten onderzocht. Hieruit blijkt dat in een Snapchatgroep - waar beide verdachten in zaten - de dag voor de overval werd gesproken over het doen van klussen waar zij flink geld mee zouden gaan verdienen. In een groepsgesprek waar verdachte deelnam, werd op de dag van de woningoverval gesproken over het meenemen van ‘ijzer’ en dat hij een ‘neppe’ kon komen halen, omdat die echt lijkt (ijzer is straattaal voor een vuurwapen). Ook wordt gesproken dat verdachte moet aanbellen, moet vragen waar het is en hem in elkaar moet slaan. Verdachte heeft over dit alles geen enkele verklaring afgelegd.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, ten aanzien van alle ten laste gelegde geweldshandelingen, ook die bij getuige [aangever 1 ] . De rechtbank heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van zijn verklaring..
Gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen een woningoverval heeft gepleegd, waarbij is gedreigd met een mes en een semiautomatisch alarmpistool...
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 19 november 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met anderen, een telefoon, die aan [aangever 4] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever 1 ] en [aangever 4] en/ [aangever 3] en [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door [aangever 3] en [aangever 2] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en die [aangever 4] een mes te tonen en die [aangever 1 ] een mes op de keel te zetten.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van het voorarrest.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft een jeugdige leeftijd en een jong kind. Daarnaast is artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich op 19 november 2025 schuldig gemaakt aan een gewapende woningoverval. Zij zijn samen met nog een ander naar de woning van aangevers gegaan. Daar hebben zij, terwijl ze gemaskerd waren, aangebeld, het eerste slachtoffer dat de voordeur opende overrompeld, heeft één van hen een mes op zijn keel gezet en is bij dit slachtoffer gebleven, terwijl de andere mededaders naar boven renden om de ‘stash’ te zoeken. Deze twee zijn de woning verder in gegaan, hebben geroepen om “spul, stash” en de andere drie slachtoffers bedreigd met een mes en een semiautomatisch alarmpistool.
De eigen woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. Het spreekt voor zich dat een woningoverval voor de slachtoffers een uitermate beangstigende en traumatische ervaring moet zijn geweest. Zeker wanneer deze gepaard gaat met geweld.. Zij moeten hebben gevreesd voor hun leven. Dit blijkt ook uit de aangiftes van de slachtoffers. Zo heeft een van de slachtoffers beschreven dat hij verlamde van angst bij het zien van het wapen. Dit soort overvallen veroorzaken daarnaast ook gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de maatschappij als geheel. dit geval zijn er ook buurtbewoners getuige geweest.
Verdachte heeft zich om dit alles niet bekommerd. Uit het dossier blijkt dat verdachte in Snapchatgroepen zit en hierin aan de gesprekken deelneemt, waarin wordt gesproken over het doen van klussen en het veel geld verdienen. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte enkel zijn eigen financieel gewin voor ogen heeft gehad. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij, ten koste van anderen, op deze manier snel aan geld probeert te komen.
In het nadeel van verdachte neemt de rechtbank ook mee dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn aandeel in de overval. Dat verdachte geen inzicht heeft willen geven in zijn handelen, baart zorgen voor de toekomst. Verdachte heeft ook niet willen meewerken aan het opstellen van een reclasseringsadvies en was bovendien op het moment van de overval al twee keer eerder voor vermogensdelicten veroordeeld. De daarvoor opgelegde straffen hebben hem er echter niet van weerhouden om deze heftige overval te plegen.
Verder houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte een kind heeft en dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Gezien de ernst van het feit kan de rechtbank niet anders dan een gevangenisstraf opleggen van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf is gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie passend en geboden is. Zij legt dus aan verdachte op een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen
personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en
gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer
verenigde personen;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 42 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Kralingen, voorzitter, mr. J.F.C. Janssen en
mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Andraws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 juli 2026.
Bijlage I
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 19 november 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1 ] en/of [aangever 4] en/of [aangever 3] en/of [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door [aangever 3] en/of [aangever 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of die [aangever 4] een mes te tonen en/of die [aangever 1 ] een mes op de keel te zetten;
(art. 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art. 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art. 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht).