ECLI:NL:RBZWB:2026:6735
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tijdige beslissing bezwaar
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. De rechtbank bepaalde in een eerdere uitspraak dat verweerder uiterlijk 15 september 2025 moest beslissen. Verzoekster trok haar beroep in nadat verweerder op 13 maart 2026 alsnog een beslissing nam op het bezwaar.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoekster om proceskostenvergoeding vanwege de intrekking van het beroep. Verweerder stelde dat het beroep niet ontvankelijk was omdat het pas op 17 maart 2026 per post was ontvangen, maar de rechtbank oordeelde dat het beroep per e-mail op 11 maart 2026 bij de rechtbank Rotterdam was ingediend, dus tijdig.
De rechtbank concludeerde dat verweerder aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe. Verweerder moet € 467,- aan proceskosten vergoeden, exclusief het griffierecht van € 54,- dat verzoekster rechtstreeks bij verweerder moet claimen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens tijdige beslissing op bezwaar.