Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
in de periode van 01 januari 2019 tot en met 10 februari 2019 te [plaats] ,
met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2003, die de leeftijd van twaalf jaren
maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
- het brengen van zijn tong en vingers tussen de schaamlippen
en/of in de vagina van die [slachtoffer] en
- het brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] .
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
hoogtevan de gestelde schade en het bewezenverklaarde handelen van verdachte (vooralsnog) ontbreekt. Verder onderzoek naar en behandeling van de hoogte van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op.
welvast staat
datde benadeelde partij schade heeft geleden, is de rechtbank van oordeel dat zij de benadeelde partij op grond van artikel 6:106, eerste lid aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek enige vergoeding wegens geleden immateriële schade kan toekennen. Rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, schat de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op € 2.000,-. De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank daarom toewijsbaar tot dat bedrag. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2019 tot en
met 10 februari 2019 te [plaats] , althans in Nederland,
met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2003, die de leeftijd van twaalf jaren
maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige
handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
- het duwen en/of brengen van zijn tong en/of vingers tussen de schaamlippen
en/of in de vagina van die [slachtoffer] en/of
- het duwen en/of brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] en/of
- het (meermalen) (tong)zoenen van die [slachtoffer] ;
( art 245 Wetboek Pro van Strafrecht )
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2018 en 10
februari 2019 te [plaats] , althans in Nederland, met
[slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren
nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft
gepleegd, te weten
- het (meermalen) strelen en/of betasten van de rug en/of borsten van die
[slachtoffer] en/of
- het (meermalen) (tong)zoenen van die [slachtoffer] ;
( art 247 Wetboek Pro van Strafrecht )