ECLI:NL:RBZWB:2026:6959

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
02-800019-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging tbs-maatregel met verpleging wegens hoog recidiverisico en complexe stoornissen

Betrokkene is sinds 2008 onder tbs met verpleging gesteld wegens een zedenfeit en heeft een complex samenstel van stoornissen, waaronder schizofrenie, een matige verstandelijke beperking en een communicatiestoornis. De tbs-instelling en externe deskundigen adviseren verlenging van de maatregel met twee jaar, omdat het behandeltraject meer tijd zal vergen dan één jaar.

Tijdens de zitting zijn de officier van justitie, betrokkene met zijn raadsman en deskundigen gehoord. De reclassering benadrukt het hoge recidiverisico en het ontbreken van een passende zorgvoorziening buiten de kliniek, waardoor voorwaardelijke beëindiging niet verantwoord is.

De rechtbank weegt het langdurige tijdsverloop en de ernst van het indexdelict mee, maar acht verlenging proportioneel gezien de hardnekkige stoornissen en het blijvend hoge recidiverisico. De rechtbank beveelt de kliniek aan om parallel aan het huidige traject ook de Wet Zorg en Dwang-route te onderzoeken voor mogelijke vervolgmogelijkheden.

De tbs wordt daarom met twee jaar verlengd, waarbij de kliniek wordt opgedragen om binnen deze periode concrete stappen te zetten voor een toekomstig uitstroomtraject. De rechtbank benadrukt dat de proportionaliteitsgrens bij de volgende verlenging nadrukkelijk in zicht komt.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met verpleging met twee jaar vanwege het blijvend hoge recidiverisico en de complexiteit van de stoornissen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-800019-07
Beslissing van de meervoudige kamer van28 juli 2026 op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
verblijvende bij [stichting] [locatie] ,
hierna: betrokkene,
raadsman mr. F.J. Koningsveld, advocaat te Breda.

1.Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 april 2008 is betrokkene wegens
overtreding van artikel 246 van Pro het Wetboek van Strafrecht veroordeeld tot de maatregel tbs
met verpleging van overheidswege.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs met verpleging van overheidswege is op 25 april 2008 aangevangen en laatstelijk
verlengd bij beslissing van 25 juni 2025 met één jaar. In deze beslissing heeft de rechtbank tevens bepaald dat een psychiatrisch rapport en een reclasseringsrapport (in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van de tbs) diende te worden opgemaakt.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 5 maart 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 14 juli 2026 is de
officier van justitie gehoord.
Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. F.J. Koningsveld, advocaat te Breda, en een tolk gebarentaal, mevrouw [tolk] (tolknummer [nummer] ).
Voorts zijn de deskundigen drs. [gz-psycholoog] (GZ-psycholoog) en [reclasseringswerker] (reclasseringswerker) gehoord.

3.Adviezen

3.1.
Advies instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 24 februari 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met 2 jaar. Betrokkene is vanwege de samenhang van zijn ernstige intellectuele, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkelingsproblematiek (lustgericht, impulsief, egocentrisch, een zeer beperkt mentaliserend en empathisch vermogen, een lacunair geweten), het vroegkinderlijk trauma, de auditieve beperking, de seksuele problematiek en de psychotische kwetsbaarheid al dan niet in combinatie met middelengebruik, blijvend aangewezen op professionele zorg voor mensen met een auditieve en een lichte verstandelijke beperking met kennis van forensische en psychiatrische problematiek.
Hij komt impulsief en lustgericht tot seksuele delicten en recidiveert binnen de structuur en ondersteuning van de kliniek, zonder zich te bekommeren om het slachtoffer en ontkent de seksueel grensoverschrijdende gedragingen vanuit het idee dat als niemand het gezien heeft, het haar woord tegen het zijne is. Betrokkene grijpt impulsief en lustgericht zijn kans en dringt zich ongewenst op aan een voor hem aantrekkelijke jonge vrouw en randt haar aan, door met zijn geslachtsdeel tegen haar aan te wrijven. Dit wordt ondergebracht onder de parafilie frotteurisme (mogelijk in het kader van de schizofrenie): de recidiverende intense seksuele opwinding en seksuele drang en gedragingen die het - zonder instemming - aanraken van en wrijven met zijn geslachtsdeel tegen iemand met zich meebrengen. Verder hecht de kliniek eraan te benoemen dat betrokkene fysiek kwetsbaar is door stenose (onherstelbaar verlies van kracht in benen en armen waardoor hij instabiel loopt en spierspasmen heeft). Daarnaast is er ook sprake van prostaatkanker, waarvoor nu het beleid is afgesproken niet te behandelen maar de PSA-waarden te monitoren.
Het recidiverisico wordt door de instelling nog altijd ingeschat als hoog. Nu ernstige incidenten uitblijven en het onttrekkingsgevaar laag wordt geschat mede dankzij zijn fysieke conditie, is de eerste vervolgstap een plaatsing op ‘ [afdeling 1] ’, een afdeling voor auditief beperkte mensen op beveiligingsniveau 1 met een lagere begeleidingsintensiteit. Om deze plaatsing mogelijk te maken is het kader transmuraal verlof nodig en dient de noodzakelijke één-op-één begeleiding financieel gewaarborgd te worden. Er is ervaring opgedaan met het risicomanagement, wat bestaat uit één-op-één begeleiding waarin betrokkene zich relatief begeleidbaar opstelt, betrokkene ingesteld is op het atypisch antipsychoticum Clozapine en de begeleide verloven naar wens verlopen. Bij een goed verloop zou na een jaar het Forensisch Resocialisatie Team van [locatie] worden ingeschakeld om een doorstart te maken met het resocialisatietraject. Echter, hier loopt het resocialisatietraject vast, omdat er geen uitplaatsingsperspectief is naar een woonvoorziening met forensische scherpte en risico gestuurde begeleiding voor dove mensen, met kennis van complexe meervoudige psychiatrische problematiek. Eenvoudigweg, omdat zo een woonvoorziening er in Nederland niet is. De kliniek acht een civiel gedwongen kader vanuit de Wet Zorg en Dwang niet passend omdat het recidiverisico hoog wordt ingeschat. De forensische context is nodig om het recidiverisico structureel op een aanvaardbaar niveau te houden; het zorgniveau met forensische scherpte binnen de Verstandelijk Gehandicaptenzorg (hierna: VG) ontbreekt en daar is risico-gestuurde begeleiding niet voorhanden, terwijl het recidiverisico nog onverminderd hoog is.
Ter zitting heeft de heer [gz-psycholoog] daaraan nog het volgende toegevoegd. Inmiddels is het transmuraal verlof goedgekeurd en kan betrokkene worden doorgeplaatst naar de afdeling ‘ [afdeling 1] ’. Het is hiervoor van wezenlijk belang dat betrokkene de medicatie Clozapine blijft gebruiken. Het is echter niet duidelijk wanneer hij daar terecht kan, omdat er op dit moment nog een slachtoffer op deze afdeling aanwezig is. De inschatting is dat betrokkene eind 2026, begin 2027 kan worden geplaatst. Daarnaast is door [gz-psycholoog] aangegeven dat betrokkene weliswaar last heeft van stenose, maar dat hierdoor het recidiverisico niet minder wordt. De iets andere beschrijving van één van de stoornissen door de externe psychiater (namelijk het ongeremde (seksueel) gedrag van betrokkene mede vatten onder een ‘ongespecificeerde communicatiestoornis i.p.v. onder ‘frotteurisme’) heeft wat de deskundige betreft geen gevolgen voor het verlengingsadvies aangezien de psychiater dezelfde gedragsdynamieken beschrijft, het alleen anders classificeert.
3.2.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
Uit het rapport van psychiater van 22 juni 2026 komt naar voren dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie, een matig verstandelijke beperking, een ongespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis, een stoornis in cannabis- en alcoholgebruik langdurig in remissie in een gereguleerde omgeving. Aanvullend wordt een ongespecificeerde communicatiestoornis vastgesteld. De kliniek stelt – anders dan de psychiater – de classificatie frotteurisme stoornis. De psychiater stelt aanvullend de diagnose ongespecificeerde communicatiestoornis. Het risico op recidive wordt zonder medicamenteuze behandeling en zonder
continutoezicht door een mannelijke begeleider ingeschat als hoog. De kliniek denkt aan overplaatsing naar ‘ [afdeling 1] ’, een doof-vriendelijke afdeling op beveiligingsniveau 1 waar de noodzakelijke één-op-één begeleiding gewaarborgd kan worden met forensische scherpte en risico gestuurde begeleiding voor dove mensen, met kennis van complexe meervoudige psychiatrische problematiek. Voorwaarde is dat de noodzakelijke één-op-één begeleiding financieel gewaarborgd is. De machtiging tot transmuraal verlof is reeds afgegeven. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat er binnen twee jaar een passende zorgsetting beschikbaar komt die vanuit een rechterlijke machtiging de passende zorg en begeleiding aan betrokken kan en wil bieden. Het klinisch beeld zal wat betreft de psychiatrische diagnoses en beperkingen ook niet binnen 2 jaar veranderen. Mogelijk verslechtert de somatische problematiek verder waardoor risico’s met betrekking tot grensoverschrijdend en impulsief gedrag verminderen.
De psychiater verwacht niet dat betrokkene intrinsieke motivatie en voldoende vaardigheden heeft om zich aan bepaalde voorwaarden (zoals gesteld door de reclassering) te willen of kunnen houden. Door de psychiater wordt geadviseerd het bevel tot verpleging te continueren.
Advies reclassering
De reclassering heeft in het rapport van 12 februari 2026 het volgende naar voren gebracht.
De rechtbank heeft de reclassering expliciet opdracht gegeven om een maatregelrapport op te stellen en voorwaarden te formuleren voor een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel, ook wanneer tot de conclusie wordt gekomen dat een voorwaardelijke beëindiging niet verantwoord is. Na vijftien jaar tbs-behandeling moet worden geconcludeerd dat traditionele behandelmethoden bij betrokkene geen effect sorteren. De antipsychotische medicatie die betrokkene sinds 2012 krijgt, heeft volgens de reclassering enige stabilisatie gebracht. De chaotisch psychotische belevingen zijn naar de achtergrond gedrongen, het seksueel grensoverschrijdende gedrag is verminderd maar niet verdwenen. De medicatie dempt maar geneest niet. De wisselende inname van de antipsychotica in de afgelopen maanden bieden een verminderd positief toekomstbeeld.
De kans op recidive wordt door de reclassering ingeschat als hoog. Van alle beoordeelde voorwaarden zijn er slechts twee beperkt haalbaar (dagbesteding en meewerken aan een time out), en dat alleen binnen een strak gecontroleerde setting. De kernvoorwaarde “meewerken aan reclasseringstoezicht” is niet uitvoerbaar, waardoor het gehele stelsel van voorwaarden eigenlijk niet te handhaven is. De praktische onmogelijkheid om betrokkene buiten een klinische setting te begeleiden wordt veroorzaakt door het ontbreken van geschikte zorgvoorzieningen die dovenzorg, forensische expertise en intensief toezicht combineren, betrokkenes zeer beperkte functioneringsniveau en communicatiemogelijkheden, zijn gebrek aan probleeminzicht en behandelmotivatie, en het hoge en onbeheersbare recidiverisico bij afname van externe controle. Voorwaardelijke beëindiging is daarom op dit moment niet alleen niet verantwoord maar praktisch ook niet uitvoerbaar. Door de reclassering wordt geadviseerd om de dwangverpleging niet voorwaardelijk te beëindigen maar de “koninklijke route” aan te houden.
Ter zitting heeft de deskundige [reclasseringswerker] – via telehoren - aangevoerd bij het reclasseringsadvies te blijven. Reclasseringstoezicht is niet uitvoerbaar nu slechts twee voorwaarden haalbaar lijken te zijn. Dit is voor de reclassering onvoldoende om over te gaan tot het adviseren van een voorwaardelijke beëindiging. De reclassering ziet een man die al heel lang in het tbs-systeem zit, maar daar tegenover staat dat het recidiverisico ontzettend hoog is. De reclassering heeft contact gehad met afdeling ‘ [afdeling 2] ’ en hieruit is gebleken dat het beeld van betrokkene onveranderd is gebleven. Hij blijft zijn medicatie weigeren en één-op-één contact is noodzakelijk. De reclassering kan onvoldoende inschatten hoe het verder zal gaan, maar onder de huidige omstandigheden is reclasseringstoezicht in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging volstrekt niet haalbaar.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met 2 jaar te verlengen gebleven.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat hij al lang in de tbs zit. Hij zou graag willen dat de tbs stopt en dat hij naar [plaats] kan. Het klopt niet dat er grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden. Hij wil geen medicatie nemen, maar doet dit wel omdat hij anders niet op verlof kan. De tbs duurt veel te lang.
De raadsman heeft gewezen op de proportionaliteit van de tbs-maatregel nu deze veel te lang duurt. Dit is bij eerdere verlengingszittingen ook al aan de orde geweest. Het is schrijnend om te horen dat er helemaal geen perspectief is voor betrokkene. Ondanks alle signalen die eerder door de rechtbank zijn afgegeven, is er echt helemaal niks veranderd, geen levensvatbaar (uitstroom)traject in gang gezet . Het transmuraal verlof laat nu ook weer op zich wachten. Het recidiverisico is tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht.
De raadsman verzoekt de rechtbank om de kliniek via het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) de WZD-route (Wet Zorg en Dwang) te laten onderzoeken voor de volgende verlengingszitting. Wellicht loopt dat op niets uit, maar dan is het in ieder geval geprobeerd.

5.Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe psychiater wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. De rechtbank gaat hierbij uit van de stoornissen zoals omschreven in het verlengingsadvies van de kliniek.
De vraag die vervolgens voorligt is of de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege
met één of twee jaar moet worden verlengd. Uitgangspunt is dat wanneer aannemelijk is
geworden dat de behandeling van betrokkene meer tijd in beslag zal nemen
dan de tijd die resteert bij een verlenging met één jaar, de tbs verlengd dient te worden met
twee jaar, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank constateert dat het toestandsbeeld van betrokkene na de afgelopen twee jaar helaas niet wezenlijk is verbeterd. Dit is niet te wijten aan betrokkene, doch heeft te maken met de complexiteit van de bij hem aanwezige stoornissen en zijn doofheid. Dit betekent echter niet dat de instelling stil heeft gezeten; integendeel, de kliniek heeft nadrukkelijk gehoor gegeven aan hetgeen de rechtbank bij de vorige verlenging heeft gevraagd. Zo is inmiddels gestart met de inzet van Clozapine, met als doel betrokkene voldoende stabiel te krijgen voor een overplaatsing naar een beperkt beveiligde afdeling. De toestemming voor transmuraal verlof is inmiddels verleend en de concrete verwachting is dat betrokkene eind 2026, begin 2027 kan worden geplaatst op deze afdeling ‘ [afdeling 1] ’.
Nu dit traject, inclusief de overplaatsing en de daaropvolgende observatie, aanzienlijk meer tijd in beslag zal nemen dan een periode van één jaar, is een verlenging van de maatregel met twee jaar aangewezen.
Proportionaliteit
De terbeschikkingstelling duurt op dit moment ruim 18 jaar. Dit substantiële tijdsverloop in relatie tot de ernst van het indexdelict waarvoor de maatregel destijds is opgelegd – te weten aanranding – moet zwaar meewegen bij de verlengingsbeslissing. De rechtbank stelt voorop dat bij de afweging tussen de belangen van betrokkene en die van de maatschappij, het belang van betrokkene steeds zwaarder dient te wegen naarmate de maatregel langer duurt. Dit is ook in eerdere verlengingsbeslissingen reeds overwogen. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er in het onderhavige geval thans nog geen sprake is van acute disproportionaliteit. Bij die afweging moet immers niet enkel naar het tijdsverloop en het indexdelict worden gekeken, maar ook naar de aard van de hardnekkige stoornis, de ernst van het actuele recidivegevaar en het gegeven dat het indexdelict destijds niet het eerste zedenfeit van betrokkene was. De complexiteit van het samenstel van stoornissen bij betrokkene, de gebleken beperkte behandelbaarheid, het nog immer hoge recidiverisico (vanwege voornoemde complexiteit en het feit dat betrokkene reeds meermalen in het verleden een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis heeft doorlopen i.v.m. zedenfeiten en desondanks toch het indexdelict heeft plaatsgevonden) dat deze grens nu nog niet is bereikt. Dit neemt echter niet weg dat de uiterste grenzen van de proportionaliteit wel nadrukkelijk in zicht komen bij een volgende verlengingszitting.
Opdracht voor de komende periode
Juist vanwege dit tijdsverloop en de naderende proportionaliteitsgrens, is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat de kliniek de komende twee jaar alles in het werk moet stellen om niet alleen binnen de tbs-kaders, doch indien mogelijk ook buiten de tbs-kaders mogelijkheden voor betrokkene te creëren. Er mag geen tijd verloren gaan. Wanneer betrokkene straks op afdeling ‘ [afdeling 1] ’ verblijft, zal er niet alleen meer en beter zicht zijn op zijn functioneren onder de nieuwe medicatie, maar moeten er ook direct concrete paden worden uitgedacht en bewandeld voor de periode daarna, mits sprake is van een stabiel toestandsbeeld.
In dat kader geeft de rechtbank de kliniek uitdrukkelijk in overweging om – parallel aan het huidige traject – via het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) de zogeheten WZD-route (Wet Zorg en Dwang) grondig te onderzoeken en uit te werken met het oog op de volgende verlengingszitting. Men kan en moet dit spoor nu serieus gaan benaderen en proberen. De rechtbank realiseert zich dat dit, gezien de complexiteit van het samenstel van stoornissen en het aanwezige recidivegevaar een pittige opgave is, doch anderzijds rechtvaardigt de zeer lange duur van de tbs afgezet tegen het indexdelict deze overweging ten volle.
Bij de volgende beoordeling over twee jaar verwacht de rechtbank een volledig en transparant inzicht in zowel het verloop op afdeling ‘ [afdeling 1] ’ als de eventuele vervolgmogelijkheden.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene wordt verlengd met 2 jaar.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. J.F.C. Janssen, voorzitter en mr. D. van Kralingen en mr. S. Tempel, rechters in tegenwoordigheid van K. van Rijs, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 juli 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.