ECLI:NL:RBZWB:2026:6964

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
02-205674-26
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 78 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot gevangenhouding met schorsing na aanrijding onder invloed zonder rijbewijs

Op 17 juli 2026 vond een aanrijding plaats op de N59 in Nieuwerkerk waarbij verdachte betrokken was. Verdachte reed zonder rijbewijs en onder invloed van alcohol met een groot landbouwvoertuig op een smal stuk weg, waardoor een bromfietser werd geraakt. Verdachte verliet de plaats van het ongeval, wat hij zelf erkent.

De rechter-commissaris beval op 21 juli 2026 de bewaring van verdachte. De officier van justitie vorderde gevangenhouding voor 90 dagen, terwijl de verdediging opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht. De rechtbank constateerde ernstige bezwaren op basis van schuld aan het verkeersongeval en het verlaten van de plaats van het ongeval.

De rechtbank achtte het herhalingsgevaar concreet en acuut vanwege eerdere alcoholgerelateerde veroordelingen en het ontbreken van een rijbewijs. Gezien het persoonlijke belang van verdachte om zijn landbouwbedrijf voort te zetten en het advies van Reclassering Nederland, werd de voorlopige hechtenis geschorst onder strikte voorwaarden, waaronder een alcoholverbod, meldplicht bij reclassering en verbod op deelname aan het verkeer.

De rechtbank legde voorwaarden op om de kans op herhaling te beperken en gaf opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op naleving. De schorsing ging in op 29 juli 2026 om 11:00 uur.

Uitkomst: De rechtbank beveelt gevangenhouding voor 90 dagen wegens rijden onder invloed zonder rijbewijs en verlaten plaats ongeval, maar schorst deze onder strikte voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02 -205674-26
bevel gevangenhouding met bevel schorsing van de rechtbank, meervoudige raadkamer in strafzaken van 28 juli 2026
(artikel 65 en Pro 80 Wetboek van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[woonplaats] ,
nu gedetineerd in P.I. [locatie] .
Raadsman mr. B. Vermeirssen.

Procedure

De rechter-commissaris heeft op 21 juli 2026 de bewaring bevolen.
De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd voor de duur van 90 dagen.
De verdediging heeft de opheffing van de voorlopige hechtenis verzocht.
De verdediging heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.
De rechtbank heeft de officier van justitie mr. K. Pieters, de verdachte en de raadsman gehoord.

Beoordeling

Na onderzoek is gebleken dat de ernstige bezwaren en de grond(en) als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan.
ernstige bezwaren
Uit de stukken blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte dat deze de strafbare feiten
vernield in de vordering heeft gepleegd.
Ten aanzien van de ernstige bezwaren geldt dat alleen moet worden gekeken naar de feiten I
en 2, omdat dat de feiten zijn waar voorlopige hechtenis op gebaseerd kan worden. De
rechtbank ziet voldoende ernstige bezwaren om aan te nemen dat er sprake is van
schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro. Dat baseert zij op het feit dat verdachte, zonder rijbewijs en met alcohol in zijn systeem met een zeer groot landbouwvoertuig is gaan rijden op een drukke weg. Gezien de foto’s in het dossier van de plaats van het ongeval, en met name gelet op de foto’s op en rond pagina 121, kan het niet anders zijn dan dat verdachte met zijn tractor en aanhanger op een zodanig smal stuk weg heeft gereden, waar onvoldoende ruimte was voor tegenliggers, dat hij maatregelen had moeten treffen om ervoor te zorgen dat tegenliggers hem konden passeren. Hij had minst genomen zijn snelheid in belangrijke mate moeten terugbrengen en moeten uitwijken om gevaar voor anderen tot een minimum te beperken. Dat heeft verdachte niet gedaan. Volgens zijn eigen mededeling reedt hij ongeveer 20 km per uur op het moment dat de bromfiets hem tegemoet reed en hem passeerde. Onder de omstandigheden zoals die uit het dossier naar voren komen, gelet op de processen-verbaal van de politie, het technisch onderzoek, de getuigenverklaringen, de processen-verbaal betreffende de dood van het slachtoffer en verklaringen van verdachte zelf, komt de rechtbank tot de conclusie dat de ernstige bezwaren voor het eerste feit aanwezig zijn. Dat geldt ook ten aanzien van het tweede feit, het verlaten van de plaats van het ongeval. De verdachte geeft dit ook zelf toe.
Ten aanzien van de gronden is de rechtbank van oordeel dat gevreesd moet
worden voor herhaling. Gelet op het strafblad van verdachte waar eerdere alcohol
gerelateerde veroordelingen op staan en het feit dat verdachte geen rijbewijs heeft, komt de
rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich niet laat tegenhouden door dat soort
omstandigheden. Hij stapt alsnog in de tractor met aanhanger en begeeft zich op de openbare weg met alle gevolgen van dien. Dat roept het beeld op, tezamen met hetgeen uit het dossier naar voren komt, waaronder het gedrag dat verdachte heeft getoond nadat het ongeluk heeft plaatsgevonden, dat verdachte willens en wetens zonder rijbewijs en met alcohol op blijft rijden. Dit maakt het herhalingsgevaar voldoende concreet en acuut.
gronden
Uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke
veiligheid die de onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte vordert.
omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden, dat verdachte een misdrijf zal
begaan, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is
gesteld;
waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht;
hetgeen blijkt uit de omstandigheid/omstandigheden dat:
verdachte is in het verleden al eerder veroordeeld voor het rijden onder invloed van alcohol.
Dit weerhoudt hem er echter niet van om met alcohol op aan het verkeer deel te nemen. Volgens getuigen staat verdachte er om bekend dat hij vaker onder invloed van alcohol rijdt.
Daarnaast lijkt verdachte er niet voor terug te deinzen om te rijden zonder daartoe bevoegd
rijbewijs en/of te rijden zonder geldig verklaard rijbewijs.
De rechtbank is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet aan de orde is.
Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de duur van de gevangenhouding te beperken.
Schorsingsverzoek
De rechtbank is van oordeel dat het persoonlijke belang van verdachte zwaarder weegt dan het strafvorderlijke belang. Verdachte heeft, gegeven de noodzaak om zijn eigen landbouwbedrijf voort te zetten, een voldoende aangetoond persoonlijk belang om het strafproces in vrijheid te mogen afwachten. Daarbij komt dat de doelen die met voorlopige hechtenis worden nagestreefd door het stellen van voorwaarden aan een schorsing ook kunnen worden bereikt. Reclassering Nederland heeft in het rapport van 20 juli 2026 geadviseerd om de voorlopige hechtenis te schorsen en daarbij de voorwaarden benoemd die aan de schorsing moeten worden verbonden. De rechtbank zal deze voorwaarden aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbinden. De rechtbank stelt in aanvulling op die voorwaarden vast dat verdachte niet aan het verkeer op de openbare weg mag deelnemen aangezien hij niet over een geldig rijbewijs beschikt. Met de voorwaarden wordt de kans op herhaling tot een voor de maatschappij aanvaardbaar niveau teruggebracht.
De verdachte heeft zich bereid verklaard tot nakoming van de hieronder vermelde schorsingsvoorwaarden.
De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a, 78 en 80 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking.

Beslissing

De rechtbank:
beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van
90 (negentig) dagen;
schorstde voorlopige hechtenis
met ingang van 29 juli 2026 te 11:00 uur,onder de volgende voorwaarden.
1. De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen.
2. Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan.
3. De verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of zal een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.
4. De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken.
5. De verdachte zal verschijnen op iedere oproep van politie en justitie.
6. De verdachte zal bij wijziging van zijn adres het nieuwe adres schriftelijk doorgeven aan de officier van justitie.
7. De verdachte zal bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op de terechtzitting aanwezig zijn.
8.
Meldplicht bij reclassering
De verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen 3 werkdagen nadat de schorsing is ingegaan bij [verslavingsreclassering] op het [adres] , [telefoonnummer] .
9.
Ambulante behandeling
De verdachte laat zich behandelen door [zorgverlener] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is (o.a.) gericht op het vergroten van de copingvaardigheden en het ontwikkelen van alternatieve manieren om met stress en spanningen om te gaan. Daarbij kan er aandacht zijn voor de verwerking van het ongeval. Gelet op de
problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
10.
Alcoholverbod
De verdachte gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de
voorwaarden en verdachte daarbij te begeleiden.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 28 juli 2026 door:
mr. G.H. Nomes, voorzitter,
mr. L.W. Boogert en mr. K.H.P. Bovend'Eerdt, rechters,
in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier.