ECLI:NL:RBZWB:2026:6966

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
02-168086-26
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 78 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot verlenging voorlopige hechtenis na ernstige verkeersovertredingen met dodelijke slachtoffers

Op 11 juni 2026 vond een aanrijding plaats op de N290 ter hoogte van Vogelwaarde waarbij meerdere dodelijke slachtoffers vielen, waaronder kinderen, en meerdere kinderen zwaargewond raakten. Verdachte, een beginnend bestuurder, wordt verdacht van het veroorzaken van dit incident onder omstandigheden van hoge snelheid en defecte stuurbekrachtiging.

De rechtbank heeft op 23 juni 2026 een bevel tot gevangenhouding tegen verdachte verleend. De officier van justitie verzocht verlenging van dit bevel met 60 dagen, terwijl de verdediging opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis vroeg. Na het horen van partijen en onderzoek concludeert de rechtbank dat de ernstige bezwaren en wettelijke gronden voor gevangenhouding nog steeds aanwezig zijn.

De rechtbank baseert dit op politieprocessen-verbaal, getuigenverklaringen, technische onderzoeken en eerdere raadkamerbesluiten. Verdachte vertoonde herhaaldelijk onverantwoord rijgedrag, waaronder meerdere snelheidsovertredingen en het filmen van zichzelf tijdens het rijden met hoge snelheid. Dit gedrag toont een gebrek aan zelfinzicht en een mentaliteit die de veiligheid van anderen in gevaar brengt.

Gezien de ernst van het delict, het recidiverisico en de impact op de slachtoffers en hun omgeving, weegt het strafvorderlijk belang zwaarder dan het persoonlijk belang van verdachte bij invrijheidstelling. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en verlengt zij de gevangenhouding met 60 dagen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de voorlopige hechtenis van verdachte met 60 dagen en wijst het verzoek tot schorsing af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-168086-26
bevel verlenging gevangenhouding van de rechtbank, meervoudige raadkamer in strafzaken van 28 juli 2026
(artikel 66 Wetboek Pro van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] ( [land] ),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
nu gedetineerd in P.I. [locatie] .
Raadsvrouw mr. M.C. Geijtenbeek.

Procedure

Op 23 juni 2026 is tegen verdachte een bevel tot gevangenhouding verleend.
De officier van justitie heeft verlenging van de geldigheidsduur van dit bevel gevorderd voor de duur van 60 dagen.
De verdediging heeft de opheffing van de voorlopige hechtenis verzocht.
De verdediging heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.
De rechtbank heeft de officier van justitie mr. K. Pieters, de verdachte en de raadsvrouw gehoord.

Beoordeling

Na onderzoek is gebleken dat de ernstige bezwaren en de grond(en) als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering die tot het bevel tot gevangenhouding van de verdachte hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan.
Ernstige bezwaren
Ten aanzien van de ernstige bezwaren overweegt de rechtbank dat zij op basis van de
bevindingen in het dossier ten aanzien van de defecte stuurbekrachtiging van de auto, de
hoge snelheid en het onvoldoende snelheid minderen, voldoende ernstige bezwaren ziet
voor feit 1 en feit 2. De processen-verbaal van politie, de getuigenverklaringen die op essentiële punten overeenkomen, de verklaringen van verdachte, de resultaten van diverse technische onderzoeken alsmede het proces-verbaal 2de raadkamer van 23 juli 2026 bieden een voldoende basis voor de ernstige bezwaren.
Gronden
Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan
waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld.
Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan
waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht.
Hetgeen blijkt uit de omstandigheid/omstandigheden dat:
-aannemelijk is dat verdachte tot het vermoedelijk begane feit is gekomen onder
invloed van psychosociale problemen, waarvoor ook thans nog geen oplossing is
gevonden;
-verdachte wordt verdacht van een of meer feit(en) terwijl de omstandigheden van
verdachte en/of die waaronder deze feiten zijn gepleegd, ongewijzigd zijn gebleven;
-verdachte al eerder met politie en justitie in aanraking is geweest voor (een)
(soortgelijk(e)) delict(en).
Verdachte is een beginnend bestuurder en vertoonde al meermalen in een kort tijdsbestek
onverantwoord rijgedrag zoals blijkt uit het proces-verbaal voorgeleiding en het proces­
verbaal ten behoeve van de raadkamer. Verdachte heeft in de korte periode dat hij in bezit is
van zijn rijbewijs meerdere malen grove verkeersovertredingen begaan en is daarvoor
beboet. Daarnaast zijn er meerdere filmpjes aangetroffen op de telefoon van verdachte
waarop is te zien dat hij zichzelf en de snelheidsmeter van de auto filmt terwijl hij met zeer
hoge snelheid in de auto rijdt en dat hij met hoge snelheid over een dubbele doorgetrokken
streep rijdt. Deze objectieve omstandigheden laten zien dat verdachte kennelijk weinig
zelfinzicht heeft in zijn rijgedrag en ook zijn rijgedrag niet aanpast nadat hij keer op keer in
overtreding is van verkeerregels en hierbij overige verkeersdeelnemers in gevaar brengt.
Daaruit blijkt van een mentaliteit waarin weinig ruimte is voor de veiligheid en de fysieke
integriteit van andere weggebruikers, en voorts blijkt daaruit van een aanmerkelijke
overschatting van de vaardigheid van verdachte van het op de juiste wijze besturen van een
motorvoertuig. Dit heeft hem er niet van weerhouden wederom in een auto te stappen
waarvan hij wist dat de stuurbekrachtiging niet naar behoren werkte en waarvoor een
waarschuwingslampje in de auto brandde, en met hoge snelheid door een bocht is gereden. Daar komt bij dat uit het proces-verbaal van bevindingen Snelheidsovertredingen van 3 juli 2026 (onderdeel van het proces-verbaal 2de raadkamer van 23 juli 2026) blijkt dat van de auto van verdachte in de periode van 4 juni 2026 tot en met 10 juni 2026 op 17 verschillende trajecten/wegen snelheidsovertredingen zijn geregistreerd. Op de dag van de aanrijding (11 juni 2026) zijn op 3 verschillende trajecten/wegen snelheidsovertredingen geregistreerd.
Dit betekent in onderlinge samenhang bezien dat het recidiverisico als voldoende concreet
en acuut is te beschouwen. Het feit het rijbewijs van verdachte is ingenomen en hij enorm is
geschrokken van het ongeluk maakt dit niet anders.
De rechtbank is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op dit moment niet aan de orde is.
Schorsingsverzoek
De rechtbank is van oordeel dat het strafvorderlijk belang zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van de verdachte bij invrijheidstelling en zal daarom het mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afwijzen. Het gedrag van verdachte heeft geleid tot meerdere dodelijke slachtoffers (waaronder kinderen) en meerdere kinderen die zwaargewond zijn geraakt. De impact op de nabestaanden, de gezinnen van de betrokken kinderen, [basisschool] in [plaats] en de stad [plaats] is enorm. Invrijheidstelling van verdachte door schorsing van de voorlopige hechtenis is onder de gegeven omstandigheden niet uit te leggen en zou tot veel onbegrip leiden. Dit is voor de rechtbank aanleiding het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af te wijzen.
De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking.

Beslissing

De rechtbank:
verlengt de termijn van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van
60 (zestig) dagen;
wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 28 juli 2026 door:
mr. G.H. Nomes, voorzitter,
mr. L.W. Boogert en mr. K.H.P. Bovend'Eerdt, rechters,
in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier.