De GI voert – kort samengevat – het volgende aan. Tot op heden is het niet gelukt om tot contactherstel tussen de kinderen en de vader te komen. De vader verstuurt iedere maand een kaartje aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit is de enige vorm van contact op dit moment.
In juni 2025 laat [zorgcoach] weten dat zij niet verder komen in het Ouderschap Blijft traject. Zij constateren dat de volgende stap in hun traject gezamenlijke gesprekken zou zijn. Zij zien twee ouders die tijdens een zorgoverleg met elkaar kunnen communiceren en veel zijn blijven hangen in het verleden. Er wordt besloten dat er geen gezamenlijke gesprekken meer gaan plaatsvinden omdat de spanning bij moeder zo hoog oploopt dat het niet het gewenste resultaat gaat opleveren.
Vader heeft, onder begeleiding van [zorgcoach], een excuusbrief (met excuses voor huiselijk geweld) aan moeder geschreven. Moeder leest de brief samen met haar begeleider vanuit de WMO. Moeder laat vervolgens weten dat de excuses totaal niet zijn binnen gekomen. Moeder heeft een andere beleving van alle gebeurtenissen dan vader. Moeder vindt dat er zelfreflectie bij vader ontbreekt en hij geen duidelijkheid geeft over de toekomst en veiligheid van de kinderen.
Eind augustus 2025 wordt de keuze gemaakt om de behandeling van [praktijk], integratieve hechtingbevorderende traumabehandeling aan te gaan. Op dit moment bevindt het gezin zich in de exploratiefase. Deze zal naar verwachting zes tot acht weken duren. De behandelplanbespreking van [minderjarige 2] heeft eind november 2025 plaatsgevonden, die van [minderjarige 1] zal in de eerste helft van januari 2026 plaatsvinden. [praktijk] laat weten dat het traject vermoedelijk anderhalf tot twee jaar zal duren.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zitten inmiddels beiden op de middelbare school. [minderjarige 1] doet het goed op school. Ze zit in het tweede jaar van het gymnasium en haalt goede cijfers. [minderjarige 1] heeft een vriendinnengroepje op school. Vanuit de school van [minderjarige 1] zijn er geen zorgen. [minderjarige 2] doet havo/vwo. Op school heeft hij twee vaste vrienden en sociaal emotioneel gaat het goed met hem. Zijn inzet en prestaties op school blijven wat achter. Er wordt gesproken of het niveau mogelijk wat te hoog is. Daarnaast ervaart school dat hij soms te laat komt. [minderjarige 2] herkent dit zelf ook. Beiden geven aan dat dit komt omdat hij wat pech heeft gehad met zijn fiets en hij moeilijk uit bed kan komen.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] geven afzonderlijk van elkaar aan dat ze hulpverleningsmoe zijn. Ze willen zich focussen op school en op hun vrienden en een normaal leven. Ze willen op dit moment geen contact met hun vader. Ze sluiten niet uit dat dit in de toekomst anders is, maar geven aan dat hier nu geen ruimte voor is in hun leven.
Met uitzondering van de hulpverlening van [praktijk] is de andere hulpverlening voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] stopgezet of on hold gezet. [praktijk] is recent gestart. De GI wil graag dit traject monitoren en het Ouderschap Blijft traject van [zorgcoach] hierop afstemmen. [praktijk] kan op termijn behandeling bieden aan de kinderen, mits zij hier voor open staan. Het is niet de intentie van de GI om nog twee jaar betrokken te blijven tot het afronden van het traject van [praktijk].
Tot slot vindt de GI het van belang dat er het komende jaar wordt ingezet op een stukje ouderschap omdat de communicatie en samenwerking tussen de ouders nog steeds moeizaam verloopt. Ook is de GI bang dat de vader buiten spel wordt gezet als de ondertoezichtstelling niet wordt verlengd.