ECLI:NL:RBZWB:2026:7055

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 juli 2026
Publicatiedatum
31 juli 2026
Zaaknummer
02-054781-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 63 SrArt. 225 SrArt. 231b SrArt. 310 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor valsheid in geschrifte, witwassen, identiteitsfraude en oplichting met gevangenisstraf

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 31 juli 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die valsheid in geschrifte, witwassen, identiteitsfraude en oplichting pleegde met betrekking tot een afkoop van een lijfrenteverzekering van Aegon.

Verdachte heeft zich op 15 april 2019 valselijk voorgedaan als verzekeringnemer door een vervalst afkoopformulier en valse documenten in te dienen, waardoor een bedrag van € 33.726,25 werd uitgekeerd aan een rekening van verdachte. Vervolgens werd een deel van het geld overgemaakt naar bedrijven en personen verbonden aan verdachte, en werd een deel opgenomen en gebruikt voor online transacties.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan de genoemde feiten, maar sprak hem vrij van de primair ten laste gelegde diefstal wegens ontbreken van een wegneemhandeling. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, rekening houdend met de ernst van de feiten en overschrijding van de redelijke termijn.

Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van € 16.889,89 aan materiële schade aan Aegon, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 april 2019. Verdachte was niet verschenen op de zitting en gaf geen openheid van zaken bij de politie, wat meewoog in de strafoplegging.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf en betaling van €16.889,89 schadevergoeding aan Aegon.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-054781-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 31 juli 2026
[verdachte] ,
geboren te distrikt [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1983,
ingeschreven op het [adres] .

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 juli 2026. Tegen verdachte is verstek verleend. De officier van justitie mr. L. van Hemert heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is op 22 januari 2025 gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan
Feit 1: valsheid in geschrifte,
Feit 2 primair: diefstal met gebruikmaking van een valse sleutel van € 33.726,25 of
Feit 2 subsidiair: het witwassen van dat bedrag,
Feit 3: misbruik maken van identificerende persoonsgegevens van een ander en
Feit 4: oplichting.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht op grond van het dossier wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte (feit 1), witwassen (feit 2 subsidiair), identiteitsfraude (feit 3) en oplichting (feit 4). Van feit 2 primair (diefstal middels valse sleutel) verzoekt zij verdachte vrij te spreken aangezien er geen sprake is van een wegneemhandeling door verdachte.
4.2.
Het oordeel van de rechtbank
4.2.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.2.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat op 14 februari 1997 de spaarkasovereenkomst [nummer] (Aegon BonusPlan) is ingegaan. Zowel de verzekeringnemer, de verzekerde als de begunstigde is de heer [slachtoffer] . Een ander dan [slachtoffer] heeft op 15 april 2019 om 13:15 uur ingelogd in de MIJNAEGON omgeving en de door Aegon opgevraagde documentatie, benodigd voor de afkoop van de polis, aangeleverd. Het betreft hier een valselijk opgemaakte en ondertekende akkoordverklaring afkoopformulier, een kopie van het paspoort van [slachtoffer] en een valselijk opgemaakte kopie bankafschrift tegenrekening. Op het bankafschrift van de tegenrekening [rekeningnummer] staat namelijk als tenaamstelling “ [slachtoffer] ”, terwijl verdachte de te naam gestelde van die tegenrekening is én de gebruiker.
Op 15 april 2019 maakt Aegon de nettowaarde van de polis, € 16.188,89, over naar het opgegeven Triodos-bankrekeningnummer van verdachte, waar het op 18 april 2019 wordt bijgeschreven. Diezelfde dag wordt vanaf de Triodos-rekening in totaal € 9.700,00 overgemaakt naar een bedrijf van verdachte en op 23 april 2019 in totaal € 3.000,00 naar de ING-rekening van zijn toenmalige vriendin. Verdachte kon beschikken over de pas en pincode van die ING-rekening van zijn vriendin. Op 19 en 22 april 2019 wordt van de Triodos-rekening in totaal € 3.250,00 opgenomen met een aan verdachte uitgegeven pinpas. Tot slot wordt op 23 en 24 april 2019 vanaf de Triodos-rekening in totaal € 762,00 betaald middels een Payment Service Provider “Lixium Ltd” die voornamelijk gebruikt wordt voor transacties naar online casino’s. Volgens verdachte heeft hij wel eens online gespeeld en zou hij dat zelf wel eens gedaan kunnen hebben.
Nu verdachte de enige is aan wie de opbrengst van de oplichting van Aegon (direct dan wel indirect) ten goede is gekomen, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte ook degene is geweest die de oplichting heeft gepleegd. In dat verband vindt de rechtbank tot slot nog van belang dat verdachte de opleiding systeembeheer niveau 4 heeft afgerond.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de onder feit 2 primair ten laste gelegde gekwalificeerde diefstal van het geld van [slachtoffer] niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu verdachte geen wegneemhandeling heeft verricht. Hij heeft Aegon bewogen tot afgifte. Verdachte zal van feit 2 primair worden vrijgesproken.
Gelet op het voorgaande kunnen de feiten 1, 2 subsidiair, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen worden, zoals hierna onder 4.3 wordt weergegeven.
4.3.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
feit 1
op 15 april 2019 in Nederland een formulier, te weten een verzoek tot uitbetaling wegens afkoop (van een lijfrenteverzekering) en bijlagen bij dat formulier afkoop lijfrenteverzekering - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [slachtoffer] , door op dat formulier en/of bijlagen het rekeningnummer te vermelden waarop de afkoopsom moest worden uitbetaald en dat formulier en/of bijlagen te ondertekenen met (een) handtekening(en) die moest(en) doorgaan voor de handtekening(en) van die [slachtoffer] , zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
feit 2 subsidiair
in de periode van 18 april 2019 tot en met 24 april 2019 in Nederland een geldbedrag van in totaal € 16.188,89,
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en
-ervan gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte, wist dat dat geldbedrag onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf;
feit 3
op 15 april 2019 in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander, te weten de persoonsgegevens van [slachtoffer] , heeft gebruikt door voor het afkopen van een lijfrenteverzekering, een kopie van het paspoort van [slachtoffer] in te dienen uit naam van de heer [slachtoffer] en zich daarmee voor te doen als de rechthebbende op de lijfrenteverzekering met het oogmerk om de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;
feit 4
op 15 april 2019 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en door een of meer listige kunstgrepen, Aegon N.V. heeft bewogen tot de afgifte van de afkoopwaarde van een lijfrenteverzekering, te weten een geldbedrag van 33.726,25 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk
- zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de verzekeringsnemer van die lijfrenteverzekering, te weten [slachtoffer] , en aan Aegon N.V. een kopie bankafschrift tegenrekening doorgegeven (teneinde te voorkomen dat de uitbetaling zou plaatsvinden op het rekeningnummer van die verzekeringnemer) en een formulier met een akkoordverklaring tot afkoop van de lijfrenteverzekering, ingevuld en dat formulier voorzien van een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [slachtoffer] , waardoor de Aegon N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vier maanden. Daarbij houdt zij rekening met de ernst van het feit en overschrijding van de redelijke termijn.
6.2.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte, witwassen, identiteitsfraude en oplichting. Hij heeft een kopie van het paspoort van [slachtoffer] bemachtigd en deze vervolgens misbruikt door deze bij Aegon in te dienen, samen met een afkoopformulier waarop hij de handtekening van [slachtoffer] heeft vervalst. Door zich voor te doen als rechthebbende [slachtoffer] heeft verdachte op een geraffineerde wijze Aegon opgelicht voor € 33.726,25 (netto € 16.188,89). Daarmee heeft hij twee slachtoffers gemaakt, namelijk Aegon en [slachtoffer] . Het handelen van verdachte getuigt van brutaliteit en egoïsme. Hij heeft zijn eigen financiële gewin vooropgesteld en zich niet bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers. Bovendien heeft verdachte door op deze wijze fraude te plegen het vertrouwen geschaad dat in de maatschappij in schriftelijke bewijsstukken gesteld moet kunnen worden.
In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij bij de politie geen openheid van zaken heeft gegeven. Gezien de bewezenverklaring heeft hij daar tegen beter weten in ontkend. Verdachte is ook niet op zitting verschenen. Gelet op de ernst van de feiten en het niet nemen van verantwoordelijkheid door verdachte, vindt de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf van zeven maanden passend.
Nu verdachte niet op zitting is verschenen, weet de rechtbank ook niets over zijn huidige persoonlijke omstandigheden en zijn leven sinds april 2019. In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat op zijn strafblad geen feiten van na april 2019 staan en hij dus al zeven jaar het rechte pad lijkt te bewandelen. Daarnaast is de redelijke termijn overschreden waarbinnen een strafzaak met een eindvonnis in eerste aanleg dient te zijn afgerond. Die termijn van twee jaar is aangevangen op 7 april 2021 toen verdachte werd verhoord door de politie. Dat betekent dat de redelijke termijn met 39 maanden is overschreden, wat ook tot een lagere straf moet leiden.
Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf van vier maanden passend en geboden is.

7.De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij Aegon Levensverzekeringen N.V. vordert een schadevergoeding van € 16.889,89 voor de feiten 1, 3 en 4.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 16.889,89, bestaande uit materiële schade. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het moment dat de schade is ontstaan, te weten 15 april 2019.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 63, 225, 231b, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan het onder feit 2 primair tenlastegelegde;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:valsheid in geschrift;
feit 2 subsidiair:witwassen;
feit 3:opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan;
feit 4:oplichting;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van vier maanden;
Benadeelde partij
T.a.v. feit 1, 3 en 4
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Aegon Levensverzekeringen N.V. van € 16.889,89 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 15 april 2019 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter,
en mr. M.E.I. Beudeker en mr. H. Faouzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.E. van Wijk, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 31 juli 2026.
De oudste en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat
1.
Hij op een of meer tijdstippen in de periode van 11 april 2019 tot en met 18 april 2019 te [plaats] en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een formulier, te weten een verzoek tot uitbetaling wegens afkoop (van een lijfrenteverzekering)
en/of bijlagen bij dat formulier afkoop lijfrenteverzekering - zijnde een geschrift dat bestemd was
om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben
verdachte(n) zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [slachtoffer] , door op dat
formulier en/of bijlagen het rekeningnummer te vermelden waarop de afkoopsom moest worden
uitbetaald en/of dat formulier en/of bijlagen te ondertekenen met (een) handtekening(en) die
moest(en) doorgaan voor de handtekening(en) van die [slachtoffer] , zulks met het oogmerk om
dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
(Artikel art 225 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
2.
Hij op een of meer tijdstippen in de periode van 11 april 2019 tot en met 18 april 2019 te [plaats] en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een geldbedrag van (in totaal) (ongeveer) 33.726,25 euro, althans enig geldbedrag, dat/die
geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte(n) dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door een valse sleutel, het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of
door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, door
- onbevoegd in te loggen op de MIJNAEGON omgeving van [slachtoffer] en via die omgeving een
verzoek tot uitbetaling wegens afkoop (van een lijfrenteverzekering), uit naam van [slachtoffer] ,
in te dienen bij Aegon N.V. en dit bedrag vervolgens te laten uitkeren op zijn/hun eigen rekening;
(Artikel 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
Subsidiair
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 april 2019 tot en met 24 april 2019 te [plaats] en/of Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een geldbedrag van (in totaal) € 33.726,25, althans enig geldbedrag
Sub b
-heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
-gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
(Artikel art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht)
3.
Hij op een of meer tijdstippen in de periode van 11 april 2019 tot en met 18 april 2019 te [plaats] en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische
persoonsgegevens, van een ander te weten de persoonsgegevens van [slachtoffer] heeft/hebben gebruikt door voor het afkopen van een lijfrenteverzekering, een kopie van het paspoort van [slachtoffer] in te dienen uit naam van de heer [slachtoffer] en zich daarmee voor te doen als de rechthebbende op de lijfrenteverzekering met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;
(Artikel art 231b Wetboek van Strafrecht)
4
Hij in of omstreeks de periode van 11 april 2019 tot en met 15 april 2019 te [plaats] en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
Aegon N.V. heeft bewogen tot de afgifte van de afkoopwaarde van een lijfrenteverzekering, te weten een geldbedrag van 33.726,25 euro, in elk geval enig goed,
hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de verzekeringsnemer van die lijfrenteverzekering, te weten [slachtoffer] en/of aan de Aegon N.V. een kopie bankafschrift tegenrekening doorgegeven (teneinde te voorkomen dat de uitbetaling zou plaatsvinden op het
rekeningnummer van die verzekeringnemer) en/of een formulier met een akkoordverklaring tot afkoop van de lijfrenteverzekering, ingevuld en/of dat formulier voorzien van (een) handtekening(en) die moest(en) doorgaan voor de handtekening(en) van die [slachtoffer] , waardoor de Aegon N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
( art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)