ECLI:NL:RBZWB:2026:71

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
C/02/436243 / JE RK 25-1022
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Mr. Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking verzoeken verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in het kader van gezagskwesties van minderjarigen na terugkeer van de moeder naar Oekraïne

Op 2 januari 2026 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een nadere beschikking gegeven in een zaak betreffende de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van drie minderjarigen. De moeder van de kinderen, die met twee van hen naar Oekraïne is teruggekeerd, heeft de zorg voor de minderjarigen. De kinderrechter heeft de verzoeken van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen, omdat de GI deze verzoeken heeft ingetrokken. De minderjarige [minderjarige 1] verblijft bij de grootvader in Nederland en er zijn geen zorgen over zijn welzijn. De kinderrechter heeft benadrukt dat het van belang is dat de gezagspositie van de moeder ten aanzien van [minderjarige 1] wordt onderzocht, nu zij in Oekraïne verblijft. De Raad voor de Kinderbescherming heeft de intrekking van de verzoeken ondersteund en benadrukt het belang van goede regelingen voor de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/436243 / JE RK 25-1022
Datum uitspraak: 2 januari 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
locatie Eindhoven, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over de minderjarigen:
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] ([land]),
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2011 in [geboorteplaats] ([land]),
hierna te noemen: [minderjarige 2],
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedag 3] 2015 in [geboorteplaats] ([land]),
hierna te noemen: [minderjarige 3].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
thans feitelijk verblijvende in Oekraïne,
advocaat: mr. A. Huseinovic te Breda.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de grootvader],
hierna te noemen: de grootvader,
wonende in [woonplaats]
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het resterende verzoek te adviseren.
1. Het (verdere) procesverloop
1.1 Het verdere procesverloop bestaat uit de volgende stukken:
- de in deze zaak gegeven beschikking van 17 juli 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief met bijlagen van de GI van 8 september 2025, ingekomen bij de griffie op 2 oktober 2025;
- de brief met bijlagen van de GI van 13 november 2025, ingekomen bij de griffie op 14 november 2025.
1.2 Op 2 januari 2026 heeft de kinderrechter de behandeling van de zaak voortgezet tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- de advocaat van de moeder;
- twee vertegenwoordigsters van de GI;
- een vertegenwoordiger namens de Raad, vergezeld door een collega als toehoorder.
1.3 Hoewel daartoe correct opgeroepen zijn de moeder en de grootvader niet bij de zitting verschenen. De advocaat van de moeder bevestigt dat de moeder is teruggekeerd naar Oekraïne en niet naar de rechtbank zal komen. De advocaat heeft contact gehad met de moeder en kan namens haar een standpunt innemen. De GI laat weten dat de grootvader heeft aangegeven niet naar de rechtbank te zullen komen. De kinderrechter besluit daarop de zitting voort te zetten bij afwezigheid van de moeder en de grootvader.

2.De feiten

2.1
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] (hierna
gezamenlijk te noemen: de minderjarigen).
2.2
Op 4 oktober 2025 is de moeder samen met de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] teruggekeerd naar Oekraïne. [minderjarige 1] is achtergebleven in Nederland en verblijft bij de grootvader in dezelfde opvang voor Oekraïense vluchtelingen te [woonplaats].
2.3
Bij de in deze zaak gegeven beschikking van 17 juli 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van de minderjarigen verlengd met ingang van 7 augustus 2025 tot 7 januari 2026 en het overige deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing aangehouden, in afwachting van schriftelijk bericht van de GI. De kinderrechter heeft in dit kader kennisgenomen van de brieven van de GI van 8 september 2025 en 13 november 2025.

3.De (resterende) verzoeken

Thans liggen de volgende verzoeken nog ter beoordeling voor.
3.1
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen te verlengen voor de resterende periode van acht maanden, zijnde tot 7 augustus 2026.
3.2
Tevens verzoekt de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen in een pleeggezin te verlenen voor de duur van acht maanden.
3.3
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. Het (nadere) standpunt van de GI
4.1
Namens de GI wordt, samengevat, naar voren gebracht dat de situatie ten opzichte van de vorige beschikking is gewijzigd. De moeder is samen met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] terug naar Oekraïne gegaan. De GI heeft contact gehad met de moeder via WhatsApp. Volgens de moeder zou zijn in veilig gebied verblijven, woont zij in bij de grootmoeder (moederszijde), gaat het goed met haar en gaan [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar school. De GI heeft contact opgenomen met de Centrale Autoriteiten en een zorgmelding gedaan, maar hiervan, ook na een rappel, niets meer vernomen.
4.2
De GI ziet dat het met [minderjarige 1], die achter is gebleven in Nederland en bij de grootvader (moederszijde) verblijft, goed gaat. Een huisbezoek van de GI aan de grootvader heeft dit bevestigd. [minderjarige 1] gaat naar school en wil in Nederland blijven. Over [minderjarige 1] bestaan er op dit moment geen zorgen meer. De GI heeft goed contact met de casemanager van de opvang, die aan de bel kan trekken wanneer er zorgen zijn.
4.3
Na intern overleg heeft de GI besloten om de verzoeken in te trekken; over [minderjarige 1] bestaan er geen zorgen en er zal geen poging worden gedaan om [minderjarige 2] en [minderjarige 3] terug naar Nederland te halen. De GI vertrouwt op de verklaring van de moeder dat het goed met haar, [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gaat. Daar zijn zij gelukkig.
4.4
De GI realiseert zich dat er ten aanzien van [minderjarige 1] moet worden gekeken naar de gezagspositie van de moeder nu zij naar Oekraïne is teruggekeerd. Hierover zal zo spoedig mogelijk contact worden opgenomen met [hulpverlening].

5.Het (nadere) standpunt van de moeder en het advies van de Raad

5.1
Namens de moeder wordt, samengevat, het volgende aangevoerd. Nu de GI de restende verzoeken heeft ingetrokken, zullen de verzoeken moeten worden afgewezen. De advocaat zegt toe aan de moeder te zullen overbrengen dat er afspraken moeten worden gemaakt over haar gezagspositie ten aanzien van [minderjarige 1]. De advocaat ondersteunt het voornemen dat de GI contact zal opnemen met [hulpverlening], waarbij zij opmerkt dat de moeder altijd goed bereikbaar is en zij toestaat dat [minderjarige 1] bij de grootvader woont.
5.2
De Raad ondersteunt de intrekking van de resterende verzoeken. Dit is passend bij de huidige situatie. De Raad benadrukt het belang van het maken van een melding bij [hulpverlening] over het gezag van de moeder over [minderjarige 1]. Bekeken moet worden of praktische zaken als verzekeringen en leefgeld goed voor [minderjarige 1] zijn geregeld.

6.De (nadere) beoordeling

6.1
Gelet op de situatie dat de moeder met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is teruggekeerd naar Oekraïne en het met [minderjarige 1] bij de grootvader in Nederland goed gaat, heeft de GI de resterende verzoeken tijdens de zitting ingetrokken.
6.2
Nu de GI de resterende verzoeken heeft ingetrokken is het belang bij een verdere behandeling van die verzoeken komen te vervallen. De resterende verzoeken zullen dan ook worden afgewezen.
6.3
De kinderrechter merkt hier nog op dat zij, evenals de Raad, het van belang acht dat
de GI de gezagspositie van de moeder ten aanzien van [minderjarige 1] onderzoekt en in dat kader een melding zal maken bij [hulpverlening]. Het is in het belang van [minderjarige 1] dat alle praktische zaken, waaronder een zorgverzekering, goed zijn geregeld én duidelijk is in hoeverre de moeder haar gezag nog adequaat kan uitoefenen nu zij is teruggekeerd naar Oekraïne.
6.4
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1
wijst de resterende verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 9 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.