ECLI:NL:RBZWB:2026:710
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van 20 februari 2024. Op 27 november 2025 heeft belanghebbende dit beroep ingetrokken en op 1 december 2025 een verzoek ingediend om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan over dit verzoek. Volgens de wet kan proceskostenvergoeding worden toegekend als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet is gekomen. In deze zaak is echter niet gesteld of gebleken dat de heffingsambtenaar aan het beroep heeft voldaan.
Daarnaast heeft belanghebbende op het proceskostenformulier geen specifieke kosten ingevuld of aangegeven waarvoor vergoeding wordt gevraagd. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Ponds en griffier W.M.C. Oomen op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat de heffingsambtenaar aan het beroep is tegemoetgekomen.