ECLI:NL:RBZWB:2026:710

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
AWB-24_3919
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van 20 februari 2024. Op 27 november 2025 heeft belanghebbende dit beroep ingetrokken en op 1 december 2025 een verzoek ingediend om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan over dit verzoek. Volgens de wet kan proceskostenvergoeding worden toegekend als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet is gekomen. In deze zaak is echter niet gesteld of gebleken dat de heffingsambtenaar aan het beroep heeft voldaan.

Daarnaast heeft belanghebbende op het proceskostenformulier geen specifieke kosten ingevuld of aangegeven waarvoor vergoeding wordt gevraagd. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Ponds en griffier W.M.C. Oomen op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat de heffingsambtenaar aan het beroep is tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/3919
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] te België, belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van Sabewa, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een vergoeding van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van het beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 20 februari 2024.
1.1.
Bij mail van 27 november 2025 heeft belanghebbende het beroep ingetrokken. Op 1 december 2025 heeft belanghebbende de intrekkingsverklaring en het verzoek om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten ingediend.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
2.1.
Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
2.2.
Gelet op de gedingstukken is niet gesteld of gebleken dat de heffingsambtenaar tegemoet is gekomen aan het beroep van belanghebbende. Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt daarom afgewezen. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat belanghebbende het proceskostenformulier heeft ingediend, maar dat belanghebbende op dat formulier geen proceskosten heeft ingevuld of aangekruist waarvan hij een vergoeding wenst.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. W.M.C. Oomen, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).