ECLI:NL:RBZWB:2026:713
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen legesnota’s gemeente Roosendaal niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Belanghebbende maakte bezwaar tegen drie legesnota’s van de gemeente Roosendaal, maar deze bezwaren werden door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank bevestigt dat de bezwaren niet tijdig zijn ingediend, waarbij de termijn voor twee nota’s eindigde op 12 december 2024 en voor de derde op 30 januari 2025. Het bezwaarschrift werd pas op 31 januari 2025 ontvangen.
Belanghebbende voerde aan dat de te late indiening te wijten was aan een verslechtering van zijn chronische PTSS. De rechtbank oordeelt echter dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende de gehele termijn niet in staat was om tijdig bezwaar te maken of iemand anders in te schakelen. De langdurige aard van zijn PTSS sinds 1999 en het ontbreken van duidelijke gegevens over de verslechtering leiden tot het oordeel dat er geen verontschuldiging is voor het verzuim.
Daarom verklaart de rechtbank de bezwaren terecht niet-ontvankelijk en zijn de beroepen ongegrond. De bestreden besluiten blijven in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Ponds en griffier W.M.C. Oomen op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren zijn ongegrond verklaard vanwege te late indiening zonder verontschuldiging.