ECLI:NL:RBZWB:2026:713

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
25/1754, 25/1755 en 25/1756
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9, eerste lid, AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 22j Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaren tegen legesnota’s gemeente Roosendaal niet-ontvankelijk wegens te late indiening

Belanghebbende maakte bezwaar tegen drie legesnota’s van de gemeente Roosendaal, maar deze bezwaren werden door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank bevestigt dat de bezwaren niet tijdig zijn ingediend, waarbij de termijn voor twee nota’s eindigde op 12 december 2024 en voor de derde op 30 januari 2025. Het bezwaarschrift werd pas op 31 januari 2025 ontvangen.

Belanghebbende voerde aan dat de te late indiening te wijten was aan een verslechtering van zijn chronische PTSS. De rechtbank oordeelt echter dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende de gehele termijn niet in staat was om tijdig bezwaar te maken of iemand anders in te schakelen. De langdurige aard van zijn PTSS sinds 1999 en het ontbreken van duidelijke gegevens over de verslechtering leiden tot het oordeel dat er geen verontschuldiging is voor het verzuim.

Daarom verklaart de rechtbank de bezwaren terecht niet-ontvankelijk en zijn de beroepen ongegrond. De bestreden besluiten blijven in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Ponds en griffier W.M.C. Oomen op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren zijn ongegrond verklaard vanwege te late indiening zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 25/1754, 25/1755 en 25/1756
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Roosendaal, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 25 maart 2025, betreffende de nota leges met factuurnummers [factuurnummer 1] (BRE 25/1754), [factuurnummer 2] (BRE 25/1755) en [factuurnummer 3] (BRE 25/1756).
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard, omdat de bezwaren niet tijdig waren ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat de bezwaren te laat zijn ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom zijn de beroepen kennelijk ongegrond.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de voor bezwaar vatbare beschikking. [2] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop dat aanslagbiljet of die beschikking is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3]
3.1.
Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [4]
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de legesnota’s met factuurnummers [factuurnummer 1] en [factuurnummer 2] 31 oktober 2024 is en van de legesnota met factuurnummer [factuurnummer 3] is dat 19 december 2024. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift voor de nota’s met dagtekening 31 oktober 2024 eindigde op 12 december 2024 en de termijn voor de nota met dagtekening 19 december 2024 op 30 januari 2025. Belanghebbende heeft digitaal bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft het bezwaarschrift op 31 januari 2025 ontvangen. Belanghebbende heeft de datum van ontvangst van het bezwaarschrift niet betwist. Het bezwaarschrift van belanghebbende is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 11 november 2025 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 9 december 2025 een reden te geven voor het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift. Belanghebbende geeft in zijn brief van 1 december 2025 aan dat hij het bezwaarschrift niet eerder kon indienen, vanwege de verslechtering van zijn chronische PTSS.
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij gedurende de gehele bezwaartermijn niet in staat is geweest tijdig een bezwaarschrift in te dienen of een ander in te schakelen om dit namens hem te doen. Belanghebbende heeft immers al sinds 1999 PTSS. Onvoldoende duidelijk is wanneer de verslechtering van belanghebbende precies heeft plaatsgevonden en bovendien of onder die omstandigheden niet van belanghebbende kon worden verwacht dat hij (pro forma) bezwaar kon maken. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. De bezwaren zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard. De beroepen zijn daarom ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. W.M.C. Oomen, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.