AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij WOZ-beschikking
Belanghebbende stelde beroep in tegen de WOZ-beschikking van de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg over twee objecten. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het niet betalen van het griffierecht.
De griffier had belanghebbende tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €53,- binnen een gestelde termijn. Ondanks ontvangst van de aanmaning heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan en geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim.
De rechtbank verwijst naar artikel 8:41 enPro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en het arrest van de Hoge Raad van 2 december 2016, waarin is bepaald dat bij niet-ontvankelijkheid wegens niet-betaling van griffierecht geen inhoudelijke uitspraak over immateriële schadevergoeding wordt gedaan.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af. Het bestreden besluit blijft ongewijzigd en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betalen van het griffierecht en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/3063
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 19 juni 2025. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking voor de objecten [adres 1] en [adres 2] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 vanPro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 53,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft belanghebbende bij brief van 24 juni 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 23 juli 2025 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 25 juli 2025 om 08:42 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend.
5. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Immateriële schadevergoeding
7. Belanghebbende heeft tevens verzocht om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn. De Hoge Raad heeft in het arrest van 2 december 2016 beslist dat een niet-ontvankelijkverklaring van het beroep vanwege het niet-betalen van griffierecht met zich meebrengt, dat ook geen uitspraak meer behoeft te worden gedaan ten aanzien van het verzoek om vergoeding van immateriële schade. [1] Dit is slechts anders in het – zich in deze zaak niet voordoende – geval waarin de rechtbank uitspraak doet nadat sinds het instellen van het beroep meer dan anderhalf jaar zijn verstreken. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om een immateriële schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.