ECLI:NL:RBZWB:2026:721

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
BRE 24/7045
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens herziening besluit Belastingdienst

Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de ontvanger van de Belastingdienst van 8 oktober 2024. Dit beroep is ingetrokken omdat de ontvanger het besluit heeft herzien. Belanghebbende verzocht vervolgens om een proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft de ontvanger in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding. De ontvanger stemde in met het vergoeden van de proceskosten en het door belanghebbende betaalde griffierecht.

De rechtbank heeft het verzoek als kennelijk gegrond toegewezen en veroordeelt de ontvanger tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de ontvanger verplicht is het griffierecht van € 51,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 februari 2026.

Uitkomst: De ontvanger van de Belastingdienst is veroordeeld tot betaling van € 467 aan proceskosten aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/7045

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. V.W.J.H. Kobossen),
en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de ontvanger in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de ontvanger van 8 oktober 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de ontvanger het besluit heeft herzien.
1.1.
De rechtbank heeft de ontvanger in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De ontvanger heeft de rechtbank meegedeeld dat hij akkoord gaat met het vergoeden van de gemaakte proceskosten en het door belanghebbende betaalde griffierecht.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding. De ontvanger heeft aangegeven akkoord te zijn met het vergoeden hiervan. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te beslissen en wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De ontvanger moet deze vergoeding betalen.
Welk bedrag aan proceskosten moet de ontvanger aan belanghebbende vergoeden?
3. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van
€ 934. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. Aangezien sprake is van een beroep dat ziet op het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar, is een wegingsfactor van 0,5 van toepassing. [2] De proceskostenvergoeding bedraagt dan € 467.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
4. De rechtbank wijst erop dat de ontvanger verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. [3] Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de ontvanger wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de ontvanger tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.