ECLI:NL:RBZWB:2026:728
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Römers
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Beslissing niet-ontvankelijkheid tweede wrakingsverzoek tegen rechter wegens te late indiening
Verzoekster diende een tweede wrakingsverzoek in tegen de rechter die belast is met de behandeling van haar strafzaak. Zij stelde dat de rechter vooringenomen en niet onpartijdig zou zijn, onder meer vanwege vermeende banden met een advocatenkantoor waartegen zij een klacht had ingediend.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 512 en Pro 513 van het Wetboek van Strafvordering. Uit eerdere beslissing bleek dat het eerste wrakingsverzoek te laat was ingediend, namelijk nadat de behandeling van de zaak was gesloten en de rechter was begonnen met de mondelinge uitspraak.
De wrakingskamer oordeelde dat het tweede verzoek geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid bevatte die een andere beslissing zou rechtvaardigen. Omdat wraking alleen mogelijk is zolang de zaak in behandeling is, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Een mondelinge behandeling van het verzoek vond niet plaats. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het tweede wrakingsverzoek tegen de rechter is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na sluiting van de behandeling en aanvang van de uitspraak.